‘Na Rio kunnen we de sport niet meer betalen’

Dat zei oud-volleybalster en nu hoofd merk en marktcommunicatie van de Rabobank Heleen Crielaard afgelopen zaterdag in het AD.

Foto indranil muhkerjee/ afp

De aanleiding

Een vooruitblik op het topsportjaar 2016 in het AD afgelopen zaterdag, met onder andere Heleen Crielaard, hoofd merk en marktcommunicatie bij Rabobank. Ze schetst een somber beeld van de Nederlandse sport na de Spelen van Rio in augustus. De krant kopt het stuk met haar uitspraak: ‘Na Rio kunnen we de sport niet meer betalen’. We checken het.

Waar is het op gebaseerd?

We bellen met Crielaard. In het gesprek van twee uur dat ze met het AD had, kwam ook de huidige financiële situatie aan bod van de Nederlandse topsport, vertegenwoordigd door NOC*NSF, de overkoepelende organisatie van sportbonden. De teneur van het gesprek was dat de middelen van de koepel, afnemen. Crielaard noemt aan de telefoon drie inkomstenbronnen die niet langer „een zekerheidje” zijn: overheidsbijdragen, Lotto-gelden en sponsoren. Exacte cijfers kent ze niet.

En, klopt het?

We gaan het rijtje van Crielaard af, beginnend bij de overheidsbijdrage voor topsport. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) draagt dit jaar 39,5 miljoen euro bij, blijkt uit de Rijksbegroting onder het kopje ‘uitblinken in sport’. In 2018 is dat bedrag gedaald naar 35,4 miljoen, maar dat komt doordat er in de komende jaren minder subsidie naar topsportevenementen gaat. Op het potje antidopingbeleid, stipendia (inkomen) voor topsporters en topsportprogramma’s wordt vanuit de overheid tot 2020 niet bezuinigd – tenminste, zo is door het huidige kabinet begroot.

Maar als je de begroting van NOC*NSF over 2016 bestudeert, kun je niet anders dan concluderen dat de sportkoepel het moeilijk heeft. Juist in het jaar van de Olympische Spelen ontvangen sportbonden 10 procent minder geld van NOC*NSF dan in 2015 voor hun topsportprogramma’s. Dat is een gevolg van tegenvallende resultaten van de Lotto, die dit jaar een miljoen minder afdraagt aan NOC*NSF dan vorig jaar (nu 38,2 miljoen euro). De koepel schrijft: ‘Deze begroting is de laatste waarbij kan worden gesteund op in het verleden opgebouwde reserves.’

Dat is een tamelijk deprimerende boodschap, maar er wordt gewerkt aan een oplossing. Vorige maand werd bekend dat Lotto mag fuseren met de Staatsloterij. Het fusievoorstel moet nog goedgekeurd worden door de Eerste en Tweede Kamer. Als de fusie doorgaat, zal NOC*NSF voortaan naast Lotto-gelden ook kunnen rekenen op geld van de Staatsloterij. De beoogde verdeling van het totale bedrijfsresultaat van het fusiebedrijf gaat zo: 63 procent is voor de staat, 37 procent voor NOC*NSF en een andere stichting. Volgens schattingen van staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes in een brief aan de Tweede Kamer moet NOC*NSF vanaf 2018 door de fusie kunnen rekenen op ruim 51 miljoen euro per jaar. Dat komt neer op jaarlijks 13 miljoen meer aan kansspelinkomsten dan nu. Wat daarvan terechtkomt bij de topsporters, bepaalt NOC*NSF.

Dat de topsport grote sponsoren verliest, valt niet te betwisten: Rabobank maakte vorige maand bekend dat het na 2016 uit de wieler- en paardensport stapt. En Univé gaat deze zomer na vijftien jaar stoppen met voetbalclub Heerenveen.

Conclusie

Dat we na de Spelen van Rio de (top)sport niet meer kunnen betalen, is onwaarschijnlijk. Sponsoren trekken zich terug, maar de overheidsbijdrage aan de topsport blijft de komende jaren gelijk – en nu gaat het ook goed. Belangrijk is de voorgenomen fusie tussen Lotto en de Staatsloterij, die de inkomsten van sportkoepel NOC*NSF weer moet terugbrengen naar het niveau van voor de crisis. Die fusie is nog niet beklonken, maar de conclusie dat de sport niet meer te betalen is, is te kort door de bocht. We beoordelen de stelling als onwaar.