President Maduro bindt de strijd aan met parlement in Venezuela

De parlementaire oppositie heeft de meerderheid in Venezuela. Alleen president

Maduro wil er niet aan.

Leden van de Venezolaanse oppositie, dinsdag bij hun demonstratieve optocht naar het parlement. Foto Juan Barreto/AFP

Het was geen alledaagse installatie van het nieuwe parlement, dinsdag in de Venezolaanse hoofdstad Caracas. In plaats van het uitwisselen van formele handdrukken, marcheerden 112 oppositieleden, geflankeerd door honderden aanhangers, demonstratief naar het gebouw van de Nationale Vergadering. De mars was een signaal aan de president, de socialist Nicolás Maduro, dat de oppositie zich door hem niet laat intimideren.

Voor het eerst in 17 jaar heeft niet Maduro’s Socialistische Partij, opgericht door wijlen president Hugo Chávez, de meerderheid in het parlement, maar de oppositie. Tijdens de verkiezingen op 6 december behaalde de oppositie, verenigd in de Tafel van Democratische Eenheid (MUD), zelfs een tweederde meerderheid. Daarmee kan de MUD formeel macht uitoefenen in alle Venezolaanse instituties.

Dat is de theorie. In de praktijk doet Maduro, die de verkiezingsuitslag kwalificeerde als „contrarevolutionair”, er alles aan om zijn macht zo veel mogelijk te behouden. Zo benoemde de president, die tot 31 december per decreet regeerde, vorige week nog dertien nieuwe raadsheren in het Hooggerechtshof. En nam hij op de laatste dagen van het nieuwe jaar wetten aan om de macht van het nieuwe parlement te beperken.

Schoon schip

Die wetten geven Maduro nu een juridische basis om het nieuwe parlement op cruciale punten te omzeilen. En daarmee begon hij meteen. Maandag kondigde Maduro aan dat vanaf nu de president, zonder tussenkomst van het parlement, de directie van de Centrale Bank kan benoemen en ontslaan. Daarmee zette hij de nieuwe verhoudingen direct op scherp. Want één van de verkiezingsbeloftes van de oppositie was juist schoon schip te maken binnen de Centrale Bank.

„De wetswijziging is een juridisch gedrocht ter bescherming van een omstreden president. Het is in tegenspraak met de grondwet,” twitterde het nieuw gekozen oppositielid en voormalig directielid van de Centrale Bank Jose Guerra.

Venezuela gaat door een diepe economische crisis, met woekerende inflatie. Het olierijke land zag zijn inkomsten scherp teruglopen na het dalen van de mondiale olieprijs. Er is een groot gebrek aan levensmiddelen in het land, de werkeloosheid is hoog. De Centrale Bank publiceert sinds vorig jaar geen inflatiecijfers meer. De oppositie ziet hierin de hand van de regering, die objectieve informatie zou achterhouden.

Ook beschuldigt de oppositie de Centrale Bank ervan de regering onrechtmatig te financieren, door het simpelweg bijdrukken van geld, zonder daarvan melding te maken. De nieuwe wet maakt ingrijpen door de oppositie onmogelijk.

Dat de socialisten in Venezuela de macht niet willen delen, komt niet als een verrassing. In de periode tussen de verkiezingen op 6 december en de beëdiging van het parlement gisteren, greep Maduro al andere middelen aan om zijn macht te behouden. Zo verbood het Hooggerechtshof, dat volledig wordt gedomineerd door chavista’s,, vorige week woensdag drie gekozen oppositieleden zitting te nemen in het parlement, waardoor de oppositie zijn tweederde meerderheid zou verliezen. Die uitspraak, waarvan de juridische basis niet bekend is, bestempelde de oppositie direct als een „juridische coup”.

Toch werden gisteren niet 112, maar 109 oppositieleden ingezworen. De overige drie zouden later volgen. „Geen enkele bureaucratische beslissing, zeker niet genomen door een orgaan zonder legitimiteit, kan de wil van het volk doorkruisen”, zei Henry Ramos Allup, die maandag tot parlementsvoorzitter werd gekozen.

Hoewel Maduro het ministerie van Binnenlandse Zaken opdracht heeft gegeven de installatie vredig te laten verlopen, vrezen waarnemers dat de president niet zal toestaan dat de oppositie daadwerkelijk een tweederde meerderheid krijgt. Onduidelijk is welke maatregelen Maduro daartoe zal afkondigen. In het verleden draaiden botsingen tussen voor- en tegenstanders van de regering geregeld op straatgeweld uit.