‘Absurde Arabische obsessie met Iran’

Diepgewortelde angst voor Iraanse omsingeling bepaalt het beleid van Saoedi-Arabië. Het daadkrachtige koningshuis is plotseling populairder dan ooit.

Een foto van koning Salman van Saoedi-Arabië hangt in een fotozaak in Riad. Veel Saoediërs zijn enthousiast over het buitenlandbeleid van de nieuwe koning. FOTO: Tomas Munita/HH

Iran beschuldigt Saoedi-Arabië ervan zijn ambassade in Jemen te hebben gebombardeerd. Een woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken sprak donderdag van een „opzettelijke” Saoedische aanval, waarbij het gebouw deels beschadigd is en enkele bewakers gewond zijn geraakt.

Volgens ooggetuigen is de ambassade zelf echter getroffen noch beschadigd. De bom viel een paar honderd meter verderop. De bewakers zouden geraakt zijn door rondvliegend puin. Het is niet duidelijk of er opzet in het spel was; de Saoedische luchtaanvallen in Jemen zijn lang niet altijd accuraat.

Hoe dan ook is dit het zoveelste incident in het conflict tussen de twee regionale rivalen, dat zaterdag begon met de executie van de shi’itische geestelijke Nimr al-Nimr in Saoedi-Arabië. In het Westen werd de executie uitgelegd als een provocatie, die de sektarische spanningen in het Midden-Oosten aanwakkert – tot woede van veel Saoediërs.

Zelf vinden ze dat het recht heeft gezegevierd, zegt Paul Aarts, oud-docent internationale betrekking aan de Universiteit van Amsterdam die met NRC-columnist Carolien Roelants het boek Saoedi-Arabië. De revolutie die nog moet komen schreef.

„Al-Nimr was in hun ogen een gevaarlijke terrorist, een pion van Iran.”

Aarts is net terug van een bezoek aan Saoedi-Arabië; hij vloog terug op de dag dat Al-Nimr terecht werd gesteld. In twee weken tijd sprak hij onder meer met advocaten, zakenvrouwen, journalisten, advocaten, een bankier en een prinses. Hoewel hij het land vaker bezocht, schrok hij toch van de „absurde obsessie” met vermeend Iraans expansionisme.

Saoediërs voelen zich omsingeld

„Bijna iedereen is ervan overtuigd dat Saoedi-Arabië is omsingeld door Iran”, zegt Aarts. „Dat zit zo diep.” Hij vertelt dat sommige gesprekspartners zelfs de kaart erbij pakten en wezen naar de shi’itische Houthi-rebellen in Jemen, de door Iran gesteunde milities in Irak, Hezbollah in Libanon, en de Iraanse steun voor de Syrische president Assad. „Alleen een Iraanse overname van Bahrein hebben we net op tijd kunnen voorkomen, zeiden ze.” Daar stuurde Saoedi-Arabië in 2011 tanks naar toe om het koningshuis bij te staan bij het onderdrukken van protesten van de shi’itische meerderheid.

Aarts ziet de executie van Al-Nimr als een poging Iran te provoceren. „Niet om een directe confrontatie uit te lokken. Maar wel om Iran te verleiden tot roekeloze acties, zoals de bestorming van de Saoedische ambassade, waardoor het in een kwaad daglicht komt te staan en niet door het Westen wordt gezien als een betrouwbare gesprekspartner.”

De overgrote meerderheid van de Saoediërs is erg enthousiast over het agressieve buitenlandbeleid van de nieuwe koning Salman. De interventie in Jemen zien ze als noodzakelijk om het expansionisme van Iran een halt toe te roepen. Saoedische media berichten niet over de vele burgerdoden die vallen bij Saoedische bombardementen, de omvangrijke verwoesting en de humanitaire crisis.

„Wat mensen vooral meekrijgen, zijn beschietingen door de Houthi’s van Saoedische dorpjes in het zuiden”, zegt Aarts.

„Ze zijn ervan overtuigd dat de Houthi’s volledig gesteund worden door Iran, en dat ze proberen het zuiden van Saoedi-Arabië te infiltreren. Maar dat is onzin.”

Als er in Saoedi-Arabië al kritiek is op de oorlog in Jemen, dan is het om economische redenen en niet om politieke. Want de interventie drukt zwaar op de Saoedische begroting, die dit jaar uitkomt op een tekort van 87 miljard dollar. De oorlogsinspanningen kosten 200 miljoen dollar per dag, oftewel 6 miljard per maand. „Toch vechten de Saoediërs voorlopig gewoon door”, zegt Aarts. „Ze zitten in een oorlogsroes.”

Om de begroting in lijn te brengen met de lage olieprijs en de hoge kosten van de oorlog, heeft Saoedi-Arabië de prijs van benzine, water en stroom verhoogd – impopulaire beslissingen in een land dat gewend is aan overheidssubsidies. Toch heeft Aarts niet gemerkt dat er kritiek is op de bezuinigingen. „Mensen met weinig geld worden ontzien, alleen de verhoging van de benzineprijs – 50 procent voor normaal, 65 procent voor premium – geldt voor iedereen. Maar die bedraagt nog steeds maar een paar dubbeltjes.”

Bovendien heeft de Saoedische regering veel aan verwachtingsmanagement gedaan. „De bezuinigingen zijn lang geleden aangekondigd. De regering verdedigt ze door te wijzen op de lage olieprijs en de strijd tegen Iran in Jemen en Syrië. Daardoor klagen mensen niet zo snel.”

Aarts was verbijsterd over het enthousiasme over Mohammed bin Salman, de jonge zoon van de koning, die als minister van Defensie en voorzitter van de machtige Raad voor Economie en Ontwikkeling grotendeels het beleid bepaalt. „Ik sprak enkelen die aanwezig waren op een door Salman geleide workshop voor onder anderen zakenlieden en leden van de shura. De prins gaf een presentatie, zelfs met enig charisma, waarin hij uitlegde dat de lage olieprijs een kans was om de economie te diversifiëren en de particuliere sector te stimuleren. Hij wil het land leiden als een bedrijf. Zo heeft hij voor elke minister key performance indicators geformuleerd, waaraan hij ze persoonlijk zal houden.”

Deze daadkrachtige mentaliteit, we gaan de boel eindelijk eens aanpakken, maakt ontzettend veel enthousiasme los, zegt Aarts.

„Ik heb maar één persoon gesproken die zei: ‘Dit gaat nooit lukken, dit land is geen bedrijf. Salman heeft te veel ambities, hij wil te snel hervormen. We hebben daar niet genoeg gekwalificeerde arbeidskrachten voor. Dit gaat uitdraaien op een grote teleurstelling’.”