Is Tarantino in bloedvorm of is het een bloedsaaie film?

De meningen zijn diep verdeeld over de nieuwste film van Quentin Tarantino: een western in het incourante 70mm Ultra Panavision-formaat. Twee recensenten kruisen de degens.

Foto

Filmrecensent Coen van Zwol: 'Tarantino in bloedvorm' (●●●●●)

Wat maakt zo’n lange Tarantino-scène toch zo fascinerend? „Zie het als een heel dik stuk elastiek”, zei acteur Michael Fassbender in 2009 bij Inglourious Basterds, waarin hij als Britse spion een kwartier lang boerenbridge speelt met wantrouwige nazi’s. „Hoe lang kun je het oprekken tot het knapt?”

The Hateful Eight, Tarantino’s jongste, zit vol met dat soort scènes, met gesprekken die als een brandend lontje richting kruitvat knetteren: trapt iemand het nog uit? Soms wel, soms niet. The Hateful Eight is een pokerspel op leven en dood waar men elkaar continu met sterke verhalen aftast, uitdaagt en misleidt. Het draait om geduld, concentratie, bluf en geluk.

Terugkeer naar Reservoir Dogs

In zekere zin is de film een terugkeer naar Tarantino’s debuut Reservoir Dogs uit 1992: acht antihelden in een kleine ruimte, wie is de mol? Ditmaal drijft een sneeuwstorm zeven man en één vrouw samen in Minnie’s Haberdashery, een ruststation voor postkoetsen in Wyoming. Daar cirkelen ze bijna drie uur lang als roofdieren om elkaar heen. Premiejager ‘The Hangman’ John Ruth wil outlaw Daisy Domergue in het naburige Red Rock zien hangen, maar weet dat haar bende in hinderlaag ligt. Zijn de koetsier, de Mexicaan, de stille cowboy en de zijige Britse beul wel wie ze zeggen te zijn? Naast wet versus misdaad loopt een tweede scheidslijn door de saloon: Noord versus Zuid. De zwarte majoor Warren vocht in de Burgeroorlog voor de Yankees, sheriff Mannix voor de Confederatie. Gezien deze slangenkuil en gezien Tarantino vermoed je een bloedbad. Maar wie, waar, wanneer?

The Hateful Eight was bijna afgeblazen nadat een scriptversie was uitgelekt. Tarantino kwam daarop terug, en begrijpelijk: dit is zijn sterkste script sinds Pulp Fiction. In de 21ste eeuw produceerde hij louter camp, brokkelige B-filmcollages bevolkt door stripfiguren met één motief: wraak. Aangename ironie vaak, maar zonder Tarantino’s wervelende vertelstijl. Door zich streng te beperken qua tijd en plaats keert dat oude momentum hier terug. Tarantino’s archetypes krijgen ruimte om uit te groeien tot personages en het spelplezier spat eraf bij zijn acteurs. Zij worden verwend met fraaie broeidialogen en kamerbreed 70mm Ultra Panavision, dat ze tot Homerisch formaat opblaast. Zoveel speelsheid, nihilisme en bloed, toch zulke harde noten kraken: The Hateful Eight is Tarantino in bloedvorm.

Filmrecensent André Waardenburg: 'Bloedsaaie film' (●○○○○)

Het begin van Tarantino’s ode aan de spaghetti- en paellawestern is schitterend. Op het superbrede beeld zien we het ijzige winterlandschap van Wyoming. De camera beweegt traag naar een half besneeuwd Christusbeeld, een shot dat lang blijft staan. Hierdoor krijgt de toeschouwer zowel de kans te genieten van Robert Richardsons fraaie camerawerk als de muziek van Ennio Morricone. Op speciaal verzoek van Tarantino, die Morricone’s muziek al meermalen hergebruikte, schreef de maestro een nieuwe, majestueus georkestreerde score die na afloop nog dagen in je hoofd zit.

Dat kun je van de film zelf niet zeggen. Want de muzikaliteit en het gevoel voor ritme dat Morricone in deze paar minuten tentoonspreidt, mist Tarantino in de bijna drie uur die volgt. Zodra de postkoets met de belangrijkste personages in beeld komt en de eerste dialoogscène volgt, valt de puls die Morricone zo subtiel aanbracht helemaal weg en komt de boel krakend en piepend tot stilstand. Ook maakt de adembenemende landschapsfotografie plaats voor eentonige interieuropnames. Eerst in de postkoets, later bij de pleisterplaats waar iedereen schuilt voor de naderende sneeuwstorm. Dialoog op dialoog, en dat wordt al heel snel tergend saai – iets wat Tarantinofans ongetwijfeld moeilijk zullen toegeven.

Verkwanseling middelen en talent

Heel af en toe veer je op uit de halfslaap waarin Tarantino je wiegt. Zo is de gebruikelijke lange monoloog (hier van Samuel L. Jackson) weer memorabel, ook al zie je de uitkomst van mijlenver aankomen. De parallel die Tarantino trekt tussen de etnische verhoudingen van vlak na de Amerikaanse Burgeroorlog en nu is onmiskenbaar, maar hij doet daar verder teleurstellend weinig mee. Veel gemiste kansen dus, en dat geldt ook voor de keuze voor antieke 70mm Ultra Panavision, bedoeld voor grootse panorama’s, maar door Tarantino vooral gebruikt om gezichten te filmen in een duistere blokhut: tegendraadsheid die puberaal aandoet.

Welbeschouwd is zijn achtste film een decadente verkwanseling van middelen en talent. Een saai toneelstuk met bedenkelijke moraal. Zelden was een film zo vrouwonvriendelijk: Daisy (Jennifer Jason Leigh) wordt continu geslagen, bevuild en vernederd. Misantropische conclusie: iedereen is slecht. Een slap excuus voor deze geweldsporno en bovendien een sleets wereldbeeld. Tarantino is niet langer verfrissend provocerend, maar vermoeiend blasé.