Ex-top Telegraaf begint ‘Uber’ voor journalistiek

Sjuul Paradijs en Jan-Kees Emmer moesten vorig jaar weg bij De Telegraaf. Nu gaan ze bedrijven media-advies geven. Ze zien zich als „bekeerlingen”.

Sjuul Paradijs (links) legt zijn collega Jan-Kees Emmer uit hoe online publiceersysteem Wordpress werkt. (Foto TrustedMedia.nl)

Bedrijven en overheden hebben traditionele media als De Telegraaf helemaal niet meer nodig. „Neem zelf de regie, vertel je unieke verhaal en onderhoud het contact met je publiek. Daar komt geen journalist meer aan te pas.”

Getekend Sjuul Paradijs en Jan-Kees Emmer. Tot medio vorig jaar hoofdredacteur en adjunct-hoofdredacteur van De Telegraaf. Paradijs moest in mei vertrekken bij de krant, Emmer stapte in september op.

Ga uitgeven, is de boodschap van het bedrijfje dat Paradijs en Emmer hebben opgericht. Vanmiddag zou de ex-top van De Telegraaf hun ‘start-up’, Paradijs & Emmer Trusted Media, presenteren in hotel l’Europe in het centrum van Amsterdam. Als een ‘Uber voor de journalistiek’, zeggen ze zelf, vernoemd naar de onafhankelijke Amerikaanse taxiservice, willen ze klanten helpen hun nieuws naar buiten te brengen. Beide journalisten doopten vanmiddag bovendien hun boekje. Dat heet ook Ga uitgeven!. Ondertitel: Staatsgreep in de media.

Er is een revolutie gaande in de nieuwsmedia, stellen Paradijs en Emmer. „Iedereen die in staat is om authentieke content te leveren kan op zoek gaan naar een publiek en hoeft niet meer langs de klassieke media”, stellen ze. „Bij deze staatsgreep vallen slachtoffers: journalisten, uitgevers, persvoorlichters, maar ook de journalistieke onafhankelijkheid legt het loodje.”

Dat lijkt een vreemde boodschap van twee journalisten die jarenlang de grootste krant van Nederland leidden. Die onder meer de journalistieke vrijheid bevochten toen de AIVD de bronnen wilden weten van twee Telegraaf-verslaggevers en hen gijzelde.

„De uitgever heeft niet meer het monopolie op de verspreiding van nieuws”, zei Paradijs vanmorgen. „Iedereen kan uitgeven: de Belastingdienst, het Koninklijk Huis, bedrijven, ministeries. Lezers zijn tegenwoordig hoogopgeleid. Zij kunnen zelf bepalen wat de waarde van informatie is, hoe ze die moeten duiden.”

Sinds oktober schrijft Paradijs een dagelijks commentaar op zijn eigen site. Geïllustreerd met foto’s van hem aan het IJ, gemaakt door zijn dertienjarige zoon. Met een knipoog naar de louche advocaat Saul Goodman uit de Netflix-serie Better call Saul heten die cursiefjes Better call Sjuul.

In het boekje beschrijft Paradijs hoe hij met vallen en opstaan de wetten van het digitaal uitgeven leerde. Hij worstelde met publicatieplatform Wordpress, hij werd gehackt, hij raakte in een digitale crisis. Hoe belangrijk was die ervaring voor zijn visie op uitgeven? „Ik heb geleerd om een publiek op te bouwen. Elke ochtend om zeven uur publiceer ik mijn commentaar op het nieuws.”

Liefde

Paradijs schrijft dat hij zelf wilde ontdekken „in welk revolutionair tijdperk we ons bevinden van het nieuwe uitgeven”. Kon dat niet binnen De Telegraaf? „Het is nou eenmaal zo gelopen. Ik hou nog steeds zielsveel van de krant; ik ben gescheiden van De Telegraaf, maar de liefde is niet over.” Traditionele media moeten meer samenwerken met bedrijven, overheden en instellingen, zegt Paradijs. „Je kunt arrogant zijn, maar met journalistiek alleen red je het niet meer.” Dat stuit vaak op grote bezwaren, erkent Emmer. „De conservatieve krachten op krantenredacties zijn sterk.” Innovatieve uitgevers zullen zeggen dat juist Paradijs en Emmer zulke krachten waren. „Je kunt ons zien als bekeerlingen”, zegt Emmer.

Voor bedrijven en overheden zijn de voordelen van zelf publiceren duidelijk: geen bemoeienis meer van lastige journalisten. Maar wat heeft het publiek eraan? Hoe wordt de burger er beter van als instituties steeds minder worden gecontroleerd? Emmer: „Wij zeggen tegen klanten dat zij authentieke en eerlijke verhalen moeten vertellen. Ook de vervelende.” En Paradijs: „Wij hebben samen vijftig jaar ervaring in de pers. Denk je dat ik m’n mond houd, als ik ergens binnenkom?”