Zonder smug is zo moeilijk

Pieter van Os bericht over gekrakeel in de kunst.

In een geweldige aflevering van South Park spelen de makers met de Engelse woorden ‘smog’, en ‘smug’. De vader van de tienjarige Kyle Broflovski heeft een hybride auto gekocht en laat iedereen weten dat hij goed bezig is. Hij roept naar een buurman: „Ik heb besloten dat ik deel wil zijn van de oplossing, niet van het probleem!” Kyle, zijn zoon, moet nepboetes uitdelen aan dorpsgenoten in benzineslurpende SUV’s. Hij is diep ongelukkig. Hij ziet hoe de zelfgenoegzaamheid van zijn vader, zijn ‘smug’, de ‘smog’ overstijgt die de milieuvriendelijke auto uitspaart. De smug is groter dan de smog; weg milieuvoordelen.

Als acteur George Clooney ook nog eens een Oscar wint, brengt zijn acceptatiespeech zoveel smug in de lucht dat South Park bijna ten onder gaat in een ‘smugstorm’. San Francisco, mekka van zelfgenoegzame do-gooders, verdwijnt van de aardbodem. 

Iedereen kent een vader Broflovski. Als oom, neef, echtgenoot. In de Nederlandse kunstwereld vervult Jonas Staal deze rol. Met verve. De man maakte naam en is zeer geliefd bij subsidieverlenende instanties als het Mondriaan Fonds, vanwege zijn politiek activisme dat hij als kunst presenteert. Zijn meest recente werk is een parlementsgebouw voor de niet-bestaande Koerdische staat, in het Syrische Derîk. Een jaar eerder bestond zijn kunst uit steun voor een gewelddadige afscheidingsbeweging van Toearegs in Mali.

In NRC Handelsblad verklaarde hij geen kunst te willen maken „binnen een zogeheten democratie” maar die democratie mede vorm te willen geven. Ik zie niet hoe hij dat artistiek interessant doet. Zijn werk heeft niets dat kunst waarde verschaft, zoals ambivalentie, schoonheid, confrontatie... Staal heeft alleen verdienste als activist die het romantisch aura van de kunstenaar inzet tegen de reëel bestaande democratie, die hij verfoeit, uiteraard.

In het bergachtige South Park komen de inwoners tot de conclusie: benzineslurpende auto’s zijn oké. Dit tot teleurstelling van Kyle. Nee, zegt die, jullie moeten wél in een hybride auto rijden, „maar doe dat gewoon zonder op te scheppen. Kunnen jullie dat?”

De stemming wordt somber. Een wijze burger zegt, sip en vol zelfkennis: „Ik vrees het niet.” Een dorpsgenoot kijkt Kyle droevig aan: „Te moeilijk.”

Staal zal het ook niet kunnen. Want als hij zich zonder artistieke pretenties in zou zetten voor het Koerdisch nationalisme, verdwijnt hij zelf uit beeld. Alleen de zaak blijft dan over, gesteund door hem, guerrillastrijders, enkele ngo’s, en misschien een paar buitenlandse overheden. En zijn kunst? Dat is het juist: die maakte hij toch al niet. Smug is zijn werk.