Hitsige dino’s krasten in de grond

Bijzondere krassen in de grond zijn gemaakt door dinosauriërs, 100 miljoen jaar geleden. Het moeten sporen van baltsgedrag zijn, precies zoals vogels doen.

Tekening van baltsende dino’s, op basis van 100 miljoen jaar oude schraapsporen in zandsteen. Tekening Xing Lida en Yujiang Han

Hitsige dino’s schrapen met hun poten over de grond. Hun tenen trekken diepe sporen, soms wel twee meter lang. Zand stuift omhoog. Indrukwekkend? Dat bepaalt het toekijkende vrouwtje. Als het gekrabbel haar bevalt, mag een mannetje met haar paren.

Zo moet het zijn gegaan, 100 miljoen jaar geleden (Krijtperiode) in Colorado. Paleontologen hebben daar in zandsteen verschillende versteende krassen gevonden, schrijven zij donderdag in Scientific Reports. De krassen zijn gemaakt door vleesetende dino’s die over de grond schraapten om vrouwtjes te imponeren, denken de onderzoekers. Sommige moderne vogels – de levende nazaten van dinosauriërs – baltsen nog steeds op deze manier. Als de interpretatie van de onderzoekers klopt, zijn dit de eerste fossiele sporen van een baltsritueel.

De paleontologen vonden meer dan 70 krassen in het zandsteen, op vier verschillende plekken. In sommige krassen zijn de drietenige voetafdrukken van een theropode dino bewaard gebleven. Theropoden zijn een groep van tweebenige dino’s, zoals de bekende vleeseters Tyrannosaurus en Velociraptor. Vogels zijn de enige nog levende theropode dino’s.

„Dit is een overtuigend en leuk onderzoek”, zegt Anne Schulp, paleontoloog bij Naturalis. Schulp is betrokken bij de opgraving van een Tyrannosaurus in de VS. „Dit soort sporen laat zien dat het projecteren van vogelgedrag op vleesetende dino’s daadwerkelijk hout snijdt.”

Onderzoekers Ken Cart en Martin Lockley knielen bij dino-krassen in Colorado. Foto Martin Lockley

„Het was meteen duidelijk dat dit graafsporen van dinosauriërs waren”, zegt Martin Lockley, eerste auteur en emeritus hoogleraar aan de University of Colorado. Het viel Lockley op hoe diep en groot de sporen zijn. „Deze theropoden barstten van de energie. Ze waren door het dolle heen.”

Lange tijd wisten Lockley en zijn team niet welk gedrag bij de sporen hoorde. Er zijn geen nesten of eierschalen in de buurt gevonden, dus het is onwaarschijnlijk dat de dino’s groeven om een nest te bouwen. De dieren groeven ook niet naar water. Opkomend grondwater zou de sporen hebben weggespoeld. En het zijn ook geen markeringen. Grote katten plassen soms over geschraapte grond om hun territorium af te bakenen. De urine van dino’s en vogels is niet zo vluchtig als van zoogdieren: ze plassen een witte smurrie.

„Toen we in de literatuur zochten naar schraapgedrag bij vogels kwamen we uit bij baltsgedrag”, zegt Lockley. De dinosporen lijken sprekend op de sporen die papegaaiduikers en struisvogels in het paarseizoen achterlaten. De mannetjes schoppen afwisselend hun poten naar achter, waarna er twee parallelle schraapsporen overblijven. Meer vogels doen dit, maar baltssporen worden zelden beschreven. Ornithologen zijn meer geïnteresseerd in het baltsritueel zelf dan in de omgewoelde grond die achterblijft. Lockley: „Dit bewijst dat baltsgedrag minstens 100 miljoen jaar oud is.”

Baltsende en schrapende dwergplevier:

Omdat dit sporen zijn en geen botten, mogen de fossielen officieel niet aan één diersoort worden toegeschreven. Toch heeft Lockley een maker op het oog: Acrocanthosaurus. Met een maximale lengte van elf meter en een massa van 6 ton stond Acrocanthosaurus 100 miljoen jaar geleden aan de top van de voedselketen (Tyrannosaurus rex leefde later, aan het einde van het Krijt). De makers van de sporen in Colorado waren wel iets kleiner: ongeveer twee tot vijf meter lang.