Column

De hectiek van het Journaal live in beeld

‘De Achterkant van het Journaal’, Wouter Zwart (NOS).

Het is verleidelijk (en Lucky TV liet zich deze kans uiteraard niet ontgaan) om de overmatige aandacht van de NOS voor het 60-jarig bestaan van het eigen Journaal te bespotten. Dionne Stax die in Villa NOStalgia kokkerelt met illustere voorgangers, de eenmalige terugkeer van Joop van Zijl, Noortje van Oostveen, Pia Dijkstra en vele anderen in de dagbulletins, en het schoolkranttoontje waarop in De Achterkant van het Journaal collega’s alleen bij de voornaam werden aangeduid: schakeltechnicus Hans en regisseur Ralph.

Maar het zou flauw zijn daarin te blijven hangen. De sociale regel dat je mensen niet tussen acht uur en half negen hoort te bellen geldt geloof ik niet meer, maar het is een bijzondere prestatie dat het Achtuurjournaal nog steeds dagelijks zo’n twee miljoen kijkers trekt. Branding en marketing van het eigen product, collega’s die elkaar interviewen, dat hoort er tegenwoordig gewoon bij.

Het is veel interessanter om de stortvloed aan kijkjes in de keuken eens goed te analyseren en te ontdekken hoe ze het daar eigenlijk doen. Vooral de opmerkingen van eindredacteur Rene Went zijn prikkelend. In De Reünie (KRO-NCRV) bekende hij dat aan het Achtuurjournaal wordt gerefereerd als aan een „show”. Het streven is om begrijpelijk te zijn voor de vrachtwagenchauffeur zonder de professor te beledigen. Prompt antwoordden truckers dat ze het journaal soms wel wat erg triviaal geworden vinden. Heel prettig is het om in De Reünie te zien hoe vragen over de emoties van de anchor volledig afglijden op de professionaliteit van Sacha de Boer en Annechien Steenhuizen.

Het tegelijkertijd met het Achtuurjournaal uitgezonden metaprogramma De Achterkant van het Journaal was een feest voor de liefhebber. Het was een ware krachttoer om tijdens de live-uitzending met tweede camera’s overal achter de schermen mee te kijken. Dit permanente Droste-effect moet de ogen geopend hebben van eenieder die nog steeds denkt dat televisie zichzelf maakt.

Ondanks alle technische hoogstandjes blijft het mensenwerk. Als een filmfragment te vroeg begint, zoals in de feestuitzending uit een western met John Wayne, dan is dat alleen maar omdat de regisseur te vroeg „start” heeft geroepen.

De hectiek van de regiekamer bij een tv-uitzending, die heb ik nog nooit eerder zo goed rechtstreeks kunnen bekijken. Je weet dat er veel door elkaar heen geroepen wordt, en dat iedereen desondanks de concentratie weet vast te houden. Maar ik was verbaasd dat elke titel handmatig ingevoerd wordt, op instructie van regieassistent Naomi, die als een sergeant-majoor het hoogste woord voert: „Titel in” en een paar seconden later: „Gelezen!”. Er zijn ook betoverende commando’s als „Danken buiten beeld” of het aankondigen van de laatste woorden in een shot vóór de beeldwissel.

Het heeft iets van een jongensboek, inderdaad. Maar ook van de koelbloedigheid van de journalist of technicus die eigenlijk niet zonder stress kan. En dan ook nog eens permanent denkt, zoals de assistent één keer hardop: „Benieuwd wat René van Dammen (NPO-kijkcijferadviseur, HB) hiervan vindt!”.