‘Als ik niet zing, word ik onrustig’

Deirdre Angenent

Ze werd docent Nederlands, maar koos voor het operavak. Ooit hoopt Deirdre Angenent (31) te zingen in Bayreuth.

Foto Maurice Lammerts van Bueren

Deirdre Angenent (Linden, 1984) is operazangeres. Thuis was een muziekinstrument verplicht. Eerst blokfluit, daarna viool („een fiasco”) daarna saxofoon en pas ten slotte zang. Haar vader dirigeerde het kerkkoor en zong, net als haar moeder, in het Bachkoor Nijmegen. „Mijn broer, zusje en ik mochten vaak mee naar repetities en uitvoeringen in de passietijd, weliswaar met een stripboek. Dat vonden we leuk omdat we mochten opblijven en bitterballen kregen na afloop.”

Deirdres relatie met het podium was al jong duidelijk. Dansjes, muziekvoorstellingen of toneelstukjes op school: ze stond vooraan. De toneelschool dan? Nee, uit praktische overwegingen volgde ze na de middelbare school eerst de docentenopleiding Nederlands, terwijl de logopediste werkte aan haar heesheid – waardoor ze uiteindelijk alsnog werd aangenomen op het conservatorium.

„Ik heb die docentenopleiding wel afgemaakt en zelfs nog een jaar voor de klas gestaan”, vertelt ze. „Dat kon ik goed en ik vond het leuk, maar de innerlijke drang om te zingen werd sterker en is nooit meer weggegaan. De keerzijde is dat ik een enorme onrust voel als ik niet zing.”

Het operavak is zwaar en hard. „Je kweekt een olifantenhuid voor afwijzingen en teleurstellingen, die je op het podium dan weer moet kunnen afleggen om juist alles van jezelf te geven”, zegt ze. Maar gelukkig is er van afwijzingen momenteel weinig sprake. Het winnen van de Grand Prix de L’Opera de Bucharest in augustus 2015 gaf haar carrière nogmaals een boost na al eerdere triomfen als de finale van het IVC Den Bosch in 2014. Ook de feedback die ze kreeg na de Elizabeth Connell Competitie in Sydney afgelopen zomer, van legendarische muziekkenners als Richard Bonynge en Fiona Janes, waren een „steun en bevestiging van de gekozen weg”.

De vruchten van jaren hard werken

Voor 2016 staan er rollen als Venus in Wagners Tannhäuser (Seoul) en Ismene in Traetta’s Antigona (NL, Opera Trionfo) op de agenda, met voor 2017 ijzers in het vuur bij De Nationale Opera en een belangrijk operahuis in Duitsland. „Het voelt alsof ik de vruchten mag plukken van jaren hard werken”, lacht ze.

Intussen zijn er thuis ook de hectiek van een jong gezin, yoga om bij te komen, de drive haar stem steeds verder te ontwikkelen. Het raadsel van zangers: waar het pad heen voert, is nooit helemaal helder. Angenent begon zelf als alt/mezzo, en won langzaam in het hoge register. „Momenteel focus ik me op het ‘tussenvak’: hoog mezzorepertoire en laag sopraanrepertoire”, zegt ze. „Het is aannemelijk dat mijn stem zich zal ontwikkelen richting dramatische sopraan, maar dat heeft veel tijd nodig. Tot die tijd zijn er ook heel veel prachtige rollen te zingen, zoals Komponist in Ariadne aus Naxos of Donna Elvira in Don Giovanni.”

Rolmodellen? Wat een rotvraag, lacht ze. „Maar ik was pas bij het recital van sopraan Helen Donath (75). De levensvreugde en mentaliteit die zij uitstraalde waren even onwerkelijk als bewonderenswaardig. Als zanger ben je in eerste instantie mens en er zijn echt meer dingen om je druk over te maken behalve ‘de plaatsing van je consonanten’ en ‘je ademhalingstechniek’.”

Sowieso is het als zanger lastig je in je sterrendom te verliezen. Na het winnen van die belangrijke eerste prijs, de loftuitingen en de champagne zat Angenent om twee uur ’s nachts gewoon een tosti te eten in haar hotel. Alleen. In een rokerige lobby ook nog, want: Boekarest.

„Maar dan nog. Op hoog niveau zingen is mijn eerste doel. Met inspirerende mensen om me heen om zelf ook collegae en publiek te kunnen inspireren. En als dat, ooit, op het podium van het Festspielhaus in Bayreuth mag zijn, heel graag!”