Voormalig wonderkind

De 23-jarige Amerikaan Kit Armstrong debuteert dit jaar in de serie Meesterpianisten van het Concertgebouw. Over zijn leermeester Alfed Brendel: „Zijn invloed is heel subtiel.”

Je kunt natuurlijk niet voor eeuwig ‘de pupil van’ blijven. Niet dat Kit Armstrong het erg vindt, altijd in één adem met Alfred Brendel genoemd te worden. Armstrong heeft immers veel aan de oude klaviermeester te danken. Als timide 14-jarige jongen meldde hij zich eens backstage. Brendel had snel door: deze jongeman heeft een bijzonder muzikaal gevoel voor overzicht en subtiliteit. Vanaf dat moment werd Armstrong een van zijn (weinige) leerlingen.

Als duo zijn Brendel en Armstrong nog wel eens aan te treffen. Afgelopen september bijvoorbeeld, in de Kleine Zaal van het Concertgebouw: de inmiddels gepensioneerde pianist las passages voor uit zijn nieuwe boek over muziek, Armstrong illustreerde met korte composities. Een introvert gespeelde Nocturne van Chopin bleek inderdaad perfect gespannen. Het garandeerde samen met de grappende Brendel een gezellige avond. Maar in werkelijkheid heeft het voormalige wonderkind, geboren in Los Angeles in 1992, genoeg ervaring en bagage om als pianist het volledige podium op te eisen. Zijn debuut in maart dit jaar in de serie Meesterpianisten (de Gróte Zaal van het Concertgebouw) onderstreept dit: Armstrong speelt niet alleen de monumentale Goldbergvariaties van Bach, maar voegt een eigenzinnig voorprogramma toe met nog oudere variatiemuziek.

Hij verklaart: „De muziek van Sweelinck en John Bull werd oorspronkelijk voor het virginaal geschreven. Dat is een variant op het klavecimbel met een nog kleiner bereik aan noten. Deze muziek is van grote invloed geweest op bijvoorbeeld Bach. Bull zocht de grenzen op van het instrument én van de taal. Als hij een viertoonakkoord voorschrijft in de linkerhand, heeft dat eenzelfde impact als wanneer de twintigste-eeuwse Bartók dat doet.” Ook de muziek van Sweelinck vindt Armstrong meesterlijk: „Waar bij Bull nog rafelrandjes klinken, heeft Sweelinck totale controle over de vorm en de emoties die hij wil uitdrukken.”

Eigen podium

Zo zacht als Armstrong spreekt, zo vol vertrouwen klinken zijn Bach-interpretaties, en zo veel ambities spreken er uit zijn daden. De componerende pianist heeft bijvoorbeeld sinds 2012 een eigen podium, in de vorm van een kerk in Hirson in Picardië. Collega-musici kunnen er studeren, repeteren, concerten geven en overnachten in zes aangrenzende appartementen.

Hoe kwam hij op het idee om een kerk uit 1930 te kopen? „Ik had een heel klein beetje tijd over, en tijd moet gevuld worden.”

Niet dat Armstrong zich waarschijnlijk ooit heeft verveeld. Op vijfjarige leeftijd leerde hij zichzelf de basisregels van het componeren. Een piano-opleiding aan de Royal Academy of Music combineerde hij als twaalfjarige met een studie wiskunde aan de Imperial College in Londen. Armstrong: „Iedereen is natuurlijk in staat om de tijd te vullen. Maar de uitdaging is je dag op de meest interessante wijze mogelijk door te komen. In de wiskunde heb ik overigens al enige tijd geen actief onderzoek meer gedaan. De behoefte daartoe komt allereerst via verdieping. En sinds ik mijn eigen kennis niet heb ontwikkeld, is mijn nieuwsgierigheid niet zodanig gestimuleerd dat ik ertoe word aangezet om een wiskundig probleem te onderzoeken.”

De muziek biedt genoeg uitdaging, al vindt Armstrong niet alle partituren even interessant. „Het is als met films: vaak vink je al kijkend hokjes af, wat je dacht dat zou gebeuren gebeurt inderdaad. Soms geeft een film ook bij herhaald kijken het geheim niet prijs. Neem de Japanse films uit de jaren veertig en vijftig, zoals Tokyo Story: onuitputtelijk. Zo ken ik ook elke noot van Verdi’s La Traviata uit mijn hoofd, terwijl de opera me telkens weer diep raakt.”

Helpt de mathematische achtergrond bij een carrière als musicus en componist? „Ik weet niet precies wat het betekent om wiskundige te zijn. Je zou kunnen zeggen: het impliceert dat je voorbij de oppervlakte wilt kijken, en zo’n instelling helpt altijd. De vragen die ik heb, worden met wiskunde niet opgelost. Wat maakt muziek toch zo tijdloos en universeel? Wat maakt bepaalde werken zo onvergetelijk?”

Zou Armstrong een andere pianist zijn geworden zonder Alfred Brendel in zijn leven? Het antwoord is wat hem betreft bevestigend. „Hij is de meest complete pianist die ik ken. Maar zijn invloed is heel subtiel. In het begin van onze samenwerking, toen de wederzijdse sympathie nog niet zo geraffineerd was, probeerde ik te spelen wat hij zei, in plaats van na te denken over waaróm hij het zei. Gelukkig corrigeerde hij me als ik hem alleen maar probeerde na te apen.”

Componeren doet Armstrong af en toe ook – zijn Fantasie on BACH is een serieuze zaak. En als er nog een heel klein beetje tijd resteert, speelt hij graag computergames. „Al verdient een strategisch spel als Starcraft veel meer investering dan ik kan opbrengen.”