Hoe bouw je een bestaan op in Birma?

Langzaam worden de Birmezen iets vrijer. Ook buitenlanders hebben nu meer ruimte er een bestaan op te bouwen. Drie Nederlanders over hun leven in Rangoon.

Emilie Roëll bezocht het land voor het eerst op haar zeventiende. Foto Lauren DeCicca

Na decennia van isolement en onderdrukking klinkt er eindelijk weer muziek in Birma. De eerste vrije verkiezingen in tientallen jaren leverde Aung San Suu Kyi en haar Nationale Liga voor Democratie een verpletterende overwinning op. Op vrijdagavond speelt in Gekko aan Merchant Street een jazzband met een Franse trompettist, een Britse gitarist en Birmezen op contrabas en drums. De bar, in een gerestaureerd koloniaal pand, zit vol Europeanen, Amerikanen, Birmezen en Aziaten.

In de hoogtijdagen van Rangoon, voor de junta, was de helft van de bewoners van deze ooit kosmopolitische stad buitenlands. Toen kwam de generaal en vertrokken de buitenlanders. Nu is het duidelijk: ze zijn terug, ook de Nederlanders.

Ze wonen in Rangoon. Het is hun uitvalsbasis om Birma af te struinen, op zoek naar avontuur, kennis en diepgang. Sommigen zijn nieuw. Anderen wonen er jaren, maar kunnen zich voor het eerst vrij bewegen. De Nederlanders van Rangoon in drie portretten.

Emilie Röell (27)

Verwondering. Dat is voor Emilie Röell mooi aan wonen in Downtown, de drukste wijk Rangoon. „Deze buurt is een schatkist. Als het donker is, kan je overal naar binnen kijken. Dan zie je een traditionele Chinese familie [in Rangoon woont een grote gemeenschap Chinezen, red.] tussen hun spulletjes. Dan weer biddende hindoes in hun eeuwenoude tempel. Het voelt iedere keer als een voorrecht, alsof ik de eerste ben die het ziet,” zegt de 27-jarige Röell. Ze zit op de bank van haar appartement met hoge plafonds en een donkere vloer van teakhout.

 Foto Lauren DeCicca

Röell heeft veel geleerd sinds ze tien jaar geleden voor het eerst in Birma kwam als toerist. „Tijdens de eerste taxirit begon ik over Aung San Suu Kyi. De chauffeur vroeg mij uit te stappen. Ik had niet zo goed door hoe een dictatuur echt werkte.” Nu, vele jaren en landen (ze woonde in Vanuatu, Tanzania, Amerika en Brussel) later, weet ze beter.

Röell werkte in Brussel bij de Europese Commissie. Ze kon een tijdelijk plek krijgen bij de Europese delegatie in Rangoon. Na afloop wilde ze meer buiten zijn, dichter op het land zitten. Nu werkt ze als zelfstandig consultant.

Ze is gefascineerd door de rol van vrouwen in het openbaar bestuur. Aung San Suu Kyi mag als sterke leider historische verkiezingen gewonnen hebben, met vrouwenparticipatie is het slecht gesteld. „Van de 16.785 dorpsbestuurders in het land zijn 42 vrouw”, zegt Röell. Voor de VN-ontwikkelingsorganisatie heeft ze dat in kaart gebracht. „In het boeddhisme heb je een begrip dat heet ‘hpon’. Dat is een spirituele kracht. Vrouwen hebben hpon, maar mannen hebben meer hpon. Dat maakt het moeilijk. Aung San Suu Kyi heeft hpon, maar dat heeft te maken met haar afkomst als dochter van Aung San, de generaal en vader des vaderlands. Zij staat zo ver af van het dagelijkse leven dat de meeste vrouwen haar niet als voorbeeld zien.

Toen Röell, die een master religiewetenschappen deed, naar Birma kwam, keek ze uit naar het boeddhisme. Ze was geïnteresseerd in vipassana, een meditatietechniek . Dat is tegengevallen.

„In India en Bhutan zag ik hoe monniken zich afzonderden in afgelegen kloosters om zelfonderzoek te doen. Mensen gaan hier meestal maar kort het klooster in. Daardoor gaat het minder diep. Ik zie regelmatig monniken met mobieltjes en alcohol drinkend.”

In 2013 maakte ze een tocht. Op een Royal Enfield-motor trok ze van Delhi 6.500 kilometer over land naar Rangoon. Röell en haar reisgenoot waren een van de eerste westerlingen die op eigen houtje de landgrens van Noordoost-India met Birma hebben overgestoken.

Een nieuw avontuur heeft ze al in gedachten. „De Stilwell Road”, zegt ze. De weg loopt van India door het noorden van Birma en is vernoemd naar de Amerikaanse generaal Joseph Stilwell. Hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk voor de aanleg van de weg die diende om troepen in China te bevoorraden. De route (769 kilometer) loopt door bergachtig gebied. Röell: „Ik wil een deel lopen. Op een motor ga je te snel om alles goed waar te nemen.”

Joost Sneller (33)

Joost Sneller (33) werkte tien jaar bij de D66-fractie van de Tweede Kamer. Ook zat hij in de Haagse gemeenteraad. Hij nam ontslag en verkaste naar Birma. Nu helpt hij bij de opbouw van democratische instellingen. Hij trainde politici en adviseerde de Birmese kiesraad in de aanloop naar de historische verkiezingen. „Ik merk dat de politici die ik train echt niet alleen uit zijn op een plekje. Ze willen verandering”. Later in het gesprek, zegt hij: „Wel zijn de verschillen met het westen aanzienlijk. Politici hier willen voordelen regelen voor hun kiesdistrict. Wij kunnen dat zien als cliëntelisme, maar in de boeddhistische cultuur is werken voor je gemeenschap het hoogst haalbare.” 

Foto Lauren DeCicca

Sneller woont nu een jaar in Birma, samen met zijn vriendin die voor een VN-organisatie werkt. Is het leven perfect? Nee. Hij mist avondjes naar het Concertgebouw of het Paard van Troje. De lucht in Rangoon is niet zo fris als in het Bezuidenhout. En iedere dag zweten.

De verschillen binnen Birma zijn enorm, constateert Sneller. „In het Indiase restaurant waar ik vaak lunch staat een Mariabeeld boven de kassa terwijl de tent vol moslims zit. Maar een paar honderd kilometer verderop dreigt langs religieuze en etnische lijnen een genocide.”

In Rakhine, aan de Golf van Bengalen, zitten honderdduizenden islamitische Rohingya opgesloten in kampen. Hun identiteitspapieren zijn afgenomen. „Rohingya worden door radicale boeddhistische monniken nu garnalen genoemd. Het is een volgende stap in de dehumanisering. Het roept associaties op met Rwanda waar Tutsis ‘kakkerlakken’ werden genoemd op de radio.’’

Zelfs Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi zweeg tijdens haar campagne over de Rohingya. Op zo’n manier meeleunen is gevaarlijk, zegt Sneller.

„Waarom leven alle religieuze groepen in mijn wijkje in Rangoon vreedzaam samen en in Rakhine niet? Omdat, onder andere, een paar leiders daar zeggen dat het oké is of zwijgen. Op een gegeven moment heb je een onbeheersbare situatie.”

Edwin Briels (42)

Edwin Briels (42) zat in 2004 op het kantoor van Bagan Cybertech, toen de enige private internetprovider van Birma. Opeens stonden militairen aan zijn bureau. Sommige werknemers werden gearresteerd. Briels werd onmiddellijk naar huis gestuurd. Wat was er gebeurd? De eigenaar van Bagan Cybertech was de zoon van Khin Nyunt, de toenmalig premier van Birma. Maar Khin Nyunt werd plots gezuiverd. Weg bescherming voor Bagan Cybertech. Het leger kwam het bedrijf inlijven. „Een half jaar geleden zijn de laatste medewerkers pas vrijgekomen”, zegt Briels op zijn kantoor.

Foto Lauren DeCicca

Wat doe je als je net bent ontslagen door een militaire junta? „Luchtballonnen en berghutten”, zegt Briels. Hij werd manager van een bedrijf dat ballonvaarten organiseerde boven Bagan, de hoofdstad uit de negende eeuw van het boeddhistische Pagan-rijk. ‘Balloons over Bagan’ bouwde ook een vakantieresort in Putao, met uitzicht over de uitlopers van de Himalaya. „Het ontwerp was van een toparchitect. Maar het is tribaal gebied. Mannen jagen en telen genoeg rijst. Moest ik uitleggen dat wij ze wilden als bouwvakkers en daar loon voor wilden betalen.”

Het lukte, maar ondanks het succes vertrok Briels. „Het was geen gelukkige tijd.” De saffraanrevolutie, demonstraties geleid door boeddhistische monniken, werd met geweld neergeslagen in 2007. Cycloon Nargis doodde in 2008 meer dan honderdduizend mensen. De junta weigerde internationale hulpverleners toegang. Briels ging aan de slag bij een reisbureau in Bangkok. Niet verkeerd, maar Thailand is niet zijn land.

In 2010 keerde hij terug naar Birma. Het land was open aan het gaan. Briels voelt de veranderingen. Mensen zijn praatgraag, durven buitenlanders te benaderen. Ze zoeken interactie. De angst is verdwenen. 

Briels is directeur van Khiri Travel Myanmar. Het leukste aan zijn werk? Onmogelijke projecten. Regelen dat Top Gear vorig jaar een show kon opnemen in het land. Of trekkings doen over wegen die voor buitenlanders gesloten zijn en toch toestemming krijgen. Briels:

„Ik weet hoe je hier rustig stapje voor stapje moet zetten. In Nederland kijken wij vaak naar Aung San Suu Kyi. Natuurlijk is zij sterk, maar onder leiding van president Thein Sein is het land in korte tijd enorm veranderd. Hij heeft dat bereikt zonder de woede van conservatieve delen van het leger te wekken en gezuiverd te worden. Ik vind dat knap.”

Een vakantie naar Birma was voor toeristen een dilemma: slapen in de overheidshotels betekende het spekken van de junta. „Aan alles wat hier gebeurde verdiende het leger. Niet alleen aan toerisme of de handel in jade en teakhout, maar ook bijvoorbeeld aan vergunningen. Als je als generaal over vergunningen ging, was je een rijk man.”

Sinds de wende is dat anders, zegt Briels: „De overheidshotels zijn weg. Die waren nooit goed. Ik zie jonge en slimme lokale ondernemers die hotels, restaurants en fietsverhuurbedrijfjes opzetten. Vorig jaar zag Bagan 250.000 toeristen. Dat is een verdubbeling vergeleken met tien jaar geleden. Maar als lokale ondernemers winst willen maken, hebben ze meer bezoekers nodig.”