Column

Wil Nederland niet meer zo naïef zijn?

Menno Tamminga vervangt deze week Maarten Schinkel.

Opeens sloeg de stemming om. In 2007 waren Nederlandse politici nog massaal in de ban van het grenzenloze liberalisme waarin de overname van de grootste bank, ABN Amro, als gegeven werd beschouwd. De wetten van de vrijhandelseconomie moesten nageleefd worden. Hier had de overheid geen taak. De Nederlandsche Bank zou er wel voor zorgen dat er geen ongelukken gebeurden.

Nederland keek destijds met verbazing en weerzin naar landen als de Verenigde Staten en Frankrijk met hun (in)formele belemmeringen tegen buitenlandse overnames, zoals bij bedrijven die relevant zijn voor nationale veiligheid. Frankrijk vond Danone (yoghurt, babyvoeding) overigens ook van nationaal strategisch belang.

Nederland dacht toen dat andere landen zich zouden bekeren tot ons liberalisme, maar het liep radicaal anders. Een jaar na de ABN Amro-overname brak de kredietcrisis uit. Overheden bleken opeens onmisbaar om het financiële stelsel te stutten. De opmars van China en diens verlangen naar grondstoffen en moderne technologie zorgden voor een ommezwaai in de opvattingen. Wees niet naïef, was het nieuwe credo. Verkijk je niet op landen met staatskapitalisme: de overheid is achter de schermen de machtigste aandeelhouder.

Toen kwamen onthullingen over afluisterpraktijken van de Amerikaanse spionagedienst NSA. Zo kwetsbaar zijn we. Telecommunicatie is sindsdien niet alleen handelswaar, maar ook vitale infrastructuur. Het mislukte overnamebod van de Mexicaanse miljardair Carlos Slim op KPN gaf Nederlandse politici het laatste zetje om de veiligheidsrisico’s van buitenlandse overnames in kaart te brengen.

Ambtenaren gingen aan de slag. De interdepartementale werkgroep economische veiligheid werd opgericht met mensen van inmiddels zes ministeries, de veiligheidsdiensten AIVD en MIVD (defensie) én werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Men werkt in stilte. De ministers Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) en Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) sturen zo nu en dan een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer. Deze week viel er weer een in de bus.

De werkgroep blijkt twee sectoren (primaire waterkeringen en energie) te hebben doorgelicht op hun kwetsbaarheid voor buitenlandse investeerders met snode plannen. Het goede nieuws is dat de overheid in beide sectoren de aandeelhouder is van de infrastructuur. Gaat u dus rustig slapen. Zwakke punten worden aangepakt. Ook andere, niet nader genoemde vitale sectoren gaat de werkgroep nog doorlichten. Verder laat men onderzoek doen of buitenlandse aandeelhouders van Nederlandse bedrijven toegang hebben tot (vertrouwelijke) informatie die gevolgen heeft voor onze veiligheid.

Maar wat staat niet in de voortgangsbrief?

Minister Kamp werkt, meldde hij in de zomer van 2014, aan aparte wetgeving om buitenlandse investeerders te toetsen op het gevaar voor onze economische veiligheid. Een wetsvoorstel zou voorjaar 2015 volgen. Inmiddels zijn ook Stork (defensieleverancier) en Ziggo (kabel/telecom) verkocht aan buitenlandse investeerders. Energiebedrijven Eneco en Delta lopen een vergelijkbaar risico.

De tijd dringt; er is toch geen kink in de kabel?