‘Ik heb een echte theaterblik’

In Londen gebeurt het op animatiegebied, dus daar is de 28-jarige Nina Gantz. De dochter van actrice Loes Luca werkt er aan haar eerste lange film, ‘Edmond’, die uitkomt tijdens het filmfestival van Rotterdam.

Haar eerste animatiefilm was waarschijnlijk Fantasia. Maar dat kan ook komen doordat het de eerste tekenfilm was die veel indruk op haar maakte. Andere Disneyfilms heeft ze ook wel gezien als kind, maar ze waren niet de reden dat ze animator is geworden. Dat kwam later.

Nu is de 28-jarige Nina Gantz een van de animatietalenten om in de gaten te houden. Haar veelbekroonde korte stop motion-eindexamenfilm Edmond, een achterstevoren vertelde poppenanimatie over een man die zijn liefde voor de wereld om hem heen op wreed-droefgeestige manier beleeft, is aan het einde van de maand te zien op het Filmfestival Rotterdam.

Een thuiswedstrijd voor de in Amsterdam geboren Rotterdamse, die na haar opleiding aan de National Film and Television School in Londen is blijven wonen om dichterbij het vuur te zitten en aan haar eerste lange animatiefilm te werken. „Stel je voor: Wes Anderson komt hier over een paar maanden zijn nieuwe film opnemen, een stop motion-film over honden. Dan wil ik wel in de buurt zijn als ik thee kan halen of andere klusjes opknappen.”

Pas na de middelbare school, op de Kunstacademie St. Joost in Breda, ontdekte ze na een vrije propedeuse dat animatie haar stiel was. Dan kon ze alles doen wat ze wilde: tekenen, ontwerpen, fotograferen, met film werken, regisseren. Maar het was vooral ook op St. Joost dat ze ontdekte dat animatie geen kindergenre was. „Op een dag kregen we de film Words, Words, Words van de Tsjechische regisseur Michaela Pavlatova te zien, en dat was heel anders. Donkerder. Absurder.” Meer zoals het werk van die andere Tsjech Jan Svankmajer, de David Lynch van de animatie. „Ja, die vind ik dan ook echt te gek.”

Ze komt uit een theaternest. Moeder Loes Luca is actrice, vader Bernard Gantz theatertechnicus. En in de hele patchworkfamilie van stiefvaders en halfbroers die daar in de loop der jaren omheen is gegroeid doet iedereen wel iets creatiefs. Zo gek was het dus niet dat ze als kleuter van haar moeder vier schilderlessen cadeau kreeg van vriendin en theaterontwerpster Annemarie Fok. „En daar ben ik eigenlijk nooit meer mee opgehouden. Tot het einde van de middelbare school ben ik elke vrijdagmiddag naar haar toe gegaan.

„Sommige mensen denken misschien: mijn god, mijn kind gaat in de kunst. Maar het was waarschijnlijk veel eigenaardiger geweest als ik iets anders was gaan doen. Ik heb een echte theaterblik. Dat zie je ook in mijn film terug. Het is nooit met veel camerabewegingen, maar altijd met een soort toneeltjes.”

Toeval of niet. Tijdens ons Skype-gesprek zit ze als het ware ook voor een decor. Grote glazen ruiten op de achtergrond onthullen een spiegelkamer met kerstlichtjes en iemand die de afwas doet. „Dat is mijn verkering, die ook de muziek voor de film heeft gemaakt.

„Ik ben zowat geboren op De Parade. Ik werd overal mee naartoe genomen. Daarom kan ik nu ook overal zo goed slapen. Ik ging liggen en weg was ik. Ideale voorbereiding op het filmbestaan.”

Ambitieus project

Via de wekelijkse tekenlessen bij Annemarie Fok, ontmoette Gantz haar beste vriendin: Ari Deelder, dochter van Jules, ook opgegroeid op theaterfestival De Parade en inmiddels ook filmmaakster. „Ari was een van de vrienden die me enorm heeft geholpen bij het maken van deze film. Om zo’n ambitieus project te doen heb je echt alle hulp nodig die je kunt krijgen, dat kan niet alleen met de middelen die je van school krijgt.”

Daar zit een verhaal aan vast. Voordat ze haar eigen film ging maken, was Gantz verantwoordelijk voor de animaties in Toegetakeld door de liefde, Ari Deelders debuutfilm. Ze was ondertussen al aangenomen in Londen. „Ik wilde per se naar de National Film School omdat het de beste animatieopleiding is. De makers van Wallace and Gromit komen er bijvoorbeeld vandaan. Superstrenge selectie. De laatste week zit je daar met zestien mensen, van wie de helft gaat afvallen, en dan testen ze je creativiteit en flexibiliteit. Je moet dan eigenlijk produceren op commando. Daar werd ik heel benauwd van. Toen ik terugkwam uit Londen zei mijn moeder dat ze het angstzweet uit mijn koffer rook.”

Maar toen werd duidelijk dat Deelders film doorging. En zei ze tegen Londen dat ze nog maar even niet kwam. Tamelijk uniek probeerde de school haar toen over te halen om toch te komen, bood zelfs aan het eerste jaar schoolgeld te betalen. Maar Gantz, „eigenwijs natuurlijk”, wilde per se die film doen. Toen hij klaar was stuurde ze de animaties naar de school, hoorde niets, maar kreeg uiteindelijk toch een brief dat ze niet nog een keer langs de zweethut van het toelatingsexamen hoefde. „Opluchting natuurlijk.”

Het idee voor Edmond ontstond uit een decoropdracht voor school. Ze had een huis gemaakt waarin iemand zodra hij een andere kamer inging verder in zijn verleden terechtkwam. Zo zien we ook de levensmoeë Edmond van de ene naar de andere locatie dieper in zijn jeugd afdwalen. „Animatie is vaak iets letterlijk nemen.” Daar kwam het andere idee vandaan: „Heb jij ook wel eens dat als je erg gek op iemand bent dat je daar dan een stukje van wilt opeten? Of dat je een lieve puppy wilt doodknuffelen? Wij hebben daar een stop op. Maar helaas heeft Edmond dat niet. Ik wilde een film maken over hoe iets wat iemands grootste geluk is ook zijn ondergang kon worden.”