Geen geld voor basketballers en cheerleaders, toch staan ze er

Het Nederlandse basketbal verkeert al jaren in verval. Apollo heeft de kleinste begroting van de eredivisie en probeert zich op het hoogste niveau te handhaven.

Opzwepende muziek, discolichten en cheerleaders met paarse pompons. Er is nog geen bal gespeeld, er staat nog geen minuut op de klok. Spelers en toeschouwers in de Apollohal kijken toe, vlak voor de thuiswedstrijd van Apollo tegen Aris Leeuwarden.

De sfeer van een avond basketbal in de Apollohal doet eredivisiewaardig aan, ondanks het gebrek aan geld. Met de kleinste begroting van de acht clubs in de eredivisie – Apollo Amsterdam heeft een begroting van iets meer dan een ton – probeert de club zich op het hoogste niveau te handhaven. Apollo, dat de voorlaatste plaats bezet, speelt na een korte winterstop de tweede seizoenshelft.

Geld voor cheerleaders heeft de club eigenlijk niet. Toch staan ze er. „En ze zijn professioneel”, zegt Ramon Siljade, voorzitter van Apollo. In ruil voor het entertainment rondom wedstrijden zorgt Apollo voor betaalde optredens en wordt via een sponsor oefenruimte en begeleiding voor hen geregeld. „Zo knutselen we alles aan elkaar.”

Het merendeel van de huidige selectie krijgt niet meer dan een onkostenvergoeding. Een enkeling krijgt een salaris „waar niet van te leven valt”. Hetzelfde geldt voor de staf.

Geen salaris, maar wel acht keer in de week trainen en een wedstrijd spelen; waar leven de Apollo-spelers van? De club probeert, net als bij de cheerleaders, de vergoeding op een andere manier te regelen. In het zakelijke netwerk van Apollo zit er iemand uit het vastgoed die voor de huisvesting van enkele spelers zorgt. Ook worden via sponsoren baantjes, opleidingen en vergoedingen ‘in natura’ geregeld.

Een speler die Apollo kon aantrekken door onder andere huisvesting te bieden, is Nikki Hulzebos. Hij kwam over van Zwolle om in Amsterdam te wonen, werken en basketballen. Siljade probeert voor de spelers duurzame arrangementen op te zetten en hoopt daar loyaliteit en inzet voor terug te krijgen. Dat gebeurde ook bij assistent-trainer en oud-basketballer Peter van Paassen. Via Apollo kwam hij aan een baan bij de Hogeschool van Amsterdam als docent.

Drie keer failliet in zeven jaar

Het Nederlandse eredivisiebasketbal verkeert al jaren in verval. Tien jaar geleden telde de competitie nog twaalf teams. Sindsdien is het een komen en gaan – vooral een gaan – van clubs. In 2012 viel het doek voor Bergen op Zoom en vorig jaar ging het team van Den Helder voor de derde keer in zeven jaar bankroet. De acht teams die nu in de eredivisie spelen, zijn de ondergrens, zegt Marcel Verburg, voorzitter van de Federatie van Eredivisie Basketballclubs (FEB).

Clubs drijven vaak op de inkomsten van de hoofdsponsor. Dat is geen duurzame constructie gebleken. Bij een faillissement of het afhaken van de sponsor komt het voortbestaan van de club meteen in gevaar.

Veel clubs hebben jaarlijks niet meer dan een miljoen te besteden. „Iedereen heeft een paar stappen terug moeten doen.” Daarom pleit Verburg, tevens voorzitter van eredivisionist ZZ Leiden, voor een brede businessclub van kleinere sponsoren. „Je moet de tijd krijgen van sponsoren om zoiets op te bouwen.” Tijd die niet iedereen krijgt, beseft de voorzitter.

Dure Amerikaanse spelers

Apollo Amsterdam in actie tegen Aris Leeuwarden. De vloerveger kijkt toe.

Ook de drang om dure Amerikaanse spelers aan te trekken heeft clubs in de problemen gebracht. Siljade: „Dat soort passanten hoeven wij niet, ik denk dat er genoeg Amsterdams talent rondloopt”. Maar belangrijkste reden: Siljade heeft geen geld voor Amerikanen.

De manier waarop Apollo de spelers vergoedt (in natura), drukt niet op de financiële huishouding. Daardoor ontstaan verschillen tussen de begrotingen van clubs, zegt Verburg „De ene club krijgt korting op de zaalhuur, terwijl we in Leiden viermaal het standaardtarief betalen voor een wedstrijd.” Dat kan alleen maar zolang de club, die in 2013 kampioen werd, een betalende sponsor heeft.

Apollo heeft zo’n tachtig vrijwilligers, veel jonge mensen. „Dat zorgt voor veel energie en maakt ons als club aantrekkelijk”, zegt Siljade.

Eén van die jonge vrijwilligers zit pal achter de basket: de vloerveger, die door de speaker in het derde kwart het veld wordt oproepen. Hij zit even niet op te letten als een speler ten val is gekomen en hij de vloer op moet. Siljade: „Fouten maken kan bij ons nog.”