Column

Ben jij een professional, of een prutser?

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Van alle jeukwoorden op kantoor, is het woord ‘professional’ wat mij betreft één van de grootste mysteries. Want de mensen van wie ík denk dat ze het zijn, zijn meestal stagiair, terwijl de grootste prutsers het op hun visitekaartje hebben staan. Misschien is een professional iemand die ergens in gespecialiseerd is, of iemand die iets doet vanuit zijn professie – iemand die geld krijgt voor zijn werk. Maar als dat zo is, is iedereen een professional, want we zijn allemaal wel ergens in gespecialiseerd, en we krijgen allemaal geld voor wat we doen op kantoor. Bovendien: als je ziet wíé er allemaal betaald worden op kantoor – die kun je toch niet allemaal professionals noemen. Lijkt mij dan.

Of is de ‘professional’ misschien bedacht om een onderscheid te maken met klungels? Dus iets als: we hebben hier in huis zowel amateurs, prutsers, áls professionals. Maar wie zijn die amateurs dan? En weten die mensen dat, of worden ze doodgezwegen? Ik krijg er in ieder geval een ‘geheim genootschap’-gevoel van: ben ik er nou wél één of niet? En wie bepaalt of iemand professional is? Dat zou ik wel willen weten. Dan kan ik die persoon of personen – het is waarschijnlijk een focusgroep, een stuurgroep of een klankbordgroep die dat bepaalt – bellen om te vragen of ik het ben. Ik denk trouwens niet dat ik een professional ben hoor, want ik hoor heel vaak: ‘doe eens niet zo onprofessioneel, Japke-d.’. Maar het is me nooit recht in het gezicht gezegd: je bent geen professional, dus ik zou het kunnen zijn.

Laten we voor het gemak aannemen dat een professional iemand is die ergens verstand van heeft, die iets goed kan. Maar dan zit ik dus alweer meteen met de term ‘young professional’. Als je al professional kunt zijn als je heel jong bent, wat ben je dan als je oud bent? Sterker nog: ‘old professionals’ zijn er niet eens. Wel oud-profs, maar dan kom je bij Johan Cruijff terecht en dat lijkt me een aparte column.

Wat een hele geruststelling is: er bestaan cursussen ‘leidinggeven aan professionals’. Dus als je geen professional bént, kun je in ieder geval nog aan ze leren leidinggeven. Wat ik daarbij wel jammer vind, is dat er geen cursus ‘leidinggeven aan amateurs’ op kantoor is. Terwijl juist daar wel een professionele boost welkom zou zijn – dat heet overigens ‘professionalisering’. Als manager kun je helaas geen professional zijn. Zo lees ik overal steeds over ‘HR-professionals én managers’. Ik lees nergens ‘manager-professionals’. Of het moet zo zijn dat alle managers professionals zijn. Maar dat lijkt me ook weer niet. Echt niet.

Bij die HR-professionals heb ik overigens nog een leuke anekdote. Ik belde er ooit één toen mijn verwarmingsketel stuk was. Komt hij langs, rechtstreeks van een congres voor leidinggevende HR-professionals waar hij de hele dag cv’s had bekeken, kon hij alleen over visie, dialoog, verbinding en uitfaseringstrajecten praten. Na een half uur werkte de CV nóg niet. Want dat is het natuurlijk wel een beetje met professionals: als je het woord googelt op afbeeldingen krijg je vooral mensen die lachend in pak in groepjes met hun armen over elkaar staan.

Het is in ieder geval heerlijk, om een professional te zijn.