Snowboarden voor het milieu

De remake van actiefilm Point Break doet er in alles een schepje bovenop. In plaats van twee extreme sporten, surfen en skydiven, zijn het er nu acht. Over de hele wereld gefilmd op imposante locaties. Totale kosten: 105 miljoen. Groter is niet altijd beter, bewijst Point Break. Het origineel uit 1991 kreeg mede dankzij Keanu Reeves en de zenboeddhistische uitspraken van Patrick Swayze een cultstatus. Regisseur Ericson Core, cameraman van The Fast and the Furious, kan daar nu niet aan tippen. Hij last nauwelijks rustpunten in en houdt geen maat. De plot blijft ongeveer gelijk: FBI-agent Johnny Utah gaat undercover bij extreme sporters die bankovervallen plegen. Utah raakt onder de indruk van spirituele leider Bodhi én verslaafd aan de adrenalinekick van de fysieke beproevingen.

Wat de remake onderscheidt van zijn voorganger is de nadruk op de milieumotieven. De ‘eco warriors’ willen aan de aarde teruggeven wat de mens genomen heeft, en volgen daarvoor acht uitdagingen die een Japanse goeroe heeft bedacht. Van surfen bij Tahiti tot snowboarden in de Zwitserse Alpen. In die Alpen wordt het ridicuul. Terwijl ze de mond vol hebben van teruggeven aan de aarde, laat de groep zich oppikken door een helikopter. Een dure verkwisting van kerosine waar niemand zich blijkbaar aan stoort. In hun blokhut hebben de narcistische hipsters vervolgens een decadent feestje: het milieu kan wachten.