‘2 nachten vuurwerk maakt meer ogen stuk dan 4 jaar oorlog in Irak en Afghanistan’

Dat meldde het Oogziekenhuis Rotterdam deze week in een veel geciteerd persbericht.

Foto Koen van Weel/ANP

De aanleiding

Consumentenvuurwerk zorgt voor veel gewonden. Dat wilde Het Oogziekenhuis Rotterdam nog eens benadrukken, in een persbericht dat op Nieuwjaarsdag verstuurd werd. Het bevatte een opmerkelijke vergelijking, die her en der werd overgenomen, zoals op de sites van Metro, Trouw en het Reformatorisch Dagblad. De vergelijking luidde: „In Nederland krijgen we het voor elkaar om in twee nachten door vuurwerk meer oogletsels te veroorzaken dan alle 512 oogtrauma’s opgelopen door Amerikaanse troepen gedurende vier jaar militaire vijandelijkheden in Irak en Afghanistan.” Dat checken we.

Waar is het op gebaseerd?

We vragen woordvoerder Robert Spiering van Het Oogziekenhuis Rotterdam naar de herkomst van de getallen. Het aantal oogletsels door vuurwerk, vertelt hij, is afkomstig van het Nederlands Oogheelkundig Genootschap (NOG). Over de afgelopen jaarwisseling gaan deze cijfers nog niet: pas over anderhalve week zal het NOG het resultaat van die telling naar buiten brengen.

Het cijfer over de ogen van Amerikaanse troepen is afkomstig uit een wetenschappelijk artikel uit 2008, naar buiten gebracht door de American Academy of Ophthalmology.

Maar waarom worden deze getallen eigenlijk met elkaar vergeleken? Oudjaarsnacht is toch nog wel iets anders dan een oorlogssituatie? Niet als je de gevolgen ziet, zegt Spiering. „De verwondingen die oogartsen als gevolg van vuurwerk te zien krijgen, zijn vergelijkbaar met oorlogswonden aan de ogen.”

En, klopt het?

Allereerst: waarom wordt er gesproken over twee nachten? Worden de meeste vuurwerkgerelateerde oogletsels niet in één nacht opgelopen, namelijk Oudjaarsnacht? Dat begrijpen we verkeerd, zegt Spiering: voor die „twee nachten” is het de bedoeling dat we twee jaarwisselingen bij elkaar optellen. Tijdens de jaarwisselingen waar het begin van 2014 en 2015 gevierd werden, waren dat er samen 572 (311 in 2013-2014 en 261 in 2014-2015). Tel je twee andere jaarwisselingen bij elkaar op, uit de periode 2008 tot 2015, dan kom je op vergelijkbare getallen , tussen de 560 en 670. Nota bene: het gaat hier om het aantal ogen dat letsel opgelopen heeft. Niet om het aantal patiënten dat met oogletsel medische hulp heeft gezocht. Wanneer iemand dus door één rotje aan twee ogen gewond is geraakt, telt dat mee voor twee oogtrauma’s.

Klopt het dus dat twee jaar vuurwerk in Nederland inderdaad meer ogen stuk maakt dan vier jaar oorlog? Nou, met het Amerikaanse cijfer is wel een klein probleempje. Het wetenschappelijke artikel waarnaar wordt verwezen, spreekt niet over 512, maar over 523 oogtrauma’s. Die letsels zijn opgelopen tussen maart 2003 en oktober 2006. (Strikt gesproken kun je dat misschien beter drieënhalf dan vier jaar noemen.) Dat verschil berust niet op een andere telling, maar op een vergissing, laat woordvoerder Spiering weten.

Vergelijk je de aantallen patiënten in plaats van letsels, dan kom je overigens op dezelfde uitkomst uit. 387 militairen hadden oogletsel, en bij twee opgetelde jaarwisselingen telkens ruim 450 vuurwerkslachtoffers.

Conclusie

Er is een beetje retorisch gesjoemeld met de cijfers, vinden we, doordat twee jaarwisselingen bij elkaar opgeteld worden. Transparanter zou zijn om te spreken van „twee jaarwisselingen”. Maar vuurwerk veroorzaakt inderdaad meer oogschade, als je de verwondingen bij twee jaarwisselingen vergelijkt met het aantal oogletsels bij Amerikaanse militairen in Irak en Afghanistan in 2003-2006. Dat waren er echter niet 512, maar 523. Daarom beoordelen we de stelling als grotendeels waar.