Onwaarschijnlijke perfectionist

De letterontwerper en typograaf werd beroemd met twee drukletters voor het digitale tijdperk, de Trinité en de Lexicon.

Zijn eigen overlijdenskaart had letterontwerper en typograaf Bram de Does lang geleden al vormgegeven. In een brief aan drukker en uitgever Jan de Jong had hij zijn wensen minutieus geformuleerd: de tekst („De crematie heeft in familiekring plaatsgevonden”), de letter (zijn eigen Trinité), de kleuren voor het door hemzelf ontworpen vignet – tot op de millimeter lag alles vast. Zijn echtgenote hoefde vorige week alleen de overlijdensdatum nog te noteren: 28 december 2015. Een onwaarschijnlijke perfectionist. Zo omschrijven vrienden en collega’s de aan de gevolgen van slokdarmkanker overleden De Does.

De Does, die bijna heel zijn leven bij drukkerij Joh. Enschedé in Haarlem werkte, werd beroemd met twee veelgebruikte drukletters voor het digitale tijdperk, de Trinité (1982) en de Lexicon (1992). De laatste, speciaal ontwikkeld om teksten in kleinere korpsen optimaal leesbaar te maken, was tot voor kort de vaste letter van deze krant.

Collega-letterontwerper Gerard Unger rekent De Does tot de groten op zijn vakgebied. „In een tijd dat het wilde ontwerpen hoogtij vierde, ging hij zijn eigen gang en kwam hij met twee lettertypen die verbluffend helder van concept zijn.”

Boekhistoricus Mathieu Lommen publiceerde in 2003 een monografie over De Does. Hij omschrijft hem als een typograaf die uitging van de traditie, maar altijd tot persoonlijke oplossingen kwam. Lommen: „Zijn boekontwerpen hadden iets aards en vriendelijks, nooit die gladheid die Zwitserse ontwerpers eigen is.”

Hoe perfectionistisch De Does was, ondervond Lommen toen zij samen een boek maakten. Ondanks talrijke aanwijzingen had de binder een vouwfoutje gemaakt. Lommen: „Toen ik hem dat vertelde, zei Bram ten slotte: ‘Ik wist niet dat ik nog zo emotioneel kon worden.’”

De Does kon eindeloos twijfelen, zegt De Jong. Hij stuurde soms tientallen varianten op een omslagontwerp naar hem op. Van de zetters bij Joh. Enschedé kreeg De Does de bijnaam: ‘Puntje in, puntje uit’.

Op zijn boerderij in het Drentse Orvelte verbouwde De Does de laatste jaren zijn eigen groenten. Hij was overtuigd vegetariër en geheelonthouder. Alleen niet als hij in Amsterdam bij De Jong op bezoek kwam. Dan aten ze bij de Argentijn. De Jong: „Veel vlees en rode wijn.”

De monografie over De Does begint met een persoonlijke tekst. „Vaak wil ik de indruk wekken erg gewoon te zijn. Maar ik houd waarschijnlijk juist van erg origineel. (...) Echt gewone mensen vinden me een beetje gek. En echt gekke mensen vinden me te gewoon. (...). Zo hoor je natuurlijk nooit ergens bij. Het zal allemaal wel door de oorlog en de opvoeding komen.”