Yurt

In nrc.next stond een verhaal over bewoners van ‘tiny houses’, een uit Amerika overgewaaide trend om bewust op een heel klein oppervlak te wonen. Wat het artikel bijzonder maakte, waren de citaten van bewoners en toekomstige bewoners die juichend afstand deden van de luxe die onze ouders en grootouders met hetzelfde enthousiasme hadden begroet.

Een wasmachine? Wassen kon toch ook met de hand, even een knop in het hoofd omzetten en gewoon doen. Vond Marjolein, een medisch documentatiedeskundige die in een rijtjeshuis in Langedijk alvast vrolijk fantaseerde over haar toekomstige leven op twintig vierkante meter zonder stromend water, elektriciteit en gas. „Ik ben gek op fikkies stoken.”

Sommige reportages zijn te kort: ik hoop dat de schrijfster van het artikel Marjolein de komende jaren blijft volgen en al die euforie over het leven zonder ecologische voetafdruk voor ons vastlegt. Van het zingend sprokkelen van hout voor de kachel, het gezeul met een emmer ontlasting naar de kuil tot hoe ze per paard naar haar werk gaat en hoe Marjolein ons dat dan verkoopt als ‘leuk’.

De voor en in hun yurt gefotografeerde ‘groepsopvoeder’ Geert en zijn vriendin Geralda waren al terug in de tijd. Ze woonden sinds twee jaar in hun Mongoolse nomadentent op een boerenerf in Giessenburg en je hoorde ze niet klagen. Water in een jerrycan halen om je te wassen, telkens naar buiten moeten voor de wc… Geert en Geralda zeiden: een paar stappen lopen door de tuin en je bent er.

Ik had graag nog veel meer ‘positiefs’ over hun leven in de yurt gelezen. Het prikkelde de fantasie. Dat er in een yurt geen ruimte was voor kasten bijvoorbeeld en alles dus in tegen de muur opgestapelde kisten moest, wat vonden Geert en Geralda daarvan?

„Lekker makkelijk als je gaat verhuizen”, waarschijnlijk. Of over het koken, dat op een gasfornuis veel sneller gaat dan op een houtkachel: „Nog nooit zo lekker gegeten!” Of: „Een houtvuur nodigt je uit om met maar één ding tegelijkertijd bezig te zijn.”

Ik had op National Geographic wel eens een reportage gezien over hoe Mongoolse nomaden de hele dag bezig waren om zo’n yurt schoon te houden. Ze zeiden dat het fijn was dat het in hun gebied de hele dag vroor, anders zouden ze last krijgen van ratten, spinnen en ander ongedierte. Als je in Nederland zonder gas, water en elektriciteit in een yurt bent gaan wonen heb je van dat soort angsten geen last. Dan vind je een aardworm in de vloerbedekking gezellig.