Hij schreef het rapport over: nú is het openbaar

Minister Van der Steur royeerde George Maat als patholoog-anatoom. Te voorbarig, zo blijkt uit een rapport over de kwestie.

George Maat toonde tijdens een lezing foto’s van de MH17-ramp aan studenten. Mocht dit wel of niet, was de kwestie. Foto David van Dam

De aap is uit de mouw. Of beter: het oorspronkelijke politierapport over de MH17-lezing van forensisch antropoloog George Maat is eindelijk openbaar.

Na talloze Kamervragen, na toezending aan de Kamer van een bijna geheel zwartgemaakte versie, en nadat Kamerleden het rapport vervolgens alleen onder geheimhouding mochten inzien, heeft tenslotte George Maat zelf het rapport afgelopen maandag gepubliceerd. Hij had het politierapport dat hem zijn baan kostte, na lang aandringen, óók mogen inzien en heeft de volledige tekst overgeschreven. Met potlood en blocnote. Zes uur heeft hij daarover gedaan, en al die tijd bleef er een agent bijzitten.

Waar ging het over, dat rapport dat minister Van der Steur kennelijk zo graag had willen begraven? Staatsgeheimen, de daders van de aanslag op vlucht MH17? Nee, over de lezing afgelopen april van vermaard anatoom George Maat voor studenten gezondheidswetenschappen in Maastricht, over de identificatie van de slachtoffers van de MH17-aanslag. Daarbij gebruikte hij foto’s, die niet tot individuele slachtoffers te herleiden waren. Dat deed hij altijd bij lezingen, net als anderen van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO). Het LTFO had zelfs speciaal beeldmateriaal beschikbaar gesteld voor lezingen. Maar RTL had in het geheim opnames gemaakt, die aan geschokte nabestaanden laten zien, en dat uitgezonden aan de vooravond van een Kamerdebat over de MH17. De kersverse minister Ard van der Steur (Justitie, VVD) had weinig tijd nodig om een oordeel te vormen: wat Maat had gedaan was „buitengewoon ongepast en onsmakelijk” zei hij tijdens het debat, en hij zette Maat uit het onderzoeksteam van LTFO.

CDA-kamerlid Pieter Omtzigt begrijpt wel waarom Van der Steur het oorspronkelijke rapport liever niet had willen publiceren, zegt hij. Dat rapport pleit Maat namelijk grotendeels vrij, en is juist kritisch over het optreden van de minister zelf omdat hij handelde zonder eerst onderzoek te doen. „Ergens tussen het rapport en de kamerbrief van de minister is de conclusie over Maat 90 graden gedraaid”, zegt Omtzigt.

In het oorspronkelijke rapport staat dat de – respectvolle – presentatie van professor Maat niet afweek van andere LTFO lezingen. De (anoniem gemaakte) politiecommissarissen waren wel kritisch over dit ‘werkproces’, maar vonden niet dat dit Maat persoonlijk moest worden aangerekend. De commissarissen vonden ook dat de minister te vlug was geweest in zijn schorsing.

Maar in de samenvattende brief van korpschef Bouman aan de minister stond opeens prominent dat Maat geen toestemming had gevraagd voor zijn lezing (wat niet nodig was), en „niet de discretie en zorgvuldigheid heeft betracht” die van hem verwacht hadden mogen worden. Dat heeft Van der Steur vervolgens als grondslag gebruikt voor het ontslag van Maat. Maat denkt, en heeft dat ook verkondigd, dat Van der Steur zelf heeft ingegrepen in de conclusies van het rapport. Van der Steur zegt dat de conclusies van de politie zijn. Omtzigt bereidt nieuwe Kamervragen voor.