Gebruik de stad als sportschool

Meer sporten, dat wil iedereen in januari. Maar wéér een ongebruikt sportlidmaatschap - liever niet. Ga gewoon naar buiten. Wild sporten is hot.

Als je een roltrap oprent die naar beneden rolt, dan is dat zwaar. Als die roltrap 43 meter lang is, dan denk je halverwege dat je het niet gaat halen. Maar je moet door. Als je stopt, ben je verloren. Dan rol je onherroepelijk achteruit de diepte in. Dus moet je rennen, rennen, rennen, tot je naar ademhappend met verzuurde bovenbenen boven staat.

Dat kan alleen in de Rotterdamse Maastunnel. Die heeft de langste roltrappen van Nederland. (Tot vorig jaar dan, toen in de Amsterdamse metro een net iets langere roltrap kwam.) Het is een mooie, oude roltrap, met houten treden.

Januari is traditioneel een sportmaand. De reeds sportende Rotterdammers krijgen gezelschap van stadgenoten die zich hebben voorgenomen 2016 meer te gaan bewegen. Dat kan in een sportclub, op een voetbalveld of in een zwembad. Maar je kunt ook je stad als sportterrein zien. En dat doen veel Rotterdammers.

Kijk maar om je heen. Op een druiligere dinsdagochtend stiefelen zeven dames langs de Kralingse plas. Allen hoofddoeken, lange jassen tot over de knie en stevige sportschoenen. Het wandeltempo ligt hoog, al weerhoudt hen dat niet van praten en lachen. Ze doen dat drie keer per week.

Als je tijd hebt en even wacht, zie je alles voorbij draven. Keurige Kralingse dames in de nieuwste sportoutfit. Snelle joggers die op hun horloge tijd, tempo en hartslag bijhouden. Voor het Chinese heertje dat trouw elke dag snelwandelt, moet je vroeg op staan. Hij groet met een kleine buiging.

Zo gaat het door de hele stad. Het Zuiderpark, het Euromastpark, het Vroesepark, het Bergsche bos zijn favoriete plekken. Maar ook onder viaducten zie je mensen zich opdrukken. Of als een krab over de grond bewegen. Of als een kikker heen en weer springen. Groenstroken, zoals langs de Heemraadsingel, zijn geliefde sportplekken, de bankjes langs het water ideaal om de buikspieren te trainen. Op sintelbanen joggen mensen van verschillende leeftijd, zwaarte en fitheid. Sommigen hebben een eigen coach weten te strikken, anderen sporten met vrienden of alleen.

Terug naar de ingang van de Maastunnel. Daar wacht Leon Dronkers van The Bootcamp Club Zuid-Holland-Zuid op zijn mensen. Ze hebben zich ingeschreven voor de ‘high intensity bootcamp’. Er is ook ‘medium’ en ‘low’. Via internet schrijf je je in voor een training naar keuze. Elke dag zijn er allerlei mogelijkheden, op verschillende plekken in de stad. Inschrijven voor ‘high’ betekent: Niet zeuren als het zwaar is.

Er zijn veel organisaties die inspelen op het toenemende enthousiasme voor bootcampachtige trainingen: een combinatie van hardlopen, intervaltrainingen en fitnessoefeningen in een park, bos of stad. In elk geval buiten. De training doe je in een groep en duurt een uur of vijf kwartier. Er is een explosie aan fitnessbootcampers. The Bootcamp Club was in 2009 een van de eerste en de grootste.

Buitensporten is prettig, niet snel saai en samen sporten gezelliger. Bovendien is er een trainer bij die je uitdaagt en op techniek let. Bij de meeste trainingen gebruiken de trainers attributen die de stad biedt. Kent u bijvoorbeeld de houten luchtsingel bij het Centraal Station? Ideaal om op en af te rennen. Ook een paar keer met twee benen tegelijk omhoog springen. En daarna kruipend op handen en voeten naar beneden. De perfecte work-out voor de schouders.

De groep van Leon draaft over de Maaskade. Knieën hoog. Daarna hielen naar de billen. Armen loszwaaien. Na de warming-up stopt hij bij een heuphoog muurtje.

„Je springt erop en er weer af”, roept Leon, en doet het even soepel voor. Met twee benen tegelijk. Een minuutje maar. Daarna een minuut opdrukken met je voeten op dat muurtje. Wouter springt in een keer op het muurtje, maar hij is dan ook zo’n twee meter lang. De rest kreunt.

„We doen dit drie keer”, roept Leon enthousiast. Nog meer gezucht en gesteun.

Na een minuut of tien draaft de groep weer terug, over de kade. Schepen glimmen in het zachte licht. Een politieauto rijdt stapvoets langs. Naast een perfecte plek om te trainen worden hier ook wel eens schimmige dealtjes gesloten. De vrijende paartjes in de geparkeerde auto laten ze met rust.

We gaan sprinten. Zo hard als je kunt rennen tot de eerste lantaarnpaal, en terug joggen. Dan tot de tweede, terug joggen. Tot de tiende lantaarnpaal. Bij de vierde weet je weer waarom dit ook wel suicide-drill wordt genoemd.

We dalen de roltrappen af. Fietsers en wandelaars kunnen via de Maastunnel van noord naar zuid. De tunnel is ook de perfecte sport accommodatie. „Tot het zwarte rooster”, roept Leon. „Iedereen tegen de muur.” Benen in een hoek van negentig graden, rug tegen de muur, bedoelt hij. Klinkt als een relaxte houding maar dat is het niet. Zeker niet als je het een minuut moet volhouden en dan een minuut opdrukken. En daar komt het: „Jongens, dit doen we drie keer”, roept Leon. Gezucht. Gesteun. Binnenmonds gevloek.

We hebben onmetelijk geluk. De roltraptoezichthouder verbiedt hardlopen op een rollende roltrap. Het mag wel op de stilstaande trap, maar die wordt net gerenoveerd.

Leon weet iets anders. Buiten ligt een grote stapel stenen, waarmee de kade wordt geplaveid. „Maak tweetallen en pak per twee mensen een steen” roept hij. De een houdt de steen met gestrekte handen voor zich. De ander maakt jumping jacks, een oefening waarbij flink wordt gesprongen. De keien wegen kilo’s en er wordt weer gezucht en gelachen.

Na de keienoefening is de cooling down. We kunnen gaan. Zwarte handen van de vloer in de tunnel. Nat van de miezer die halverwege begon. Maar met een goed gevoel. Al zullen sommigen bij het opstaan de Maastunnel vervloeken.