Promovendi moeten aan het werk bij bedrijven, maar hoe moet dat? 

Voor gepromoveerden is steeds minder plek aan de universiteit. De overstap naar het bedrijfsleven moet makkelijker worden.

Marjolein Blaauboer. Foto: Niels Blekemolen

Lotte Melenhorst (27) vond het prettig om voor een half jaar haar promotieonderzoek naar pers en politiek af te wisselen met een baan als beleidsmedewerker voor de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Daar begeleidde ze de beoordeling van beurzen. Het was een leuk kijkje achter de schermen, zegt ze. „Het is inhoudelijk ander werk dan de hele dag in je eentje onderzoek doen en daarbij werk je ook samen met anderen.”

De baan van Melenhorst is een initiatief van het Promovendi Netwerk Nederland. Dat heeft onder andere met NWO, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Rabobank afspraken gemaakt om tot een half jaar een promovendus in dienst te nemen. Die krijgt dan onbetaald verlof en de tijdelijke werkgever hoeft alleen het salaris te betalen, niet de andere lasten.

Die afspraken kwamen er niet voor niets. 30 procent van de gepromoveerden komt nu op de universiteit terecht met een los contract als postdoc, terwijl twee keer zoveel dat zouden willen. „Carrièrekansen, zeker als die liggen buiten de wetenschap, verschijnen niet binnen hun blikveld en liggen ook niet ten grondslag aan de keuze voor een promotietraject”, concludeert het Rathenau-instituut in een rapport.

Aan de universiteit worden de carrièrekansen ook minder. Terwijl het aantal gepromoveerden groeit, krimpt het aantal beschikbare vaste banen aan de universiteiten.

Twee organisaties die zich inzetten voor gepromoveerden pleitten vorige maand in een manifest voor betere doorstroming naar bedrijven en overheid. De overheid zou met de universiteiten en bedrijven streefcijfers voor doorstroming moeten afspreken. Zeker nu de overheid streeft naar meer gepromoveerden om de innovatie te bevorderen.

Weinig aandacht voor banen elders

In het manifest staan vier grieven: promovendi en postdocs oriënteren zich matig op de arbeidsmarkt, de universiteit heeft te weinig aandacht voor een verdere loopbaan elders, bedrijven kennen de waarde van postdocs niet en er zijn te weinig ontmoetingsmogelijkheden tussen promovendi en organisaties waar ze kunnen werken. Terwijl volgens het manifest promovendi en postdocs uitblinken in kennis, inventiviteit, analytisch vermogen en onderzoekstalent.

Internationaal gezien heeft Nederland niet veel gepromoveerden (zeker 72.000), maar hun aantal stijgt. Oriëntatie buiten de universiteit wordt door promotiebegeleiders vaak als hinderlijke onderbreking van het onderzoek ervaren. Een steuntje in de rug kan zeker helpen want voor degenen die zich wél op een loopbaan elders richten, ziet de arbeidsmarkt er helemaal niet slecht uit, blijkt uit een onderzoek van het CBS onder ruim 44.000 doctores die sinds 1990 zijn gepromoveerd. Kanttekening: hier zitten uiteraard veel mensen bij die promoveerden toen de banen voor het oprapen lagen.

De meesten, ongeveer 80 procent, zijn bij onderzoek betrokken – lang niet altijd aan de universiteit. Tweederde werkt in de niet-commerciële dienstverlening, waaronder het hoger onderwijs. Vooral voor gepromoveerden in de techniek of de natuur- en gezondheidswetenschappen is er genoeg werk, bij de geesteswetenschappen is het wat minder en wordt er vaker in deeltijd gewerkt. Ze verdienen gemiddeld een goed salaris waar ze meestal tevreden over zijn. Slechts 2,5 procent is werkloos, een klein aantal zoekt geen werk. Een kwart van de gepromoveerden heeft afgelopen tien jaar in het buitenland gestudeerd of onderzoek gedaan, vrouwen vaker dan mannen.

Maar de overstap naar een baan buiten de universiteit moet dus beter. Lilian Menu, directeur van het Postdoc Career Development Initiative (PCDI), vindt dat ook bedrijven meer profijt kunnen hebben van gepromoveerden en dat hun ervaring en analytisch vermogen ook heel geschikt is voor werk dat niet direct met onderzoek te maken heeft. Ze vindt ondanks alles dat de meerwaarde van gepromoveerden nog steeds niet wordt erkend. Sterker nog: volgens het Rathenau-instituut komen gepromoveerden in een baan pas na twaalf jaar op gelijk niveau met masters die de universiteit al na hun afstuderen verlieten.

En er is nog een reden: zekerheid. Degenen die het na hun promotie volhouden aan de universiteit, belanden vaak in een reeks tijdelijke contracten als postdoc, waarbij ze ook nog na twee jaar een half jaar uit dienst moeten treden, zodat ze geen recht krijgen op een vaste aanstelling. „De overheid zou meer aandacht moeten hebben voor het nadelige effect van dat soort constructies”, zegt celbioloog Marjolein Blaauboer, medeoprichter van PostdocNL, een netwerk van postdocs. Dat zijn gepromoveerden die aan de universiteit blijven werken.

Blaauboer:

Als postdoc heb je binnen de organisatie geen enkele stem. Dat vind ik zorgelijk.

Buitenlandse universiteiten bieden mogelijkheden, maar een permanente functie is ook daar lang niet altijd beschikbaar. Dan kan het uitlopen op een zwervend bestaan over universiteiten, waar na verloop van tijd ook niet iedereen zin meer in heeft. Amerikaanse universiteiten bereiden hun PhD-studenten wel systematisch voor op een carrière buiten de wetenschap – dat draagt ook bij aan het prestige en aantrekkelijkheid van de instelling.

Wat wil ik graag?

Promovendi en postdocs in Nederland krijgen inmiddels trainingen voor een loopbaan elders. Die trainingen worden georganiseerd door het Postdoc Career Development Initiative van Lilian Menu, een deels door het ministerie van Economische Zaken en verscheidene wetenschappelijke clusters gefinancierd bureau.

Betty Veenman (31), promovenda in de klinische neuropsychologie, leerde in zo’n cursus dat het belangrijk is om te beginnen met de vraag ‘wat wil ik graag’ en niet met ‘waar kan ik terecht’. Dan openen zich andere mogelijkheden dan alleen onderzoek. „Je moet dan buiten je eigen werkveld kijken”, zegt ze. „Hoe kun je je kwaliteiten vertalen tot iets wat een bedrijf interessant vindt?”

Veenman promoveert op een methode voor leerkrachten om basisschoolleerlingen met ADHD-symptomen in de klas aan te pakken en hoopt later werk te vinden in het helpen van dergelijke kinderen. „Je moet dan concrete stappen nemen. Zoeken naar bedrijven die je aanspreken. Je kunt er ook open over zijn tegenover je begeleiders.”

Bedrijven in de consultancy weten het analytische vermogen van gepromoveerden vaak wel te waarderen. Zeker 5 procent van de gepromoveerden vindt daar werk. De consultancyfirma Roland Berger neemt uit zichzelf tijdelijk promovendi in dienst voor stages en is tevreden over het resultaat.

„Wij hebben goede ervaring met consultants die gepromoveerd zijn”, mailt partner Benno van Dongen. „Een PhD-traject traint studenten om een aantal jaren heel gericht onderzoek te doen en daarbij geven ze vaak leiding aan masterstudenten.” Phd’s komen op een hoger niveau binnen, als consultant, terwijl masterstudenten eerst junior consultant worden.

Van Dongen:

Het is vaak van minder belang welk onderzoek precies onderwerp van studie is geweest. De training in onderzoek doen, waarbij de diepte niet wordt geschuwd, sluit goed aan bij de eisen die wij aan consultants stellen.

Voor promoties is vaak creativiteit en ondernemingslust nodig en mensen met die eigenschappen heeft Van Dongen nodig in zijn bedrijf.

Deze bedrijven zijn nog in de minderheid. De klacht van gepromoveerden is juist dat ze bij de meeste bedrijven op hetzelfde niveau instromen als masters. „Terwijl een promotie toch minstens vier jaar werkervaring is”, zegt Melenhorst. Gelukkig heeft zij op tijd actie ondernomen. „Nu die baan op mijn cv staat, kan ik aan werkgevers laten zien dat ik ook wat anders kan dan onderzoek doen.”