Werkgevers in Rotterdamse haven wijzen eisen vakbond af

Acties in de Rotterdamse haven lijken nu onvermijdelijk. Het door de FNV gestelde ultimatum liep om 12.00 uur vandaag af.

Een railoverslag op de Rotterdamse haven. Foto: Lex van Lieshout/ANP

Acties in de Rotterdamse haven lijken onvermijdelijk. De werkgevers in de containersector gaan niet akkoord met de eisen die vakbond FNV stelt. Het door de FNV gestelde ultimatum liep om 12.00 uur vandaag af.

Allard Castelein, directeur van het Havenbedrijf Rotterdam dat als voorzitter fungeert in de onderhandelingen met de werkgevers, benadrukt in een brief aan de FNV dat een oplossing voor het arbeidsconflict binnen handbereik is. Acties in de komende weken verkleinen de bereidheid om tot een akkoord te komen, waarschuwt Castelein. Schade zal op de FNV worden verhaald, met een kort geding zal worden geprobeerd om acties te voorkomen.

De brief:

Inzet van het conflict is het verwachte banenverlies (200 tot 800 van de bijna 3.600 banen) in de containersector door automatisering van de terminals. Sinds april vorig jaar onderhandelen vier containerterminals en vier sjorbedrijven met FNV Havens en CNV Vakmensen over maatregelen om dat banenverlies te voorkomen of te compenseren. Het laatste overleg, op 11 december, braken de werkgevers af omdat bij een aantal terminals het werk werd neergelegd.

Armpje drukken

Het conflict is verhard, maar de kloof tussen het werkgeversbod en de FNV-eisen lijkt niet heel groot. Ingewijden spreken van ‘armpje drukken’: wie is de baas in de haven? Over een baangarantie zijn de partijen het inmiddels eens: die geldt tot 1 juli 2020 voor werknemers in vaste dienst. De FNV begon met een baangarantie tot 2025 en bracht die eis al eerder terug tot 2022. Uit het ultimatum, verstuurd op 31 december, blijkt dat de laatste eis aansluit op het eindbod van de werkgevers, namelijk tot midden 2020.

Onenigheid is er nog wel over uitbreiding van een regeling voor oudere havenwerknemers. FNV wil dat dat werknemers die geboren zijn tussen van 1952 tot en met 1956 voor 50 procent kunnen gaan werken tegen 95 procent van hun salaris. De werkgevers willen de geboortejaren 1952 tot en met 1955 voor 60 procent laten werken tegen 95 procent salaris. Ook twisten de partijen in hoeverre deze regeling geldt voor het kleine en kwetsbare sjorbedrijf RPS.

Aparte CAO voor één terminal

Tot ongenoegen van de FNV probeert de directie van containerterminal APMTR een apart akkoord te sluiten met de eigen Ondernemingsraad. De FNV wil een regeling voor de hele sector, maar veel werknemers van APMTR voelen wel voor een apart akkoord. Het banenverlies bij APMTR is minder acuut dan bij de andere terminal op Maasvlakte I, die van ECT.

De capaciteit van APMTR, onderdeel van het Deense conglomeraat Maersk, zal deels worden overgenomen door de nieuwe zusterterminal op Maasvlakte II, maar de verschuiving vindt plaats binnen het concern. De lading van ECT, vanouds marktleider, zal voor een groot deel verschuiven naar nieuwkomer RWG op Maasvlakte II. Het banenverlies zal daarom naar verwachting vooral gaan gelden voor ECT.