Topambtenaar EZ: vaar niet alleen op zekerheden

Een groot banenverlies dreigt bij ECT, vanouds de marktleider in de containeroverslag, op de Maasvlakte. Foto Bart Maat/ANP

Te vaak en te veel houden Haagse beleidsmakers rekening met van tevoren te berekenen effecten van hun plannen. Die houding – het zoeken naar kwantitatieve houvast – beperkt het aanjagen van vernieuwing en economische groei.

Dat is de stelling van secretaris-generaal Maarten Camps van het ministerie van Economische Zaken in zijn traditionele nieuwjaarsartikel dat deze donderdagochtend verschijnt in het economisch vakblad ESB. „Beleid kan niet slechts uitgaan van zekere effecten. [...] Het dient rekening te houden met onbekende baten”.

Bij het moeizame debat over het Belastingplan afgelopen najaar bijvoorbeeld, ging het steeds over het exacte aantal van 35.000 banen die de lastenverlichting van 5 miljard zou moeten opleveren. Terwijl het werkgelegenheidseffect volgens Camps niet „met chirurgische precisie” is vast te leggen.

Een positief voorbeeld van beleid waarbij de overheid niet alleen naar voorzienbare opbrengsten keek, ziet de topambtenaar in de Deltawerken. Dat immense en kostbare project was, begin jaren zestig, in eerste instantie gericht op het tegengaan van overstromingen. Onbedoeld neveneffect was dat het technologische innovatie aanwakkerde waardoor de Nederlandse waterbouwkunde „een prominente mondiale positie” wist te veroveren.

Camps pleit ervoor om op dezelfde wijze naar het vraagstuk van de energietransitie te kijken, waarbij de hoofddoelstelling is om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Daarbij zou de overheid zich alleen moeten laten leiden door concrete afspraken over CO2-reductie en niet door nevendoelstellingen als het tempo van energiebesparing of het aandeel ‘duurzaam’ in energieproductie. De CO2-indicator is immers „technologieneutraal en sorteert niet voor op een bepaalde oplossing”. Het kan technologische vernieuwing in de hand werken, en dus economische groei. „De valkuil bij ieder doel is de reflex om er zo snel mogelijk op af te willen rennen, met de huidige stand van kennis en economie.”