#J’étaisCharlie – maar nu dus niet meer

2016 moet het jaar worden waarin het onderbouwde standpunt weer zegeviert, het bezorgde midden wordt gehoord en het debat gevoerd wordt door échte Charlies, betoogt Lamyae Aharouay.

‘Wij laten ons niet regeren door angst.” Dat waren de woorden van premier Rutte na de dodelijke aanslag op de redactie van Charlie Hebdo, vandaag precies een jaar geleden. Afgelopen november moest Rutte – helaas – zijn woorden herhalen, na de aanslagen in Parijs. „Angst mag ons niet gijzelen.”

Maar als iets de periode tussen ‘Charlie Hebdo’ en nu kenmerkt is het wel angst. Angst voor IS. Angst voor vluchtelingen. Angst voor terrorisme. We lieten ons niet alleen leiden door angst, de angst regeerde. Letterlijk. Het zat met zweethandjes en een kloppend hart in de Tweede Kamer. Het bedacht een verbod op salafisme. Het voerde een waggelbeleid wat betreft vluchtelingen.

Een aanslag die ons zo fundamenteel raakte in onze vrijheden, die moest toch leiden tot iets? Een inhoudelijk debat? Maar Kamerleden die in januari 2015 nog de hashtag #jesuischarlie gebruikten, bleven stil, of verscholen zich achter nietszeggend taalgebruik.

En dat terwijl er zoveel is om over te praten. Hoeveel vluchtelingen kan ons land aan? Heeft een groeiend aantal vluchtelingen een effect op onze cultuur, op onze normen en waarden? Welke cultuur is dat dan? Is de islam werkelijk gewelddadig? Kunnen we het daar eens over hebben, zonder meteen in politiek correcte nietszeggendheid, racisme of een slachtofferrol te vervallen?

Hoe komt het dat bepaalde minderheden zich buitengesloten en afgewezen voelen door onze samenleving? Wat kunnen die groepen zelf doen? Hoe kan het dat we onze jongeren kwijtraken aan het kwaad? Hoe zorgen we ervoor dat we niet dezelfde fouten maken als eerder, wat moeten we doen zodat vluchtelingen goed integreren?

Het antwoord op die laatste vraag werd recent nog gegeven in een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zorg voor scholing, voor werk, spreid vluchtelingen zo goed mogelijk over het land. Een belangrijk rapport, een waarmee we integratieproblemen in de toekomst kunnen voorkomen.

Maar geen politicus die zonder omwegen durft te zeggen dat we nu al moeten bouwen aan perspectief voor vluchtelingen zodat we over tien jaar niet zitten met duizenden mensen die buiten onze samenleving vallen. Afgelopen jaar was het jaar waarin vooral Wilders profiteerde. Moslimterroristen gaven hem genoeg aanleiding om zich uit te laten over testosteronbommen en meer van zulks. Zowel links als het midden liet hem meestal zijn gang gaan. Uit angst – daar is-ie weer – om de boze burger kwijt te raken

Het punt is dat de boze burger allang niet meer Henk of Ingrid heet en ongenuanceerd boos is op alles. De boze burger is een bezorgde burger, en heet nu net zo goed Arthur, of Ahmed, Fleur of Fatima. De boze burger is niet per se radicaal links, of radicaal rechts. De boze burger is niet per se voor of tegen moslims, of voor of tegen de komst van vluchtelingen.

Ons land is verworden tot een plek waar consensus niet bestaat en je voor één kant moet kiezen. Waar je scoort door mee te varen op de golven van angst, door een extreem standpunt in te nemen zonder die per se van argumentatie te voorzien.

2016 zou het jaar moeten worden waarin het onderbouwde standpunt weer zegeviert, het bezorgde midden wordt gehoord en het debat gevoerd wordt door échte Charlies.

Lamyae Aharouay is redacteur bij BNR Nieuwsradio.