We willen andere zorg dan Rutte wil

Het kabinet wil dat we meer voor onze ouders zorgen en minder voor de kinderen. Dat wordt lastig, zo heeft het SCP onderzocht.

Niemand is zo druk als de werkende man

We moeten minder voor de kinderen gaan zorgen en juist méér voor onze bejaarde ouders. Het zijn belangrijke doelen van het kabinet-Rutte: meer mensen aan het werk krijgen door de kinderopvang fors goedkoper te maken en hulpbehoevende ouderen langer thuis laten wonen door meer zorg en aandacht te verlangen van volwassen kinderen of buren. Punt is alleen: we willen het liever andersom. 

In een speciaal themanummer van het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken schrijven onderzoekers van het Sociaal- en Cultureel Planbureau (SCP) en de Universiteit Utrecht deze donderdag dat Nederlanders de zorg voor kleine kinderen graag zelf op zich nemen. 

Drie dagen crèche vinden de meeste ouders met jonge kinderen het maximum. Niet meer dan 5 procent zou vier of vijf dagen opvang willen hebben en 37 procent wil het liefst geen opvang die de overheid organiseert. Als het over ouderen gaat, zijn de cijfers opeens anders: tweederde van de Nederlanders vindt dat de zorg voor hen meer of vooral een taak is voor de overheid.

De verklaring van de onderzoekers: oude ouders wonen meestal niet bij hun volwassen kinderen in huis, waardoor het meer moeite kost om voor hen te zorgen. We zijn er ook niet aan gewend: in Nederland wordt nog steeds meer overheidsgeld uitgegeven aan zorg dan in veel andere Europese landen. En het is leuker om voor je eigen kinderen te zorgen als ze gezond zijn. De zorg voor ouders die aftakelen, noemen de onderzoekers „dikwijls pijnlijk en confronterend”.

Ze stellen voorzichtig vast dat „de opvattingen van mensen” de uitvoering van het kabinetsbeleid „mogelijk in de weg staan”. En al is het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken niet politiek, de auteurs van het artikel ‘Zorgvisies van de overheid en burgers vergeleken’ zijn scherp over het kabinet: dat ziet kinderopvang als „heilzaam” voor ouders (die dan kunnen gaan werken) en voor de ontwikkeling van kinderen. En ouderenzorg in een instelling zou een voorziening zijn waar die ouderen zelf het liefst zo weinig mogelijk mee te maken willen hebben – een claim die volgens de auteurs „niet door onderzoek wordt gesteund”.

De auteurs denken dat er ook iets anders achter zit: ouders werken vaak in deeltijd om voor hun kinderen te kunnen zorgen, dus daar valt veel te winnen voor de arbeidsmarkt. Als mensen voor hun oude ouders gaan zorgen, zijn ze meestal aan het eind van hun carrière of al met pensioen. Ze gaan er in elk geval meestal niet minder voor werken.

Mantelzorgers, vrouwen en mannen, melden zich wel eerder ziek, blijkt uit recent onderzoek. Maar dat gebeurt weer minder vaak als hun werkgever begrip toont voor hun situatie. En wat opvalt: vooral mannen vinden dat hun gezondheid lijdt onder mantelzorg.

Drukker krijgen Nederlanders het zeker. Het percentage van werkenden die ook zorgen voor hun ouders of andere naasten is tussen 2004 en 2014 gestegen van 13 naar 19 procent en het aandeel werkende moeders steeg in tien jaar van 71 naar 78 procent.

Maar het is niet zo dat moeders nu extra druk zijn door hun ‘tweede baan’: het huishouden. Die ‘second shift’, in de wetenschappelijke literatuur voorspeld voor vrouwen, is er volgens de onderzoekers ook voor werkende mannen. Zij zijn van iedereen het drukst: ze besteden per week gemiddeld 3,5 uur méér aan betaalde en onbetaalde taken dan vrouwen in dezelfde levensfase.

Volgens het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken is Nederland daarmee een uitzondering. Anders dan in het buitenland werken vrouwen in Nederland vaak niet fulltime, waardoor ze meer tijd overhouden.

De werkende mannen met kleine kinderen krijgen wel wat terug voor hun inspanningen. Druk-zijn, schrijven de onderzoekers, heeft nu veel meer status dan zo’n twintig jaar geleden. Toen gold nog: als je geld hebt, heb je veel vrije tijd. Maar juist hogeropgeleiden, met meer geld, zijn steeds meer gaan werken.

Het zijn nu vooral lageropgeleiden die tijd over hebben. „Zij weten minder goed de weg te vinden naar verlofregelingen en kinderopvang”, zegt SCP-onderzoeker Patricia van Echtelt. „En dus participeren zij minder in de samenleving. Als de overheid echt wil dat iedereen kan zorgen én werken, moet dat veranderen.”