Column

Lubbers had ook geen plaats in de herberg

Wie denkt dat Nederland vóór Pim Fortuyn een multiculturele samenleving was waar de loper werd uitgerold voor elke armoedzaaier, heeft het mis. Gisteren kon ik in het Nationaal Archief een blik werpen op de notulen van de Ministerraad in 1990. De dagen van het kabinet-Lubbers III. Ouderen heetten nog bejaarden en ‘bejaardenoorden’ vormden de grootste tegenvaller op de post Welzijn. De Golfoorlog was net uitgebroken en het kabinet stuurde twee fregatten naar Koeweit. In ruil daarvoor kreeg Nederland asielzoekers uit Irak en Koeweit.

In dat tijdgewricht probeerde minister van Welzijn Hedy d’Ancona (PvdA) plaats te vinden voor 2.500 à 3.000 vluchtelingen die in een paar maanden tijd waren gearriveerd. Ze vroeg, zo schreef ze in een wanhopige brief aan haar collega’s, 27 gemeenten om noodopvang, maar die weigerden. En de eige naren van mogelijke opvanglocaties in die weigerachtige gemeenten dreigden hun medewerking op te zeggen als de gemeente niet over de brug kwam. „De gemeente Amsterdam stuurt (600) asielzoekers de straat op”, schreef d’Ancona. „De situatie is definitief vastgelopen. Onbeheersbaar.”

Op 7 september dat jaar kwam de brief van d’Ancona ter sprake in de Ministerraad. Het is noodzakelijk, betoogde zij die ochtend, dat het overleg een ander karakter krijgt.

De omvang van het drama, zo lees ik in de stukken, is een fractie van wat wij nu „de vluchtelingencrisis” noemen. De minister was „al” zes tot acht weken bezig het probleem op te lossen, twaalf van haar ambtenaren zochten hotels en pensions. Zestig „contactambtenaren” behandelden de asielaanvragen, terwijl de IND afgelopen september 300 extra medewerkers aannam en zelfs dat is nog niet genoeg om de 50.000 vorig jaar aangekomen vluchtelingen te beoordelen.

De schaal was kleiner, maar de oordelen van de ministers van Lubbers III waren toch niet mals. PvdA-minister Alders van VROM: Dit vraagt om draconische maatregelen. PvdA-staatssecretaris Kosto van Justitie: We moeten potentiële asielzoekers signalen afgeven dat Nederland nu ook weer niet zo aantrekkelijk is. CDA-minister Hirsch Ballin van Justitie pleitte voor een gesloten opvang voor kansloze asielzoekers. De minister-president schreef in zijn typisch Lubberiaanse stijl: „Er is ten aanzien van geen enkel land à priori een onmogelijkheid van terugzending van asielzoekers die niet tot ons land zullen worden toegelaten.” Kortom: iedereen kan worden teruggestuurd.

Hij bood Hedy d’Ancona hoffelijk aan aanwezig te zijn bij haar gesprekken met onwillige burgemeesters. „Op haar uitdrukkelijk verzoek heb ik mij daartoe beschikbaar verklaard”, schreef hij aan zijn collega’s. De gemeenten bogen uiteindelijk, maar niet van harte.

Voor wie nu zegt ‘vroeger was het beter’, citeer ik uit de nieuwjaarstoespraak van de huidige Amsterdamse burgemeester Van der Laan: álle Nederlandse gemeenten moeten vluchtelingen opvangen. De stad heeft er zelf 1.300 opgenomen.