‘Net als de paus ben ik een man van het volk’

(75) alias Don Francisco was jarenlang presentator van het Latijns-Amerikaanse televisieprogramma Sábado Gigante. Maar de kijkcijfers liepen terug en de volksheld moest stoppen. ‘De mensen zien me als een huisvriend. We zijn familie.’

Publiciteitsfoto Mario Kreutzberger

Loop met Mario Kreutzberger alias Don Francisco door een hotellobby in Los Angeles, en passanten kijken je indringend aan. „Je bent hier met Don Francisco!” fluistert een jonge vrouw met een Spaans accent. Ze brengt vlug lippenstift aan: „Een foto, please!” Kreutzberger poseert goedmoedig. Als bonus geeft hij de fan een zoen, maakt een praatje met andere bewonderaars en stapt dan een volle lift in.

Gejoel stijgt op, alsof Michael Jackson uit de doden is herrezen. „Ay dios mio”, jammert een jonge man. „Mijn god! Don Francisco!”

Kreutzberger – 74 jaar en in goede gezondheid – is eraan gewend. Dat hij als zoon van een jood die een concentratiekamp overleefde de grootste naam in latino-entertainment is geworden blijft hem verbazen. Maar niet dat rijken en armen, studenten en omaatjes hem vrijelijk benaderen. „Ik ben als een huisvriend voor die mensen”, legt hij uit. „We zijn familie.”

Decennialang keken tientallen miljoenen Latijns-Amerikanen en latino’s in de VS naar zijn variétéprogramma Sábado Gigante: gigantische zaterdag. Zo dient hij al sinds het Beatles-tijdperk als boegbeeld en geweten van generaties Spaanstaligen – als een bindende kracht binnen een diverse gemeenschap. Aan bewaking of een entourage van assistenten om zich heen heeft Francisco nooit behoefte gehad. „De mensen hebben het gevoel dat we elkaar kennen”, zegt hij in doordacht Engels met Spaans accent.

Dit najaar nam tv-zender Univision een gewaagde beslissing. Ondanks de populariteit van de presentator werd een einde gemaakt aan Sábado Gigante. De wekelijkse show voor het hele gezin was 53 jaar non-stop op de tv geweest in Latijns-Amerika en de VS. Sterker, het was dankzij Kreutzberger dat Univision het op vier na grootste televisienetwerk van de VS werd: van de 55 miljoen Amerikaanse latino’s keken er miljoenen elke zaterdag. Maar de kijkcijfers gingen omlaag. „Misschien is ruim een halve eeuw wel genoeg”, verzucht Kreutzberger.

Jaren geleden al haalde Mario, zoals hij graag wordt genoemd, het Guinness Book of Records. Geen programma was ooit zo lang onafgebroken op de televisie. Zeker zo belangrijk als de duur – hij sloeg alleen in 1974 een week over rond de dood van zijn moeder – was de culturele rol die Don Francisco speelde. Naast live muziek, goochelarij, quizzen, dierenspecials, liefdadigheidsacties, gezondheidsadvies en datingtips hield hij interviews met iedereen die er toe deed in Noord- en Zuid-Amerika.

Van Reagan tot Obama

Alle Amerikaanse presidenten, van Ronald Reagan tot en met Barack Obama, kwamen opdraven. „Zaterdagen zullen gewoon nooit meer hetzelfde zijn”, verwoordde Obama tijdens de slotuitzending in september het volkssentiment. „U heeft miljoenen Amerikanen helpen inzien dat het gezin nummer één is.” Schrijvers en journalisten analyseerden er de actualiteit. Iedere popster die iets wilde bereiken hoopte op een audiëntie, zo ook Gloria Estefan en Enrique Iglesias aan het begin van hun carrières. Zakenlieden, geestelijken en de mijnwerkers die in 2010 precies 33 dagen vastzaten in Chili: niemand die een Latijns publiek wilde bereiken kon om Don Francisco heen.

Zoals de bekende Mexicaans-Amerikaanse journalist Jorge Ramons zei bij het afscheid van Kreutzberger: „Hij vertegenwoordigt miljoenen mensen in de VS. Als je hem niet kent, kun je dit land eigenlijk niet goed begrijpen.”

Kreutzberger vertelt over zijn leven alsof hij een spannende speelfilm samenvat – een verhaal dat begint in Polen eind jaren dertig, bij zijn Joodse ouders die elkaar al kenden sinds hun jeugd. Moeder kon de nazi’s nipt ontvluchten, vader niet. Hij kwam kort in een concentratiekamp terecht en wist als een van de weinigen te ontsnappen. Via Engeland kwam hij in Chili terecht, om zijn Poolse jeugdliefde op te sporen. „Dus zo kon ik geboren worden”, zegt Kreutzberger.

Als jonge twintiger vertrok hij naar de VS. Vader had een herenmodewinkel in Santiago, zijn droom was dat zoon Mario ontwerper zou worden. Hij studeerde in New York, ging aan het werk, en keek eindeloos veel tv. „Het was verbijsterend, een radio waar je naar kon luisteren én kijken.”

In 1962 werd televisie geïntroduceerd in Chili, dankzij het WK voetbal aldaar. Mario meldde zich bij de eerste tv-zender. Hij smeekte om een baan en prees zichzelf aan: „Ik wist meer van tv dan iedereen, want ik had de hele tijd gekeken in New York.” Als kind vermaakte hij al gasten met toneelstukjes, grappen en rare accenten. Waarom zou hij dat niet kunnen op de televisie? Zoals Johnny Carson en Jack Paar al in Amerika lieten zien, maar dan uitbundiger. En in het Spaans.

Mario was – en is nog steeds – een innemende, overtuigende persoonlijkheid. De tv-bazen gaven hem een kans. Zo begon in 1962 Sábado Gigante op het Chileense Canal 13. In 1986 tekende hij met het toenmalige SIN (Spanish International Network, later Univision) om de show ook in de VS te produceren. Jarenlang maakte hij drie uur voor de Amerikaanse markt en drie uur voor Zuid-Amerika, voor een deel live en voor een deel opgenomen. Met tachtigurige werkweken en wekelijkse reizen tussen zijn thuisbases in Miami en Santiago bouwde hij een ongekende carrière op én een stabiel gezinsleven. „Ze is mijn eerste en enige vrouw”, pocht Don Francisco. „Dat komt in onze branche vrijwel niet voor.”

Combi tussen vraagbaak en therapie

Terwijl het latinodeel van de bevolking snel groeide in het land waar Spaanstalige nieuwkomers lang niet altijd welkom waren, ontwikkelde Don Francisco zich tot hun vertrouwde aanspreekpunt. Zijn programma was een combinatie van vraagbaak en therapiesessie, legt hij uit. Lang voordat presidentskandidaat Donald Trump zijn radicale plannen voor de aanpak van illegale immigratie wereldkundig maakte, kampten latino’s al met angst, stigma’s en racisme. In de VS wonen zeker elf miljoen illegalen, de meesten Spaanstalig. „Vaak kwamen mensen naar me toe op straat, doodsbang dat ze het land uitgeschopt zouden worden”, vertelt Kreutzberger. „Ik kon ze niet echt helpen. Maar je moet dat sentiment in je programma hebben. Vertalen wat er leeft.”

In de Amerikaanse politiek heeft hij zich nooit willen begeven. Vermoedelijk besefte Kreutzberger dat zijn brede populariteit snel was gekelderd als hij één ideologische hoek had gekozen. Maar eenmaal gepensioneerd voelt hij zich ‘vrijer’ om zich uit te spreken: „Wat Trump doet – los van zijn politieke denken – is discriminerend. Het is verkeerd om te zeggen dat de meeste latino’s criminelen zijn, of iedere moslim een terrorist.”

Don Francisco is met pensioen maar peinst er niet over om te gaan golfen of zijn tijd „op een andere manier te verdoen met zinloze activiteiten”. Dat zou maar zonde zijn voor de man die zichzelf in zijn autobiografie Life, Camera, Action! omschrijft als ‘een van de weinige latino’s die zijn droom heeft waargemaakt’.

In Hollywood is hij dit jaar ‘doorgebroken’, zegt hij vol zelfspot, dankzij een bijrol in The 33. Het is een speelfilm met Antonio Banderas over de Chileense mijnramp. Kreutzberger speelt zichzelf, want ook dat is Don Francisco: zodra het nieuws over de opgesloten mijnwerkers bekend werd, reisde hij af naar de ingestorte mijn en deed dagenlang verslag van de ramp – alsof het één lange Sábado Gigante was.

Mario wil documentaires maken, lezingen geven, reizen, bezig zijn. De jaarlijkse ‘teleton’ voor gehandicapte kinderen zal ook gewoon doorgaan. Die mega-uitzending om geld in te zamelen is telkens weer een groot succes in Zuid-Amerika en de VS. Dankzij Don Francisco is het percentage hulpbehoevende kinderen in Chili dat de noodzakelijke medische hulp krijgt, gestegen van 5 naar 85 procent.

Kreutzberger mag dan joods zijn, hij heeft nog één droomgast, ook al is zijn praatprogramma inmiddels voorbij. „Voordat het allemaal echt voorbij is, het leven bedoel ik, wil ik de paus ontmoeten. Hij heet Mario en ze noemen hem Francisco. Ik heet Mario en ik ben Don Francisco! Een man van het volk. Net als ik.”