De Dordtse wobber blijft toeslaan

3,9 miljoen wil hij er indienen: informatieverzoeken aan de gemeente Dordrecht. Uit wraak. De gemeente moet elke keer antwoorden. En de rechter kan hem niet stoppen.

Een ambtenaar van de gemeente Dordrecht met een stapel Wob-verzoeken van Mustafa Karasahin. Foto Merlin Daleman

Dordrecht was gewaarschuwd. Hij, Mustafa Karasahin, zou blijven strijden en nooit door de knieën gaan. Als de gemeente zijn huurpanden afpakt op grond van belachelijk strenge huurregels, dan pakt hij de gemeente terug.

Dat was 2008. Acht jaar later heeft Karasahin enkele duizenden verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) aan Dordrecht gestuurd. De behandeling ervan heeft de gemeente meer dan een miljoen euro aan mankracht gekost. De rechter bond Karasahin eerst aan een maximum van tien brieven per maand, en toen hij bleef doorschrijven aan een quotum van twee. De gemeente heeft hem in februari vorig jaar zestien dagen mogen vastzetten in een cel. Ook nu hangt hem een gijzeling boven het hoofd, van twaalf dagen ditmaal.

Maar Karasahin schrijft door. Meer dan ooit, want hij is bozer dan ooit. Ook het laatste van zijn 39 huurpanden is hem afgelopen zomer afgenomen. Hij heeft daarom een nieuw streven: het indienen van 3,9 miljoen Wob-verzoeken en bezwaarschriften tegen de gemeente. Honderdduizend brieven per afgepakt pand. De teller staat nu, met augustus 2015 als nieuw startpunt, op 1.050 brieven.

Misbruik van de wet

Wob-verzoeken die hij direct richt aan Dordrecht, leiden tot een verblijf achter de tralies. Dus stuurt Karasahin het gros van zijn brieven nu naar de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, in de hoop dat die ze doorstuurt naar de gemeente. De omgevingsdienst, die de milieutaken uitvoert voor zeventien gemeenten waaronder Dordrecht, is vanwege de toestroom van brieven pal voor Kerst naar de rechter gestapt. Die heeft Karasahin gebonden aan een maximum van twee Wob-verzoeken per maand.

De rechter spreekt van misbruik van de Wet openbaarheid van bestuur, zo blijkt uit zijn uitspraak van 23 december. Toch staat de omgevingsdienst machteloos, want de Wet openbaarheid van bestuur verplicht overheden elk verzoek om informatie in behandeling te nemen. Ook de verzoeken die Karasahins maandelijkse maximum te boven gaan.

De Raad van State heeft dat nog eens bevestigd in een uitspraak half december. Immers, zo dicteert de Wob: het opvragen van overheidsinformatie is een fundamenteel, democratisch recht.

Van ons allemaal

„De overheid is van ons allemaal. Op die gedachte is de Wet openbaarheid van bestuur gebaseerd”, zegt jurist Arjo Buurma van adviesbureau Vijverberg. „Je hoeft dan ook geen reden op te geven voor het indienen van een Wob-verzoek.”

Iedere burger, dus ook Karasahin, heeft in beginsel een redelijk belang bij het opvragen van informatie, zegt ook persrechter Catelijne van Breevoort van de rechtbank Rotterdam. „Je kunt als overheid dus niet op voorhand zeggen: dit is misbruik van recht.”

De omgevingsdienst, en ook de gemeente en provincie, moeten elk van Karasahins Wob-verzoeken op z’n minst lezen, beoordelen en schriftelijk afwijzen. Tegen elke afwijzing mag bezwaar worden aangetekend, een mogelijkheid die Karasahin benut. „Natuurlijk”, zegt hij. „Altijd.”

De rechter erkent dat de huidige wetgeving de omgevingsdienst niet echt helpt, zo blijkt uit zijn uitspraak van 23 december. „Ingrijpen van de wetgever lijkt onontbeerlijk.”

Er is een wet in aantocht die de Wob kan vervangen. Initiatiefnemers GroenLinks en D66 hopen die snel in stemming te brengen. Hun wetsvoorstel bevat een antimisbruikbepaling. Kort samengevat: de overheid mag besluiten een Wob-verzoek niet te behandelen als de indiener kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie.

„Tegen zo’n besluit kun je natuurlijk in bezwaar gaan”, zegt D66-Kamerlid Steven van Weyenberg.

Het valt niet uit te sluiten dat Karasahin dat inderdaad doet.