Op wereldreis met Jeroen Bosch

Detail van Jeroen Bosch' triptiek Tuin der Lusten, bezit van het Prado in Madrid.

Het moet als een buitenkans hebben geklonken: vijf jaar lang een team van wetenschappers volgen tijdens hun onderzoek naar de schilderijen van Jeroen Bosch. Maar documentairemaker Pieter van Huijstee vergiste zich, want wetenschap is saai.

In Den Bosch ontstond in 2010 het idee om met een grote overzichtsexpositie in Het Noordbrabants Museum de wereld duidelijk te maken waar Jeroen Bosch woonde en werkte en waar hij in 2016 precies vijfhonderd jaar geleden stierf.

Om zijn populaire schilderijen te mogen lenen van musea als Prada, Louvre en National Gallery had de stad een ruilmiddel nodig. Dat werd het Bosch Research and Documentation Project. Onder leiding van de Nijmeegse kunsthistorici Matthijs Ilsink en Jos Koldeweij ging een team grondig onderzoek doen naar alle, zo’n 25, aan Bosch toegeschreven schilderijen.

In Jheronimus Bosch, geraakt door de duivel volgt Van Huijstee als in een roadmovie de wetenschappers van Venetië tot Washington en Madrid. Wat het verhaal een beetje dynamiek geeft, is de tegenwerking van het Prado, dat de belangrijkste werken van Bosch bezit. De Spaanse conservator verbiedt het team de achterkant van de zijluiken van de Tuin der Lusten te onderzoeken. Pas als de directeur van het museum zegt dat het wel mag, gaan de luiken even dicht. Maar nauwkeuriger technisch onderzoek verbiedt hij, dat heeft het Prado zelf al genoeg gedaan. En trouwens, zegt hij, Bosch is eigenlijk een Spaanse schilder: El Bosco. De conservator twijfelt hardop aan de deskundigheid van het Nederlandse team.

Pijnlijk is het moment waarop de directeur van Het Noordbrabants Museum via de telefoon van zijn Spaanse collega hoort dat het toegezegde topstuk van de expositie, Prado’s De Hooiwagen, eerst drie maanden in Boijmans Van Beuningen zal hangen. Dat Rotterdam dit achter zijn rug om heeft geregeld, maakt hem razend. Maar hij is machteloos, want anders dan Den Bosch bezit Boijmans werkelijk kostbaar ruilgoed in de vorm van werken van Bosch. Maar de opzet is geslaagd: op 13 februari openen de Nederlandse en Spaanse koning gezamenlijk de meest volledige Bosch-expositie ooit. Ook met de documentaire is het goed gekomen, want tussen de speurende wetenschappers zijn steeds de prachtige schilderijen van Jheronimus Bosch in beeld. Niet zo maar een beetje vergroot, maar vaak van heel dichtbij. Dat op een bioscoopscherm zien is een ervaring die deze documentaire optilt van 2 naar 4 ballen.