Held tegen wil en dank 

Tot 9 januari 2015 was Lassana Bathily een onbekende immigrant zoals zovelen in Parijs. Nu is hij de „favoriete Fransman” van president Hollande.

De toen nog 24-jarige Lassana Bathily, enkele dagen na de gijzeling in de supermarkt waar hij werkte.

 

Sinds hij een jaar geleden via de goederenlift uit het magazijn van de Hyper Cacher wist te ontkomen, is Lassana Bathily (25) maar een paar keer teruggeweest op de plek die zijn leven op slag zou veranderen. De herinneringen aan de terreuraanslag op 9 januari 2015 zijn „te pijnlijk”, zegt de man die sinds die dag, tegen zijn zin, als ‘held’ door het leven gaat.

Maar dinsdagochtend staat hij weer vooraan, net achter François Hollande, die in de kou voor de kosjere supermarkt in Oost-Parijs een herdenkingsplaat onthult. Trots wisselt Bathily na de ceremonie enige woorden met de president.

„Ah, daar is mijn favoriete Fransman”, had Hollande in het Élysée al eens gezegd. De jonge Malinees, magazijnbediende bij de supermarkt, had als beloning voor zijn koelbloedig optreden tijdens de gijzeling na jaren illegaal verblijf en kortlopende verblijfsvergunningen net zijn eerste paspoort ontvangen, via een spoedprocedure. „Ik kon me niet voorstellen dat hij het tegen mij had”, herinnert hij zich.

„Wie was ik, een immigrant, om zoveel eer te krijgen?”

Hollywood

Wie hij was? Het gezicht van medemenselijkheid waar Frankrijk in die januaridagen zo dringend behoefte aan had. Terwijl na de aanvallen bij Charlie Hebdo en de supermarkt de spanningen tussen moslims en niet-moslims opliepen, was daar opeens het Hollywood-waardige verhaal van de jonge, zwarte moslim die Joodse Parijzenaars het leven had gered.

Hij was aan het werk in het souterrain van de winkel toen hij boven ‘tak-tak-tak’ hoorde, vertelt hij, daags voor de herdenking op het kantoor van zijn advocaat. „Toen klanten in paniek naar beneden renden en zeiden dat er een terrorist was, besefte ik hoe ernstig het was.”

De terrorist bleek Amedy Coulibaly te heten. Hij was net als Bathily moslim en afkomstig uit het westen van Mali. Hij schoot vier mensen dood, onder wie Bathily’s vriend en collega Yohan, en hield urenlang bijna twintig man gegijzeld. „Coulibaly heeft de Malinese vlag op de grond geworpen, Lassana heeft hem opgeraapt”, zei de president van Mali toen hij Bathily ontmoette op de dag dat miljoenen Parijzenaars voor een ‘republikeinse mars’ de straat op gingen.

„Ik opende de koelcellen, gebaarde dat ze zich konden verstoppen”, zegt Bathily. „Ze moesten hun telefoons uitzetten, zodat niemand ze kon horen.” Was hij bang? „Niet voor mezelf, vreemd genoeg, maar wel voor de klanten. Ik probeerde rustig te blijven, zoals mijn moeder me geleerd heeft. Maar ik wist dat we hier allemaal zouden sterven. Doet het er iets toe dat ik moslim ben en zij Joods, zoals men later zei? Natuurlijk niet. We zaten in hetzelfde schuitje.”

Als hij de koelcellen heeft uitgeschakeld, laat hij het liftje krakend en piepend naar beneden komen. Maar niemand durft het aan om met hem op de lift en via de zij-uitgang mee te vluchten. Hij gaat alleen, rent voor zijn leven en wordt buiten meteen in de boeien geslagen. Pas na anderhalf uur weet hij de antiterreureenheden ervan te overtuigen dat hij geen terrorist is. Hij helpt ze met schetsen van de winkel de aanval voorbereiden. „Daardoor is een groter bloedbad voorkomen. Ze hadden iemand nodig die de winkel kende”, zegt hij.

Nepheld

„Ik heb simpelweg gedaan wat op dat moment nodig was. Ik heb mensen gered die bedreigd werden door een boef”, schrijft hij in zijn vandaag verschenen boek Je ne suis pas un héros. „Een held, dat is Mandela, die zijn leven lang streed voor vrede. Of een brandweerman, die voor zijn werk mensen redt. Ik ben geen held, en dat heb ik altijd gezegd.”

Toch ontstond afgelopen zomer enige ophef toen ex-gijzelaars in Libération zijn lezing in twijfel trokken. „De media en de politiek hadden behoefte aan een mooi verhaal”, zei een van hen. Bathily heeft wel degelijk geprobeerd mensen mee naar buiten te smokkelen, maar dat was onbegonnen werk. „Geen moment heb ik hem een heroïsche rol zien vervullen”, schrijft ex-gijzelaar Yohann Dorai in zijn eigen boek. Bathily:

„Het deed me echt pijn om te lezen dat ik een nepheld zou zijn geweest. Ik ben altijd bescheiden geweest, maar de media hebben van mij een bovenmenselijk persoon gemaakt. Door alle aandacht vreesde ik voor mijn leven: ik droomde dat de terroristen achter me aan zouden komen. Ik wilde geen interviews meer, ik wil een normaal leven leiden.”

Niettemin proeft hij de voordelen van het heldendom: over de hele wereld ontving hij onderscheidingen, hij kon terug naar Mali om de familie te zien die hij op zijn vijftiende achterliet om in Frankrijk te gaan werken. Een luxe modemerk stak hem in het nieuw en de gemeente regelde een nieuwe baan en een huis. Woonde hij vorig jaar nog in een arbeiderspension, nu huurt hij een flat in hartje Parijs. Pal naast concertzaal Bataclan, dat wel. En op 13 november sloegen ook daar terroristen toe.

„Twintig minuten voor de aanval, was ik met vrienden iets gaan drinken. Ik moest uiteindelijk tot 5 uur ’s ochtends op straat blijven: ik kon mijn huis niet meer in.” Ja, zegt Lassana Bathily, dat is beangstigend.

„Maar ik geloof. Als mij iets gebeurt, dan kan niets dat voorkomen. Ik wist niet dat ik de Hyper Cacher zou overleven, maar ik ben toen gered.”