Achter de façade loopt China vast

China heeft duizenden zombiefabrieken: technisch failliet, maar kunstmatig in leven gehouden. Uit vrees voor sociale onrust bij massaontslagen.

Foto Reuters

Het liefst zou Gao Liwei, ex-manager van Chuandong Cement, er de brui aan geven en weer tarwe gaan verbouwen op het boerderijtje van zijn vader. Maar hij heeft een studerende zoon en een nog niet afbetaald appartement. Daarom accepteerde hij het baantje van bewaker van het tot begin vorig jaar florerende cementbedrijf, even buiten de provinciale metropool Lüliang in de provincie Shanxi.

De wegroestende cementmolens, de slap hangende transportbanden en de verlaten kantoren en slaapzalen symboliseren, net als de te diepe groeven in Gao’s gezicht, de crisis in de traditionele economie van China. Er werkten tot vorige zomer tweeduizend mensen, onder wie Gao’s vrouw. Er ging jaarlijks 700.000 ton cement de poort uit, richting grote bouwprojecten waarmee stad en provincie een zelfs voor Chinese begrippen enorme groei uit de grond stampten.

Gao, wiens inkomen is gedecimeerd van omgerekend 1.500 euro naar 150 euro per maand, waakt nu over een schim van een bedrijf, een zogenoemde zombiefabriek.

Foto Reuters

De term is van Japanse makelij. Er zijn duizenden van die fabrieken en projecten, vooral in de vijf provincies in Centraal- en Noordoost-China, die samen de rustbelt vormen. Ver verwijderd van glinsterend Shanghai met zijn luxueuze winkelcentra en onbetaalbare auto’s sterven in het voormalige industriële hart mijnen en staal- en cementbedrijven een langzame dood. Hoeveel is niet bekend, de oorzaken wél: stagnerende vraag nu de economie niet meer ‘boomt’, dalende kolen- en olieprijzen en bovenal overcapaciteit.

Zombiefabrieken en lege vliegvelden, bekijk de beelden:

300.000 inwoners bleven weg

Hoewel deze zombiefabrieken technisch failliet zijn, worden ze in leven gehouden met staatssteun of krijgen ze geen toestemming te sluiten, uit vrees voor „sociale instabiliteit”. De tweeduizend werknemers van Chuandong Cement zijn niet ontslagen, maar met langdurig verlof gestuurd. Scheelt ontslagvergoedingen en uitkeringen van opgebouwde pensioenen. Het aantal massaontslagen blijft daardoor op papier beperkt óf ze worden domweg verzwegen. Chinese media mochten in december niet schrijven over 65.000 ontslagen bij de staalbedrijven van Heilongjiang, 85.000 ontslagen in de scheepsbouw bij Nantong en 25.000 mijnwerkers die de afgelopen twee jaar hun baan verloren. Eveneens schaars is de berichtgeving over de staatsbedrijven en particuliere ondernemingen in de ‘oude sectoren’ die al sinds begin vorig jaar geen lonen meer kunnen betalen.

Gao weet mee te praten over het gebrek aan inzicht en betrouwbare statistieken. „Nee, we zagen de crisis niet aankomen, de vraag bleef maar stijgen. We dachten dat het altijd goed zou blijven gaan, omdat ons dat verteld werd”, zegt hij in zijn kantoor waar hij de dag doorbrengt met tv-kijken en roken.

Vanaf het dak van het kantoor is Lüliang (3,6 miljoen inwoners) te zien, ondanks de grijsgele sluier van luchtvervuiling. Torenflats met honderden lege, onverkochte appartementen en kantoren vormen de skyline. „Daar ging ons cement naar toe”, wijst Gao. Aan de andere kant van de stad verrees een nieuw vliegveld. Maar de 300.000 gedachte inwoners kwamen niet. Nieuwe overheidsinvesteringen evenmin. Allemaal door de crisis in de steenkool en staalindustrieën.

Foto Reuters

Met megalomaan opgezette nieuwe wijken probeerden de toenmalige burgemeester en de toenmalige partijsecretaris – beiden inmiddels ontslagen en vervolgd wegens corruptie – het tij te keren. Maar toen de belastinginkomsten kelderden en zelfs de staatsbanken kredieten stopzetten, liepen de zaken muurvast. Het idee dat je crisis na crisis op de pof kunt bestrijden, werkt niet meer.

De goedkoopste trein

De stilte op de vierbaansweg doet al vermoeden dat het niet om het drukste vliegveld van China gaat: een kudde schapen en een paar honden zijn de enige tegenliggers.

Wie gewend is aan overvolle stations, drukke wachtruimtes en voordringende medereizigers ondergaat op Lüliang International Airport een on-Chinese ervaring: de aankomst- en vertrekhallen zijn nagenoeg leeg, incheckbalies en paspoortcontroles zijn dicht, tientallen restaurants en winkels ook. Op een bejaard echtpaar dat wel eens een vliegveld van dichtbij wil zien en drie schoonmaaksters na, is het complex verlaten.

In hun bouwroes zagen de autoriteiten over het hoofd dat er zonder voldoende reizigers geen maatschappij bereid is op Lüliang – 500 kilometer van Beijing, 1.200 kilometer van Shanghai – te vliegen.

„Wie kan zich hier nou een vliegtuigticket veroorloven? De mijnwerkers hier hebben al sinds februari vorig jaar geen loon meer gehad. Als wij reizen, nemen we de goedkoopste trein”, zegt mevrouw Wu, een van de schoonmaaksters.

Uiting van bouwwoede

Tachtig kilometer ten zuiden van Lüliang doemt bij een gehucht dat Abrikozendorp heet een gigantisch, ommuurd complex op met Chinese paviljoens. 

Foto Reuters

Maar bij nader inzien blijkt Baijiu-stad een van de meest perverse uitingen van de bouwwoede. Hier moest de grootste distilleerderij van baijiu, witte alcohol, komen, inclusief opslagruimtes, kantoren, villa’s, appartementen, een zevensterrenhotel en een baijiu-museum.

Baijiu-stad ligt er desolaat bij. Bij een toren die lijkt op de Bel-toren van Beijing werken timmerlieden en lasers in een sloom tempo. Dit project van 1,5 miljard dollar blijkt te zijn gefinancierd door de eigenaren van de particuliere kolenmijnen in Shanxi. Allen zitten inmiddels vast op verdenking van corruptie en omkoping van partijkaderleden.

Niemand in Abrikozendorp weet hoe het verder moet. De hoop is dat een staatsbedrijf Baijiu-stad overneemt. Maar bijna alle staatsbedrijven in de regio die ook baijiu maken, staan op omvallen. Lokale en provinciale overheden kampen met schulden waarbij die van Griekenland verbleken.

Er wordt gefluisterd over een mogelijke toeristische bestemming voor Baijiu-stad. Maar geen Chinese toerist wil naar het platteland als hij kan shoppen in Tokio of surfen op Bali.

Bovendien is in stoffig Lüliang weinig te beleven. De restaurants, de karaokebars, de winkels met gesubsidieerd witgoed en televisies gaan al vroeg dicht: gebrek aan klanten.

„Als mensen geen loon krijgen of werkloos zijn kunnen ze geen nieuw appartement kopen en komen ze ook niet bij mij langs. Het maakt niet uit of ik 30 of 40 procent korting kan bieden”, zegt verkoopster Lei Li als ze het rolluik voor haar witgoedwinkel naar beneden trekt.

Harde keuzes niet gemaakt

De mogelijkheden van de Chinese overheid om, zoals in 2008, de economie op allerlei manieren te stimuleren, worden inderdaad steeds beperkter. Zelfs het tijdelijk subsidiëren van nieuwe, zuinige, milieuvriendelijke wasmachines en elektrische scooters werkt hier niet.

Er is ook geen geld voor. China’s schuldenlast van 28.000 miljard dollar (282 procent van het bruto binnenlands product) is al groter dan die van de VS en Duitsland samen. In 2015 moesten Chinese lokale overheden alleen al aan rentelasten 156 miljard dollar betalen.

Niet verwonderlijk dat daardoor de vrees voor sociale onrust toeneemt. Het constante gehamer op het belang van partijdiscipline, op het primaat van de politiek boven het leger en de steeds verbetener aanpak van afwijkende of kritische meningen wijzen op groeiende onzekerheid in de partijtop.

Harde keuzes om massaal overtollige mijnen, cement- en staalbedrijven te sluiten – zoals in de jaren negentig in de textielindustrie – worden wel aangekondigd, zoals woensdag opnieuw, maar ook steeds weer uitgesteld. Honderdduizenden werklozen die zonder ontslagvergoedingen en meestal ook zonder pensioenaanspraken op straat komen te staan: het is een spookbeeld dat realiteit aan het worden is.

De ontwikkeling van de nieuwe economie, zeg maar de ‘Alibaba-economie’ (naar de gelijknamige internetgigant), gaat te langzaam om de stroom werklozen in China op te vangen. Voor ex-manager Gao van de cementfabriek is het al te laat. Daarom droomt hij zo vaak over een terugkeer naar zijn geboortedorp, hoe arm het daar ook mag zijn. „In elk geval hoef ik dan geen hypotheek meer te betalen”, zegt hij met een grimas.

Naschrift 20 september 2017: Uit intern onderzoek bleek dat NRC niet kan instaan voor de journalistieke integriteit van dit verhaal. Lees hier meer informatie.