Column

Sektarisch geweld in Midden-Oosten bedreigt de hele wereld

M et de executie van 47 ter dood veroordeelden heeft Saoedi-Arabië afgelopen weekeinde een krachtig signaal afgegeven: wie zich tegen ons verzet, via terreur of verbaal, riskeert een ontijdig einde. Dat daarbij de rechten van de mens met voeten worden getreden, deert de Saoedische leiders kennelijk niet. Al evenmin dat ze hiermee niet alleen de shi’itische minderheid in eigen land voor het hoofd stoten, maar ook de belangrijkste shi’itische mogendheid in het Midden-Oosten, Iran.

Iran – zelf overigens een land dat nog vaker mensen terechtstelt dan Saoedi-Arabië – reageerde furieus, vooral op de executie van de shi’itische geestelijke Nimr al-Nimr. De autoriteiten deden weinig om woedende betogers in toom te houden. Die plunderden de Saoedische ambassade in Teheran en staken hem deels in brand.

Dat bracht Riad zondag weer tot het verbreken van de diplomatieke betrekkingen. En zo staan de belangrijkste sunnitische en shi’itische mogendheden in de toch al zo instabiele regio nog meer dan voorheen als kemphanen tegenover elkaar. Dat is slecht nieuws voor de rest van de wereld. Weliswaar is de kans klein dat beide landen elkaar rechtstreeks in de haren vliegen, maar een oplossing voor de verwoestende conflicten in Syrië en Jemen raakt zo nog verder uit zicht. Daar steunen beide landen respectievelijk sunnitische en shi’itische strijdgroepen, zij het in ongelijke mate. De burgeroorlogen ontaarden steeds meer in sektarische conflicten.

Een wankel staakt-het-vuren in Jemen werd juist dit weekeinde door Saoedi-Arabië opgezegd. Ook de vooruitzichten voor vredesoverleg over ‘Syrië’ zijn nu somber, net nadat de Verenigde Staten de Saoediërs zo ver hadden gekregen met Iraniërs om de tafel te gaan zitten. Het is moeilijk voorstelbaar dat ze snel weer met elkaar willen praten.

Maandagavond veroordeelde de Veiligheidsraad van de VN Iran wegens de aanval op de ambassade. Saoedi-Arabië, vanouds bondgenoot van het Westen, bleef buiten schot, ook al was het land de aanstichter van de huidige crisis. Ook nu kijkt het Westen weer de andere kant op uit vrees voor zijn eigen strategische en economische belangen (olie-invoer en wapenhandel).

Maar het ongemak over deze in veel opzichten onfrisse bondgenoot, die zo frequent de mensenrechten schendt en gevaarlijke radicale sunnitische groepen elders in de wereld steunt, groeit zienderogen.

Minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) stuurt zijn mensenrechtenambassadeur naar Riad om de zaak te bespreken. Dat kan geen kwaad, maar het is niet genoeg. Nederland en het Westen moeten de Saoediërs duidelijk maken dat er grenzen zijn aan wat van een bondgenoot wordt geaccepteerd. Zelfs als dat de eigen strategische en economische belangen raakt.