Loont zzp’en? De proef op de som

Met één miljoen zzp’ers in Nederland dringt de vraag zich op: loont het om een vaste baan in te ruilen voor het ondernemerschap?

Voorspelling: 2016 wordt het jaar van de zzp’er. Nog nooit stonden er zo veel zelfstandigen zonder personeel ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als nu. Eind 2015 waren het er 928.279, 6 procent meer dan het jaar ervoor. En nu ook steeds meer vrouwen en 65-plussers een eigen onderneming beginnen, is de verwachting dat het aantal zelfstandigen verder blijft groeien.

Ook politiek gezien is 2016 een zzp-jaar. In oktober verschenen de resultaten van een maandenlang onderzoek, het rapport IBO Zelfstandigen zonder personeel. De VVD en PvdA onderhandelden maandenlang over beleid voor zzp’ers, maar bereikten geen akkoord. Beslissingen over kwesties als het toenemend aantal onverzekerde freelancers en verplichte pensioenopbouw werden doorgeschoven naar 2016.

De partijen staan recht tegenover elkaar als het gaat om zzp’ers: de VVD juicht het groeiende aantal ondernemingen toe, de PvdA denkt dat de toename van zzp’ers negatief is voor de economie in Nederland. Zelfstandigen zijn meestal goedkoper dan werknemers met een vast contract, aldus de PvdA, en dus zullen bedrijven minder snel iemand in vaste dienst nemen.

Feit is dat duizenden Nederlanders het afgelopen jaar – al dan niet noodgedwongen – voor het ondernemerschap kozen. Maar loont het eigenlijk om een vaste baan te verruilen voor zelfstandigheid? Wat levert het meeste op? Freelancen of werken in loondienst?

Werknemers bouwen iets op

Hoeveel je als freelancer verdient is uiteraard afhankelijk van allerlei factoren, zoals je ervaring en beroepsgroep. Om toch een antwoord te vinden op bovenstaande vraag, nemen we als voorbeeld een werknemer in loondienst die jaarlijks 30.000 euro bruto verdient – een modaal inkomen. Om te beginnen zou je kunnen berekenen wat deze werknemer per uur verdient. Bij een brutojaarsalaris van 30.000 euro (inclusief 8 procent vakantietoeslag en dertiende maand) is dat 12,24 euro per uur.

Maar dan ben je er nog niet. Gemiddeld zijn werknemers maar 85 procent van de 261 weekdagen daadwerkelijk op hun werk: ze zijn tien dagen ziek, hebben acht betaalde feestdagen en twintig betaalde vakantiedagen. Tel er maar 15 procent bij op dus.

Een baas betaalt nogal wat direct aan het pensioenfonds en aan de staat. En de werknemer bouwt intussen recht op een WW-uitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering op en meestal een aanvullend pensioen.

Als zelfstandige zul je die laatste twee kostenposten zelf ook hebben. En voor werkloze maanden zul je moeten sparen. Daartegenover staat dat je inkomstenbelasting als zzp’er een stuk lager is. Je hebt recht op zelfstandigenaftrek (in 2015 was dit 7.280 euro), de MKB-winstvrijstelling (14 procent van de winst, bij een modaal inkomen 4.308 euro) en drie jaar lang de startersaftrek (2.123 euro).

Zzp’ers moeten risico’s doorberekenen

Je moet echter méér meerekenen: alle extra werkzaamheden die je als zzp’er wel doet, maar niet kunt declareren. Je boekhouding bijhouden, bijvoorbeeld, acquisitie, mislukte opdrachten opvangen en tijd om tot nieuwe ideeën te komen. Platform Zelfstandige Ondernemers raadt daarom aan om het bedrag wat je in loondienst per uur verdient te verdubbelen. Dan zit je op 24,48 euro (exclusief btw) voor bruto 30.000 euro.

Maar pas op: breek je je been, word je zwanger of heb je toch minder opdrachten dan je hoopte? Dat heb je dan nog niet opgevangen. Dus wil je écht meer overhouden als zzp’er, zoals het ministerie van Financiën onlangs berekende in z’n uitgebreide rapport? Dan zul je al die risico’s moeten doorberekenen in een hoger tarief.