Een godsgeschenk met rouwrandjes

De expositie SKELET is niet per se mislukt, zolang je er niet te veel van verwacht. Museum Beelden aan Zee neemt met weinig genoegen.

Wat was er eerst? De wens van Museum Beelden aan Zee om een tentoonstelling te maken over het skelet in de hedendaagse kunst? Of was er de drang van verzamelaar Bert Kreuk om een aantal eigen kunstwerken in een museale context te presenteren? Kreuk is de man van het proces in 2014 tegen de Vietnamese kunstenaar Danh Vo en de geruchtmakende verkoop van een deel van zijn collectie na een tentoonstelling in het Haagse GEM in 2013.

In het persbericht dat Museum Beelden aan Zee verstuurde ter gelegenheid van de opening van de grote tentoonstelling ‘SKELET – de armatuur van het lichaam in de hedendaagse beeldhouwkunst’ stond het onomwonden: deze net geopende najaarsexpositie met zo’n vijftig beelden van internationale kunstenaars was het resultaat van een ‘nauwe samenwerking met Kreuk’. De verzamelaar had vijf grote werken in bruikleen afgestaan en daarnaast een sleutelwerk van de Amerikaanse kunstenaar Matthew Day Jackson aan het museum geschonken. In totaal was met de schenkingen van Kreuk, aldus het persbericht, ‘een bedrag van 400.000 euro gemoeid’.

Hartstikke goed. Supervrijgevig. Iedereen blij, toch? Nu musea hun tentoonstellingsbudget zien krimpen en voor aankopen van internationaal opererende kunstenaars al helemaal geen geld meer hebben, is zo’n gulle gever een godsgeschenk. Maar dat er aan zo’n godsgeschenk ook gemene kartelrandjes zitten, blijkt in Den Haag.

‘SKELET…’ is niet per se mislukt. Het is een onderhoudende expositie voor wie niet te veel verwacht van een museum. ‘SKELET…’ is afwisselend, het is er propvol, zoals de nabije boulevard van Scheveningen propvol is, met een heleboel kunstenaars bij elkaar en werk dat alle kanten op gaat. Van de allersimpelste visgraat die goeroe Joseph Beuys ooit in een kartonnen doosje stopte, tot een prachtige verchroomd bronzen schedel van de Britse kunstenaar Marc Quinn die bloeiende orchideeën uit neus-, oog- en mondholte laat tieren. Mens en dier, een beetje toekomst en heel veel verleden – alles mag meedoen.

Er was nog veel in het depot

De organisatoren hebben vier globale thema’s onderscheiden, maar die lopen door elkaar heen en werkelijke verdieping is er nergens. Er zijn hippe sterren aan het kunstfirmament – oogverblindende werken van Matthew Day Jackson die iets zeggen over eeuwigheid en menselijk verlies – naast kunstenaars die zich op de rand van de decoratie en decadente kitsch bewegen. Er zijn kunstwerken die hun boodschap zo plat als een dubbeltje maken, want ja, tot stof zullen we allemaal wederkeren. En er zijn gelukkig ook kunstenaars die hun verbeelding laten zegevieren en eigenlijk niets tonen wat je met een skelet associeert (Amer Ghada, Anthony Gormley).

Nee, de grootste teleurstelling van deze tentoonstelling is het museum zelf, dat met zo weinig ambitie genoegen neemt. Er is geen heldere selectie van kunstenaars gemaakt, geen catalogus bij deze grote tentoonstelling verschenen, de zaalteksten blinken uit in een soort gemelijke oppervlakkigheid. En de tekst in het museummagazine... Ach, daar spreekt goede wil uit, maar laat vooral zien dat deze expositie een gelegenheidsding is. De kunstwerken zijn op een presenteerblaadje aangeboden, er was nog veel in het depot, en er waren ook nog een paar galeries die werk wilden uitlenen.