Column

Na Keulen: je grootste vriend is niet de politie, maar pepperspray

Iedere weldenkende vrouw weet dat zij ’s avonds groepjes Noord-Afrikaanse of Arabisch uitziende jongens moet vermijden. Misschien wordt het tijd om pepperspray te legaliseren, vreest Christiaan Weijts.

Hangjongere in een tunnel. Foto ANP / Roos Koole

Nu we het in Keulen hoorden donderen zal de pepperspray wel helemáál niet meer aan te slepen zijn. Afgelopen november meldde het Duitse blad Focus al dat de vraag met 600 procent was gestegen. Omdat de spray in de meeste andere Europese landen verboden is, is de Duitse onlineverkoop een aardige barometer voor het veiligheidsgevoel van de Europese vrouw.

Na de massale aanrandingen door ‘Noord-Afrikaanse of Arabisch uitziende’ mannen, komt de burgemeester van Keulen met een gedragscode tijdens carnavalstijd. Voornaamste regel: blijf op ‘armlengte’ van groepjes Noord-Afrikaans of Arabisch uitziende mannen. En houd daarbij een busje pepperspray paraat. Nee, dat zei ze niet, want formeel mag je dat spul in Duitsland alleen tegen agressieve dieren gebruiken.

Iedereen, van linkse feminist tot rechtse macho, is nu laaiend op die Keulse burgemeester – moeten die vrouwelijke slachtoffers zich nu gaan aanpassen! – terwijl zij alleen maar samenvatte wat we al weten: de staat is geen geluksmachine en helaas nog maar heel summier een veiligheidsmachine. Dus moeten we onze eigen veiligheid organiseren. Informeel is dat allang bekend. Iedere weldenkende vrouw weet dat zij ’s avonds groepjes Noord-Afrikaanse of Arabisch uitziende jongens moet vermijden.

Formeel, volgens de wet, hebben we de vrijheid om in minirokjes te feesten, om massale vuurwerkshows en grote concerten te bezoeken, om als politicus vrij te gaan en staan waar we willen, om als cartoonist en cabaretier de lolligste geintjes te maken over Allah en zijn grote boodschapper Mohammed (vrede zij overigens met hem). Formeel, volgens de wet, mogen gemeenten vluchtelingencentra bouwen, kunnen behulpzame burgers met die vluchtelingen gaan zwemmen en koken, maar in de informele realiteit zijn die vrijheden bedreigd. Zonder de rugdekking van de rechtsstaat stelt die vrijheid niets voor.

Laten we elkaar niet voor de gek houden: de tijd van grote westerse vrijheden ligt al een decennium achter ons. Niemand weet dat beter dan de burgemeester van Keulen, die vorig jaar een moordaanslag overleefde. Met haar Verhaltenskodex doet ze niets anders dan formeel uitspreken wat informeel allang in gang is gezet.

Op informele dreiging volgen informele zelfcensuur, zelfverdediging en zelfbewapening. Helaas. En omdat je zo afstevent op eigenrichting en de anarchie van de straat is het onvermijdelijk dat we die zelfbewapening gaan legaliseren. Onze regering stimuleert het gebruik van honkbalknuppels tegen inbrekers al en zal straks ook de pepperspray aanbevelen, tot die een even vanzelfsprekend zelfbeveiligingsmiddel is als het fietsslot. U wordt verzocht uw pepperspray goed bereikbaar te houden. Er kunnen aanranders actief zijn op dit station. Herhaling van deze mededeling…

Heinrich Heine verklaarde ooit naar Nederland te verhuizen als de wereld zou vergaan, „want daar gebeurt alles vijftig jaar later”. Ik wou dat hij gelijk had.