Comeback van het celluloid

In één Nederlandse bioscoop is de nieuwe Tarantino-film in ouderwets 70mm-formaat te zien. Betekent dit een comeback van celluloid? Of is dit een achterhoedegevecht?

Quentin Tarantino (met skibril) filmdeThe Hateful Eight met niet meer courante 70mm Ultra Panavision-lenzen.

Wie de 70mm-versie van The Hateful Eight bezoekt, exclusief in Filmmuseum Eye, gaat niet zomaar naar een filmvoorstelling. Hij bezoekt de roadshow van Quentin Tarantino. Eye is de enige bioscoop in de Benelux die nog 70mm kan draaien, al moest er wel een nieuwe, dure lens worden besteld.

Tarantino, zelf eigenaar van een huisbioscoop, hoopt het ouderwetse bioscoopgevoel uit de jaren vijftig en zestig op te roepen. Van een opwindend avondje uit: „See it in glorious 70mm Ultra Panavision!

Net als toen krijg je bij binnenkomst een programmaboekje. Bovendien zie je de film in een extra lange versie, met pauze, en op het analoge 70mm-formaat, waar digitale projectie qua scherpte, dieptegevoel en kleurenrijkdom nog altijd niet aan kan tippen. Voor de film begint is er inloopmuziek van de oude maestro Ennio Morricone, dan volgt het magische moment: de bioscoopgordijnen gaan open, het immense scherm wordt zichtbaar.

Het Ultra Panavision-formaat is twee keer zo breed (2.76:1) als we gewend zijn; voor wie film pleegt te zien op smartphone of iPad een ongekende ervaring. Voordat The Hateful Eight vorige week in de Verenigde Staten ‘nationwide’ uitging, draaide hij twee weken in honderd zalen in deze 70mm-versie, soms met een inleiding van Tarantino zelf. Daarvoor werden ruim honderdtwintig 70mm-projectoren opgeknapt en tweehonderd voormalige operateurs – in het digitale tijdperk een vrijwel uitgestorven beroep – opgeroepen. Minimaal vier mensen tillen de 70mm-versie van The Hateful Eight op de plaat die de film door de ouderwets ratelende projector drijft. Elke filmkopie weegt ruim honderd kilo en wordt verscheept in grote houten kisten: nogal een verschil met de DCP, de koffertjes met harde schijf van de digitale vertoning. De kosten van deze operatie worden angstvallig geheimgehouden.

Pleitbezorgers voor celluloid

Tarantino treedt zo in de voetsporen van Paul Thomas Anderson, die in 2012 The Master ook in 70mm draaide. En van Christopher Nolan, al jaren een groot pleitbezorger van celluloid als superieure technologie. Hij filmde grote delen van Inception en Interstellar op 70mm Imax-film en riep studiobazen op het kind niet met het digitale badwater weg te gooien. Zijn nieuwe productie Dunkirk schiet hij binnenkort op 65mm-film.

Panavision en film- en fotorolletjesfabrikant Kodak zijn het prestigieuze regisseurstrio eeuwig dankbaar. Kodak ging failliet, kreeg een doorstart en kondigde vorig jaar aan celluloid te blijven produceren: er is immers weer vraag naar. Vorig jaar werden zo’n negentig films op celluloid gedraaid, waardoor Kodak voorlopig weer een toekomst heeft. In 2015 speelt men quitte, in 2016 verwacht de filmdivisie zelfs weer een beetje winst.

Tarantino is niet de enige filmmaker die fotochemisch materiaal verkiest boven digitaal. Steeds meer regisseurs gaan terug naar celluloid, meestal op 35mm-, soms op 70mm-formaat. Daaronder zijn grote blockbusters als Jurassic World en de nieuwe Star Wars-film, maar ook Carol van Todd Haynes. Maar al die op celluloid opgenomen producties worden uiteindelijk digitaal vertoond, na te zijn gescand en gedigitaliseerd. Zo is ook The Hateful Eight overal digitaal te zien.

Wederopstanding van vinyl

Tarantino vergelijkt de terugkeer van celluloid met de wederopstanding van vinyl: al weer een tijdje hip en groeimarkt. De parallel met vinyl is om nog een reden interessant. De langspeelplaat werd in de jaren vijftig de standaard, in hetzelfde decennium dat de filmindustrie de concurrentie met het nieuwe medium televisie zocht met het brede CinemaScope-formaat, kleurenfilm en stereogeluid. Nu gaan 70mm en Ultra Panavision voor de tweede keer het gevecht aan met minuscule schermpjes, nu van smartphone, iPad en computermonitor.

Een achterhoedegevecht? Vinyl is anno 2016 trendy, toch blijft het een nicheproduct. Dat zal met celluloidfilm niet veel anders zijn. Het bioscoopbedrijf is wereldwijd vrijwel 100 procent digitaal geworden: een onomkeerbare trend. Want waarom investeren in celluloid als er net zoveel geld is gestoken in digitalisering? Weinig bioscoopeigenaren staan te springen om de oude projectors terug te zetten of te zeulen met zware filmblikken. Hoe leuk het ook is dat Tarantino en consorten zich achter 70mm scharen, het levert niet meer op dat een kortstondige opleving.

Toen Eye nog het Filmmuseum was, hield het elk jaar het Widescreen Weekend, met onder meer 70mm-vertoningen. Daar kwamen altijd dezelfde techniek- en filmfreaks op af, en dat waren er meestal niet heel veel. Zelfs filmgod Tarantino kan het tij niet keren, hoe betreurenswaardig dat ook is.