Wie kijkt er nog naar een dood kind?

Jarenlang was de naakte kindermummie het icoon van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Maar in de nieuwe opstelling keert hij niet terug. Te naakt, te kwetsbaar, niet functioneel.

De kindermummie in het depot van het museum.

Hij ligt in een grote kartonnen doos, zonder deksel, in een open kast. Zijn gelaat is verfijnd, zijn ogen zijn geloken, zijn kin rust op de borst.

Hij is een kind, een kleuter nog. Hij is niet langer dan tachtig centimeter. Boven en naast hem liggen grotere mummies.

Enkele maanden geleden, voor de verbouwing van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden begon, lag de kindermummie nog in het museum, in een vitrine, spotlicht op zijn lichaam. Nog langer geleden pronkte hij op affiches en vlogen de ansichtkaarten met zijn afbeelding de museumwinkel uit. Ja, zeggen de medewerkers, het naakte jongetje is de populairste mummie in het museum.

Maar in de nieuwe opstelling keert hij niet terug.

De confrontatie met de naakte kwetsbaarheid van het lichaam is te groot, zegt directeur Wim Weijland over die beslissing. Maar bovenal heet de naaktheid van de kindermummie in 2016 niet langer functioneel. „We hebben geen dood kind nodig om het verhaal van het proces van mummificeren te vertellen. Het museum is geen anatomisch theater.”

En, niet onbelangrijk, ook het publiek krijgt steeds meer moeite met de naakte mummie.

Dat was niet het geval in 1828, toen het museum een grote collectie kocht. In tegenstelling tot de andere dertig mummies was het jongetje ontdaan van zijn windsels. Wat restte, was een puntgaaf lichaam – op een groot gat in zijn buik na. Daar hadden de oude Egyptenaren indertijd, ergens tussen 300 voor en 200 na Christus, zijn ingewanden uitgehaald om in een pot, een canope, te stoppen.

In 1978, toen een van de huidige conservatoren, Maarten Raven, in dienst trad, was de naakte kindermummie uitgegroeid tot een icoon en trokken duizenden bezoekers aan hem voorbij. „Daar vond niemand wat van.” Nee, ook Raven zelf niet.

De eerste veranderingen dienden zich toen wel al aan. In 1970 stelde Unesco een conventie op die zich tegen de handel in illegale voorwerpen keerde. Niet dat het jongetje illegaal is aangeschaft, haasten ze zich in het museum te zeggen, maar de conventie kondigde de op handen zijnde omslag in het denken aan. Wat kopen musea precies en van wie – daarover wordt sindsdien nadrukkelijker nagedacht.

In 1986 kwam The International Council of Museums met een ethische code. Die schreef onder meer voor dat musea zorgvuldig en respectvol met menselijke resten moesten omgaan. In het geval van mummies moesten musea zich gaan verdiepen in de opvattingen van de oude Egyptenaren.

En daar begon de schoen te wringen. Want de oude Egyptenaren hadden hun overledenen van hun ingewanden ontdaan, ingezwachteld en in een schacht gelegd om hen aan het zicht te onttrekken – niet om hen tentoon te stellen in een museum ver weg, met, in het geval van het jongetje, een spotlicht op zijn naaktheid.

Verboden te verzamelen

Voor het Rijksmuseum van Oudheden kwam het keerpunt in 2007, met de tentoonstelling Verboden te verzamelen. Het museum toonde een gemummificeerd mensenhoofd, een afgehouwen kinderpolsje en een canope met een grimassende schedel erin. En de kindermummie. „Mogen we menselijke resten laten zien of moeten we ze laten rusten? Oordeel zelf”, vroeg het museum aan de bezoekers. Eenderde zei ja, eenderde zei nee en eenderde had geen mening.

Dat zijn nogal percentages, zegt Weijland. „En er zijn sinds 2007 meer nee-stemmers bijgekomen. Ik durf te stellen dat bijna de helft van de bezoekers hem tegenwoordig niet wil zien.”

Na de expositie Verboden te verzamelen verdwenen de artefacten weer in het depot. Behalve de kindermummie, die bleef op zaal.

Tot Lara Weiss kwam.

De naakte mummie raakte haar

De 35-jarige Duitse Weiss trad in 2014 aan als conservator, als collega van de nu 62-jarige Maarten Raven, die over vijf jaar met pensioen gaat. Ze stak haar opvatting niet onder stoelen of banken. En die luidde: een mummie is een mens, geen object. En mensen moeten waardig worden tentoongesteld. „Maar ja, zoals de mummies daar lagen, tussen de canopes, sarcofagen en hiërogliefenpanelen, besefte een deel van het publiek niet eens dat het echte mensen waren.” Ook de naakte kindermummie raakte haar.

Bij Oudheden is de discussie laat op gang gekomen, erkent Weijland, zeker in vergelijking met dat andere museum in Leiden, Volkenkunde. Al is dat ook logisch: bij Volkenkunde gaat het om levende culturen, bij Oudheden om dode culturen. Die mummies kunnen toch geen amok maken.

Aanvankelijk stuitte Weiss’ opvattingen op weerstand in het museum. Maar gaandeweg gingen ze om: eerst directeur Wim Weijland, later conservator Maarten Raven, al kostte dat beduidend meer moeite. „Ik heb de mummies lang als wetenschapper bekeken en vond Lara’s ideeën te drastisch. Maar uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat het tonen van een mummie met zichtbare gelaatstrekken en ook nog eens geheel naakt niet in overeenstemming is met de algemene menselijke principes van decorum.”

Ook buiten het museum leidt het besluit om de naakte kindermummie niet in de nieuwe opstelling terug te laten keren tot kritiek. Het Leidsch Dagblad ontving een aantal ingezonden brieven en enkele leden van de vriendenvereniging van het museum zegden terstond hun lidmaatschap op. Sommigen van hen trekken de vergelijking met Zwarte Piet: na de knecht van Sinterklaas ruimen de ‘politiek correcten’ nu ook het zo geliefde jongetje van Oudheden op.

Maar de discussie over Zwarte Piet, het paneel op de Gouden Koets en, meer recent, het besluit van het Rijksmuseum in Amsterdam om termen als ‘hottentotten’, ‘negers’ en ‘eskimo’s’ van de naambordjes van schilderijen te verwijderen, is van een andere orde, meent Weijland. „Die discussie gaat over discriminatie en racisme. Onze discussie gaat over het laten zien van menselijke resten.” Al beseft hij dat veel mensen zijn besluit in dat andere licht zullen zien. „Spijtig, ja.”

Komt de kindermummie, dat jarenlange icoon, dan nooit meer terug? Zo ver wil de directeur niet gaan. Misschien in een andere context, zoals dat omfloerst heet. Een aantal beeldend kunstenaars heeft voorwerpen uit het museum geschilderd: Van Gogh maakte schetsen, Isaac Israëls nam een mummiekist als onderwerp voor een schilderij. De naakte kindermummie werd vastgelegd door Marlene Dumas.

Mocht het museum ooit de schilderijen tentoonstellen, dan zou de directeur de kindermummie naast Dumas’ schilderij leggen – met wederom een spotlicht op zijn naaktheid, ja. Weijland: „Al zullen ze me dan wel een opportunist vinden.”

Lara Weiss trekt een diepe rimpel tussen haar wenkbrauwen als ze van zo’n expositie hoort. „Dat moet per geval worden bekeken. Ik ben in principe tegen objectivering van mummies. Een mummie is een mens. Het wordt tijd dat we hem ook zo behandelen.”