De kleuter die de non aanspoort tot winkeldiefstal

‘Heer, daal in mij neer als een kus of een bijl, laat u horen, ik ben zo alleen.’ Amaranta, de hoofdpersoon in Zuster van Marco Lodoli, is een 36-jarige non in een Romeins klooster. Ze heeft het habijt niet aangenomen uit geloofsijver – ze twijfelt zelfs aan het bestaan van God – maar om zich van het leven af te keren. Zuster Amaranta ziet de buitenwereld als een ‘grote modderpoel’; vuil en verval vieren hoogtij in de straten van Rome.

Aan het begin van deze roman wordt Amaranta aangesteld als juf op de aan het klooster verbonden kleuterschool. Ze houdt niet van kinderen. Treffende beschrijvingen wijdt Lodoli aan het krijsende samenraapsel van ‘ongetemd leven’ in de kleuterklas, en aan de ouders die de ‘lammetjes’ komen halen en brengen: ‘ze rukken de deur open en komen buiten adem de klas binnen, alsof ze altijd overal te laat zijn.’

Er is één lichtende uitzondering in de klas, Luca, een gevoelig jongetje dat illegaal geadopteerd is. Luca praat niet, maar zijn stille aanwezigheid is Amaranta tot steun. Op een dag fluistert hij toch een woord in haar oor: ‘Sigaret.’ Amaranta trotseert de smerige chaos van de straat en rookt die avond de eerste sigaret van haar leven. Daarna zegt Luca: ‘Steel.’ Amaranta pleegt een winkeldiefstal. Luca’s derde opdracht aan de kuise non luidt: ‘Nu een man.’

Waarschijnlijk ben ik niet de enige die op dit punt gekomen veronderstelde dat het, bij het oorverdovend zwijgen van God, de duivel is die met Luca’s mond spreekt, maar in het vervolg blijkt dat Zuster op dialectische principes gegrondvest is: de weg naar buiten leidt naar binnen, de ondeugd voert naar de deugd, en dat jongetje van de allernederigste afkomst, dat een non infaam gedrag influistert, spreekt misschien wel met de stem van...

Kort en goed, de laatsten zullen de eersten zijn. Ik durf dit te verklappen omdat de Italiaan Lodoli (1956) de kunst verstaat een verrukkelijke intrige te koppelen aan een vindingrijke stijl zonder één zwak moment en daardoor tot de laatste bladzijde blijft verrassen.

    • Marco Kamphuis