Oppenheimer nog steeds bewaakt

Cartoonist Ruben Oppenheimer krijgt sinds de aanslagen op Charlie Hebdo – vandaag precies een jaar geleden – politiebewaking als hij in het openbaar optreedt. „Als ik naar een debat ga, of een prijsuitreiking, dan zit er wel politie in de zaal, ja. Daar kan ik verdrietig om zijn, maar het geeft me een rustig gevoel. Dit is de realiteit van een tekenaar te zijn in 2016.”

Op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs werden twaalf mensen vermoord door moslimterroristen omdat het satirische, anti-religieuze tijdschrift cartoons met de profeet Mohammed plaatst. „Sinds Charlie Hebdo zie ik meer blauw op straat. Of eigenlijk is het: meer geel op straat, want ze dragen van die lelijke gele vestjes.” Ook vermijdt hij vaker publieke optredens, omdat hij ze te risicovol acht. Of juist té zwaar bewaakt. „Ik ga niet ergens praten als ik bij de deur gefouilleerd moet worden. Dan is wat mij betreft het vrije woord reeds vermoord.”

De cartoonist zegt dat hij sindsdien juist scherper is gaan tekenen als het over de islam of moslimterrorisme gaat. „Als ik over smeltende poolkappen of bonnetjesaffaires teken, is er niets aan de hand. En als ik Rutte in zijn blote kont teken, dan interesseert mij dat niet, en hem waarschijnlijk ook niet. Maar als ik dit onderwerp aanpak, weet ik: hiervoor zijn mensen gestorven. Ik betreed dan het centercourt voor cartoonisten. Dan moet het dus een hele goede tekening zijn. Als ik dan toch tegen een kogel aan moet lopen, kan het maar beter terecht zijn.”