Kan dat wel, coach van Real zonder ervaring?

Zinédine Zidane begint zijn trainersloopbaan meteen bij een topclub. „Ik zie geen risico”, zegt Leo Beenhakker, oud-coach van Real Madrid.

April 1986 zit Leo Beenhakker in een Brusselse kroeg met Ramon Mendoza, destijds voorzitter van Real Madrid. Met een pen van de barkeeper onderhandelen ze op de achterkant van een bierviltje het salaris uit, beschrijft Beenhakker in zijn biografie Don Leo. ‘Hij schreef zijn salarisvoorstel op, ik zette een bedrag daar tegenover, hij ging er tussenin zitten en klaar was Kees.’

Beenhakker, een jaar eerder nog coach van FC Volendam, naar de ‘Koninklijke’. Een naam als speler? Had hij niet, hij kwam niet verder dan de A1 van het Rotterdamse Xerxes. Ervaring als hoofdtrainer? Genoeg. Hij leerde het vak bij enkele kleine clubs, gevolgd door Ajax, Real Zaragoza en het bondscoachschap van Oranje.

Ieder z’n carrièreopbouw. Bijna dertig jaar na de aanstelling van Beenhakker is dinsdag de Fransman Zinédine Zidane gepresenteerd als coach van Real Madrid. Ervaring als voetballer? Magische middenvelder, Europees- en wereldkampioen, rijke clubcarrière. Zijn cv als trainer? Mager, geen ervaring als hoofdcoach op het hoogste niveau. De afgelopen jaren is hij klaargestoomd voor het grote werk bij Real, als assistent en als coach van het reserveteam.

Nu op zijn 43ste dus de stap naar Real-coach. Een verantwoorde zet? „Dat Zidane het nu overneemt is riskant vanwege zijn gebrek aan ervaring”, zei de Argentijn Jorge Valdano, oud-speler en -trainer van Real, dinsdag op de Spaanse radio.

Zonder noemenswaardige trainerservaring instappen bij een topclub – grote namen gingen Zidane voor. Gangbare route: in de luwte toegroeien naar het coachschap bij de club waar je als speler ooit groot werd. Meest beklijvende voorbeeld internationaal gezien is Pep Guardiola die bij FC Barcelona succestrainer werd, voorafgegaan door één seizoen als trainer van de reserves.

Vanuit Nederlands perspectief begonnen Johan Cruijff (1985), Louis van Gaal (1991) en Frank de Boer (2010) zonder veel ervaring bij Ajax – met succes. En meer recentelijk Phillip Cocu bij PSV en Giovanni van Bronckhorst bij Feyenoord. Natuurlijk, helemaal bleu stapten ze er niet in – ze deden eerst ervaring op bij de jeugdopleiding en als assistent.

Het is niet het ideale traject dat ze voor ogen hebben bij belangenvereniging Coaches Betaald Voetbal. Eerst voldoende kilometers maken voor je aan een grote klus begint, daar is directeur Gerard Marsman voorstander van. „Met zo veel mogelijk bagage en gereedschap” aan een klus beginnen, noemt hij dat. Ervaring bij de jeugd opdoen, je leidinggevende skills vormen, weten hoe je communiceert met spelers, didactische vaardigheden ontwikkelen – het is volgens Marsman een proces waar je als jonge coach de tijd voor moet nemen.

Marco van Basten die in 2004 vanuit het niets bondscoach werd, na één seizoen de beloften van Ajax getraind te hebben. Marsman: „Dat was de wereld op z’n kop, in negatieve zin. Dat is niet de manier waarop het zou moeten gaan.”

Er wordt volgens Marsman vaak te makkelijk geredeneerd dat een grote voetballer automatisch ook een goede trainer is. „Terwijl dat twee aparte vakgebieden zijn.”

Afbreukrisico dreigt, vroeg in de coachloopbaan. Maar probeer maar eens ‘nee’ te zeggen als je gevraagd wordt door een grote club. Clarence Seedorf hapte in 2014 toen ‘zijn’ AC Milan hem vroeg, kort na het beëindigen van zijn spelerscarrière. Te vroeg. Na vier maanden werd hij ontslagen.

Beenhakker heeft wel vertrouwen in Zidane. „Hij kent de spelers, de club en over voetbal hoef je hem niks te vertellen. En de druk van het moeten winnen, daar zal meneer Zidane niet wakker van liggen. Ik zie geen risico.”