Geen roman vol luxetwijfels maar dichterlijke beelden van een stilist

no caption Foto Michiel Hendryckx

Soms duurt het even, maar er is rechtvaardigheid in de literatuur. Goede schrijvers vinden uiteindelijk hun publiek. Een jaar geleden gebeurde dat met Gustaaf Peek, de (nog net) jonge schrijver die al een reeks mooie en geprezen romans had geschreven en sinds Godin, held eindelijk van zijn boeken kan leven (nu ja, van dit boek dan). Of kijk naar hoe Esther Gerritsen, Peter Terrin en Dimitri Verhulst de afgelopen jaren het commerciële succes kregen dat ze op basis van hun boeken al jaren eerder verdienden.

Dit jaar is het wat dat betreft de beurt aan Y.M. Dangre, de pas 27-jarige schrijver die al twee romans en twee dichtbundels publiceerde. Zijn poëziedebuut leverde hem een nominatie voor de C. Buddingh’ Prijs op. Dangre werd ook een keer tweede bij het Groot Dictee der Nederlandse Taal (afdeling prominenten), al is dat niet per se een aanbeveling voor het schrijven van scherpe romans. Dat doet Dangre (Vlaming van geboorte, maar al jaren wonend in Nederland) toch wel. Hij maakt deel uit van een generatie schrijvers die vaak de kritiek krijgt alleen maar navelstaarderige boeken over hun eigen luxetwijfels te schrijven. Nu is dat verwijt voor de meeste jonge auteurs maar half terecht – en voor Dangre geldt het al helemaal niet.

Een kruideniersgezin met een gewelddadige vader – daar zit niets navelstaarderigs aan

Zijn tweede roman Maartse kamers (2012) ging over twee homoseksuele mannen op leeftijd. Valse nichten, met geheimen en stoute streken: ‘Een dag was ik er zo pissig van geworden dat ik me afrukte boven de aardappelpuree. Fernand had er niets van gemerkt en heeft het met die beate kop van hem volledig opgeslokt.’ Het zijn beelden waarvan je je achteraf afvraagt of je ze misschien liever niet gelezen had, maar ze tekenen de voortvarendheid van Dangre. Hij stopte Maartse kamers verder vol met verwijzingen naar Marcel Proust en schiep een tragisch oudemannenverhaal.

Misschien was dat laatste (oude mannen zijn nu eenmaal onhip) de reden dat de roman ondanks lovende recensies geen verkoopsucces werd. De dit voorjaar verschijnende roman De idioot en de tederheid moet dat goed gaan maken: volgens de uitgever is het de geschiedenis van een kruideniersgezin dat gebukt gaat onder een gewelddadige vader – daar zit nog steeds niets navelstaarderigs aan. Het zou een echte roman zijn, met echte zinnen van een echte stilist. Die bovendien niet meer publiceert onder zijn toch wat onpersoonlijk ogende voorletters Y.M., maar met zijn hele voornaam: Yannick. En dat soort dingen kunnen net het verschil maken.