Waarschijnlijker is dat het een ‘gebooste splijtingsbom’ was

Een waterstofbom is veel krachtiger dan een ‘gewone’ kernbom. Maar heeft Noord-Korea er werkelijk een?

Als de Noord-Koreaanse opgave dat het een waterstofbom tot ontploffing heeft gebracht klopt, is het slecht nieuws voor het militaire evenwicht in Oost-Azië. Waterstofbommen hebben een vernietigende kracht die 100 tot 500 keer zo groot is als die van ‘gewone’ kernbommen. Hun kracht wordt uitgedrukt in megatonnen TNT, niet in kilotonnen.

Maar Westerse experts twijfelen vooralsnog aan de juistheid van de opgave. De laatste ‘gewone’ kernbom die Noord-Korea tot ontploffing bracht (februari 2013) leverde net als vannacht een seismische schok op van 5,1 Richter. Mocht Noord-Korea werkelijk beschikken over een waterstofbom dan is het ook nog de vraag of die transporteerbaar is. De eerste ontwerpen die de Amerikanen en Russen in de jaren vijftig van de afgelopen eeuw gereed hadden konden niet eens met een vliegtuig worden vervoerd.

Waterstofbommen worden formeel thermonucleaire bomen genoemd. Ze verschillen wezenlijk van de ‘gewone’ kernbommen met plutonium of verrijkt uranium als lading. Die bommen gebruiken de kernenergie die vrijkomt als heel zware elementen (plutonium of uranium) met neutronen worden verspleten. De waterstofbom gebruikt juist de energie die vrijkomt als heel lichte elementen (deuterium en tritium, dat zijn vormen van waterstof) worden samengebracht. Het is een fusiebom. Correcter: de waterstofbom is een splijtings-fusiebom, want de fusie van deuterium en tritium wordt tot stand gebracht door de druk en hitte van een klassieke splijtingsbom.

De VS brachten al in 1952 een eerste waterstofbom tot explosie. Later kamen ook de Sovjet-Unie, Engeland, China en Frankrijk. Israel zou over de technologie beschikken. Ook India en Pakistan beweren dit, maar daaraan wordt getwijfeld. Het principe en de technische uitwerking van de bom zullen na ruim zestig jaar zeker geen groot geheim meer zijn.

Toch is het waarschijnlijker dat Noord-Korea een zogenoemde ‘gebooste splijtingsbom’ tot ontploffing heeft gebracht. In de kern van zo’n plutonium- of uraniumbom is een hoeveelheid tritium- of deuteriumgas gebracht die tot fusie komt en dan veel neutronen produceert. Dat verhoogt het rendement van de splijting flink. Veel moderne splijtingsbommen gebruiken dit boosting-principe. Wat Engeland in de jaren vijftig geslaagde experimenten met waterstofbommen noemde, bleken achteraf proeven met gebooste splijtingsbommen.

Noord-Korea bracht zijn bom ondergronds tot explosie. Maar vaak ontstaan daarbij scheuren in de bodem waaruit op den duur de gasvormige splijtingsproducten ontwijken (‘venting’). Deze producten kunnen worden opgevangen door vliegtuigen die langs de grenzen van het land vliegen. Analyse hiervan kan uitsluitsel geven over de aard van de explosie.