Een boek is er amper meer bij

Online lesgeven rukt op. Docenten maken samen lesmateriaal en houden leerlingen beter in de gaten.

Foto Merlin Daleman

De middelbare scholieren van scholengemeenschap Guido de Brès in Arnhem moeten bij het vak Nederlands wel eens een Twitteraccount aanmaken alsof ze de hoofdpersoon zijn van het boek dat ze lezen. Dus wie Het Achterhuis van Anne Frank leest, is dan even Anne Frank en twittert over haar angsten, de conflicten in het Achterhuis en haar liefde voor Peter. Bovendien moet ‘Anne Frank’ vragen van de docent Nederlands beantwoorden over de inhoud van haar boek. Van medescholieren kan ze likes, retweets en opmerkingen verwachten. Het (ouderwetse) boekverslag is hiermee verleden tijd.

Steeds meer docenten maken in de klas gebruik van informatie- en communicatietechnologie, ICT, in allerlei vormen. Zette acht jaar geleden 15 procent van de leerkrachten in basis- en voortgezet onderwijs digitaal materiaal in, vorig jaar was dat 25 procent. Dat blijkt uit cijfers van Kennisnet, een publieke organisatie die het onderwijs adviseert over ICT. Ook het aantal lesuren waarin docenten ICT gebruiken neemt toe. En dan vooral op middelbare scholen; van ruim zes uur naar bijna elf uur.

De mogelijkheden zijn eindeloos, zegt Henk ter Haar – docent Nederlands bij Guido de Brès. Hij somt op: je kan toetsen afnemen via online quizzen, commentaar geven op werkstukken via zelf opgenomen video’s en leerlingen in het weekend vragen over het huiswerk laten stellen via Facebook.

Je kan leerlingen ook werkstukken laten maken op een online ‘prikbord’. Daar plakken ze filmpjes, plaatjes en linkjes op. Ze schrijven er teksten bij of plaatsen een zelfgemaakte graphic, legt Frans Droog uit. Hij is docent biologie aan het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek en ruim tien jaar actief met ICT in de klas.

„Vroeger had ik een krijtje en een boek”, vertelt Droog. „Nu werken mijn leerlingen in een digitale leeromgeving en schrijven ze bijvoorbeeld samen in één document.” Hij kan live én achteraf meekijken en ziet precies wie wat doet en wanneer. „Dat geeft inzicht en je kunt bijsturen als dat nodig is.”

Een boek? Zelden

Droog gebruikt zelden nog een boek in de klas. Hij heeft lesmethodes digitaal gemaakt, toetsen leggen de leerlingen op de laptop af en uitleg krijgen ze vaak via video’s – die Droog zelf opneemt. „Dat is heel handig, dan kunnen de tieners thuis of elders de uitleg bekijken, zo vaak als ze willen.” In de klas maken ze het huiswerk. „En daar begeleid ik ze dan bij. Er is zo meer tijd voor één op één aandacht.”

Deze vorm van digitaal lesgeven heet flip the classroom; thuis uitleg, op school vragen of sommen maken. Daar is wel controverse over. Kijken de leerlingen wel naar de filmpjes? Kunnen ze hun aandacht erbij houden? En levert het wel wat op?

Ja, zegt Droog. Maar een leerling krijgt bij hem pas uitleg als hij of zij het filmpje écht heeft bekeken. „Anders sta ik alsnog een reguliere les te geven en is de winst verdwenen.”

Een andere vorm van digitaal lesgeven is door middel van games en simulaties. Daar is Jelmer Evers geregeld mee bezig. Hij is docent geschiedenis aan de Utrechtse middelbare school Unic, ook druk met ICT in de klas en een bekend schrijver van boeken over onderwijsvernieuwingen. Evers laat zijn leerlingen een paar weken lang af en aan het jarenzestigspel Diplomacy spelen. Online. Hierbij strijden zeven Europese grootmachten om de macht, in 1900. Scholieren smeden met elkaar plannen, onderhandelen, vallen elkaar wellicht aan. „Je kunt de stappen bespreken en analyseren, maar ook terugkijken: wat is er in de geschiedenis gebeurd en waarom?”

Hij gaat binnenkort een nieuwe site gebruiken; fantasygeopolitics.com. Hierbij is het de bedoeling dat de leerlingen nauwlettend het nieuws volgen en aanvinken welke landen volgens hen de komende tijd veel in het nieuws zullen zijn. De site doet dat ook, op basis van berichtgeving uit The New York Times en allerlei databases. Evers: „De leerlingen moeten de kwaliteit van het nieuws dat zij tegenkomen inschatten, ze hebben kennis nodig om het nieuws te snappen, en ze moeten vervolgens kunnen analyseren.”

Chocola als beloning

Evers, Ter Haar en Droog besteden veel vrije tijd aan het maken, bekijken en beoordelen van digitale lesmethodes. Gelijkgestemden vinden de docenten online. Via platforms en Facebookpagina’s wisselen ze ideeën en ervaringen uit met andere leerkrachten.

Ze delen ook lesmateriaal. Henk ter Haar: „Zo kun je online quizzen, toetsen en hele lesprogramma’s van elkaar overnemen. Dat scheelt veel tijd als je niet zelf het wiel hoeft uit te vinden.”

De docenten belonen leerlingen die een quiz of spel winnen met een pot chocolade of iets anders. Bij Jelmer Evers in de klas mogen tieners bij het maken van een officiële toets één vraag schrappen. Of ze kunnen een hulplijn inschakelen. „En mij om een tip vragen.”