Cao-loon vorig jaar 1,4 procent hoger

De lonen voor de circa 6 miljoen cao-werknemers zijn vorig jaar gemiddeld met 1,4 procent gestegen.

De cao-lonen zijn vorig jaar het sterkst gestegen sinds 2012. In 2015 namen ze toe met 1,4 procent, een jaar eerder was dat 0,9 procent.

De loonstijging vorig jaar was ruim twee keer zo hoog als de inflatie (0,6 procent), blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Circa 6 miljoen werknemers vallen onder collectieve arbeidsovereenkomsten.

In het onderwijs en bij waterbedrijven en afvalbeheer stegen de lonen het meest (2,6 procent), in de energievoorziening (0,8 procent) en de financiële dienstverlening (0,7 procent) het minst.

Breder getrokken gingen de lonen vooral bij de overheid omhoog (2,3 procent). Daarin zijn de afspraken verwerkt uit het centraal akkoord tussen werknemers en de vakbonden, dat afgelopen zomer werd gesloten. De recente cao voor de politie is nog niet meegenomen.

De stijging van de contractuele loonkosten, dus de lonen plus de werkgeverspremies, ligt sinds begin vorig jaar onder de stijging van de cao-lonen. In 2015 kwam die uit op 0,5 procent. Dit komt met name doordat werkgevers minder aan premies, waaronder die voor pensioen, hoeven bij te dragen.

Sinds het derde kwartaal van 2014 is de loonstijging groter dan de inflatie, wat betekent dat de prijzen van goederen minder hard stegen dan de lonen. De inflatie is al twee jaar „uitzonderlijk laag”.

In 2014 was de inflatie 1,0 procent, vorig jaar dus 0,6 procent. Sinds 1987 was de prijsstijging niet zo laag, en in de laatste vijftig jaar was die alleen lager in 1986 en 1987.

Veel producten zijn in vorig jaar voor consumenten amper in prijs gestegen. De oorzaak is volgens het CBS de dalende olieprijs. In 2015 lag de gemiddelde olie- en benzineprijs op het laagste niveau in vijf jaar tijd. Inmiddels is de olieprijs verder gedaald, naar 33 dollar vanmorgen voor een vat Brent-olie (de internationale maatstaf).