Opinie

Parlement blameert zich door Europese Commissie in beslotenheid te spreken

Artikel 66 van de Grondwet stelt dat vergaderingen van de Staten-Generaal openbaar zijn. Het openbaarheidsprincipe geldt niet als vandaag de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de fractievoorzitters uit beide Kamers in het kader van het Nederlands EU-voorzitterschap een ontmoeting en discussie hebben met de leden van de Europese Commissie. Tot verbazing van de Commissie besloten de Nederlandse gastheren de bijeenkomst achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. Van de commissie had dit niet gehoeven. „Wij hebben niets te verbergen en zijn juist erg voor transparantie”, wordt van die kant gezegd.

Het maakt nieuwsgierig naar de reden voor de geheimhouding. Op de agenda staat een debat over twee thema’s: migratie en vluchtelingen en de wijze waarop de meerjarige begroting van de Europese Unie wordt opgesteld. Onderwerpen waarover Nederlandse parlementariërs regelmatig hun mening hebben geventileerd. Maar in een debat hierover met de Europese Commissie kiest de volksvertegenwoordiging voor de beslotenheid. De vertegenwoordigers van het volk wensen het volk er niet bij te hebben.

Volgens een woordvoerder van de Tweede Kamer is één van de overwegingen dat op deze manier een meer open gedachtewisseling kan plaatsvinden. Een bizar argument. Het gaat immers niet om onderhandelingen maar om een debat, oftewel een uitwisseling van standpunten. Verloopt dat anders in beslotenheid? Dat zou pas te denken geven.

Een andere genoemde reden die is dat hiermee wordt aangesloten bij de werkwijze van het kabinet dat de Europese Commissie vandaag eveneens achter gesloten deuren ontvangt. Alweer een bizar argument. De positie van een kabinet ook wel de uitvoerende macht geheten, verschilt wezenlijk van de gekozen volksvertegenwoordiging. Een kabinet beraadslaagt met elkaar en met anderen in beslotenheid; een parlement doet dit slechts bij hoge uitzondering.

De gang van zaken laat zien dat openbaarheid in de Nederlandse politiek nog altijd geen vanzelfsprekendheid is. Dezelfde (internationale) functionarissen die door het Europees Parlement in openbare sessies worden ontvangen, verdwijnen in het Nederlandse parlement al gauw achter een gesloten deur. Bij de Eerste Kamer, vooral de laatste jaren een politieke factor van belang geworden, zijn alleen de plenaire vergaderingen openbaar. De commissievergaderingen zijn niet door buitenstaanders te volgen.

Dat het de in Nederland vaak als bureaucratisch monster weggezette Europese Commissie is die het Nederlandse parlement een democratische spiegel voorhoudt, kan worden afgedaan als hilarisch. Maar het is voor het parlement toch vooral beschamend.