Hoelang bestaat deze staalfabriek nog?

Het aandeel van China op de staalmarkt werd afgelopen vijftien jaar drie keer zo groot. IJmuiden huivert.

Tata Steel IJmuiden produceert jaarlijks ruim 7 miljoen ton staal. Bij de huidige prijzen op de wereldmarkt levert die productie volgens Tata te weinig op. Foto Frans Lemmens / Hollandse Hoogte

Is het hier een feestdag ofzo, wilde Ratan Tata, toen nog topman van het Indiase moederbedrijf, weten toen hij op bezoek kwam. Het is zo rustig, waar zíjn alle mensen? We staan naast een zwembad buiten de gietwalserij. Eén voor één schuiven reusachtige rollen vers gewalst staal over een transportband. Zzzzz, zzzzz. Een takel laat ze in het dompelbad zakken, het water sist en spat. Het is 6 graden buiten, maar de lucht trilt van de hitte.

En daar komt de volgende rol. Het proces voltrekt zich traag, nauwkeurig, zonder menselijke inmenging.

Achter de toegangspoort bij het Dudok Huis, het hoofdkwartier van Tata Steel in IJmuiden, ligt een ander land. Een klein koninkrijk van vuur een staal: 750 hectare buizen, kolenbergen, gastanks, stoomwolken, rokende schoorstenen, vlammende affakkelinstallaties. Kriskras loopt vijftig kilometer transportband, tachtig kilometer weg, honderd kilometer spoor. De dominante kleur is roestbruin, doortrokken met strepen feloranje gloeiend staal. Ook al werken er 9.000 mensen, het lijkt uitgestorven.

Die duizenden mensen houden een verregaand geautomatiseerd proces draaiende. En dat is het probleem voor Tata Steel, dat in IJmuiden ruim 7 miljoen ton staal per jaar produceert: sinds de staalprijzen dit jaar diep zijn gekelderd, en er al complete staalfabrieken in Europa zijn gesloten, levert dat te weinig op. Maar bijsturen is moeilijk. Een staalfabrikant kan niet opeens een stap in de productie overslaan of compleet nieuw materiaal gaan maken. Een staalfabriek is een log schip dat alleen vooruit kan.

„Grimmig, dat is het juiste woord.” Op het kantoor – tien minuten met de auto van de gietwalserij – schetst directievoorzitter Theo Henrar van Tata Steel Nederland de situatie in de Europese staalsector. Henrar zit er kalm bij, maar hij gebruikt dramatische woorden:

„We zitten in heel zwaar weer.”

„Er klinken macabere geluiden.”

En: „De stormvlag wappert boven Europees staal.”

Chinees staal

Het zit zo. De wereld is véél meer staal gaan maken. Werd in de jaren tachtig 500 miljoen ton staal per jaar geproduceerd, nu is dat 1,6 miljard ton. Daarvan maakt China de helft en Europa 9 procent. Rond de eeuwwisseling had China nog maar 18 procent van het marktaandeel.

China heeft veel staalfabrieken gebouwd, veelal ondersteund door de overheid. Maar nu koelt de economie daar af. Volgens Eurofer, de brancheorganisatie van staalfabrikanten, heeft China een overcapaciteit van 340 miljoen ton per jaar, twee keer de Europese productie.

Chinese staalbedrijven exporteerden afgelopen jaar een recordhoeveelheid van meer dan 100 miljoen ton. Tegen zeer lage prijzen, wat de prijsval verklaart. Het prijsniveau is gezakt tot het dieptepunt van de crisis in 2009. Henrar: „Warmgewalst staal zat begin dit jaar nog boven de 400 euro per ton. Nu is dat 350 euro. En China biedt het aan voor 270 euro.”

Het wrange: er is wel vraag. Henrar: „Tijdens de vorige crisis liep de vraag terug. Toen hebben we een tijdje een hoogoven uitgezet. Nu willen mensen onze materialen wel hebben, maar moeten we concurreren tegen Chinese dumpprijzen.”

Wat ook niet helpt is dat over Europees staal wel emissierechten moeten worden betaald en over importstaal niet.

Eurofer heeft er in april bij de Europese Commissie op aangedrongen het dumpen van zogenaamd ‘koudgewalst staal’ uit China tegen te gaan. Van dumpen is sprake als staal wordt geëxporteerd onder de prijs in eigen land of onder kostprijs.

Eurofer wil nu ook een klacht voor ‘warmgewalst staal’ indienen. De behandeling daarvan kan vijftien maanden in beslag nemen. Terwijl de Verenigde Staten maanden geleden al na 45 dagen restricties oplegden. Henrar: „Nu komt er nóg meer goedkoop staal naar Europa.”

Staalconsultant Gilles Calis, die fabrikanten en leveranciers adviseert, acht het niet uitgesloten dat de Commissie ingrijpt, met bijvoorbeeld een importtarief. „Dat is afgelopen jaren vaker gebeurd op kleine schaal.”

En groot, in de jaren negentig, toen de vraag in de voormalige Sovjet-Unie instortte en het land te veel produceerde. „Toen zijn er ook allerlei restricties en importquota gekomen.” Maar het kan lang duren. „Er moet een onderzoek komen, een hoorzitting.”

De staalindustrie heeft altijd al last van stemmingswisselingen. Vanaf de jaren 70 is staal een wereldmarkt en is het heel gevoelig voor de conjunctuur, zegt historicus Joost Dankers van de Universiteit Utrecht, die een boek over de geschiedenis van de staalindustrie schreef.

Eind jaren tachtig zat de staalsector in een zware crisis door teruglopende vraag en dumping uit Azië. In 1993 was het moeilijk. In 2007 piekten de prijzen, maar moest de Chinese import toch worden beteugeld. In 2008 kwam de crisis.

‘Diepe glijbaan’

Kan Tata Steel in Europa het deze keer uitzingen? In het Verenigd Koninkrijk verdwijnen al 1.200 banen. Henrar houdt zich op de vlakte. Tata Steel publiceert geen cijfers over de Nederlandse tak, behalve dat die vorig jaar 344 miljoen euro winst maakte. Dat is in 2015 niet gehaald. Verder zegt Henrar enkel: „Ik zie een diepe glijbaan voor me. Als dit zo doorgaat zijn er straks nauwelijks meer Europese staalfabrikanten.”

En hoe erg is dat? We kunnen toch af met Chinees staal? Nee, nee. Nee, schudt Henrar, die 27 jaar in de staal zit. „Staal is een hoogwaardige technologische industrie. Wij maken staal op een schonere, veiligere manier, wij innoveren in nieuwe processen die minder CO2 uitstoten. Dat wil je niet kwijtraken.”

En Tata maakt gewoon heel goed, zuiver staal, zegt Henrar. „Masterschefs doen hier precisiewerk.”

In jogtempo langs de ‘pannetjes’

Continugietmachines van Tata Steel IJmuiden. Personeel is er amper te bekennen, maar elke stap wordt gemonitord met sensoren en camera’s.

We rijden naar een gietwalserij voor dat precisiewerk. De route volgt het proces. Eerst langs de cokes- en de sinterfabriek, waar kolen en ijzererts worden voorbewerkt. Cokes en sinter – brokken ijzererts – gaan de twee hoogovens in. Het resultaat is ruwijzer, dat in de oxystaalfabriek tot staal wordt gemaakt. De enorme ‘oxy’ domineert het uitzicht. Bovenin rijden vrachtwagens die er ooit bij de bouw zijn ingetakeld en er nooit meer uit komen.

Frans van Teunenbroek, chef van de wacht, loodst de verslaggever door een van de laatste haltes, de gietwalserij. In jogtempo gaat het langs de ‘pannetjes’ met 330 ton gloeiend staal op 1.700 graden Celsius, hop, hop langs de tunnel waar de plakken gegoten staal worden doorverhit, naar de walsen die de plakken als vellen lasagne uitrollen.

Mensen zijn er nauwelijks te bekennen, maar elke stap wordt gemonitord met sensoren en camera’s. Staal moet niet alleen goed zijn, maar ook consistent goed.

Dat kunnen concurrenten ThyssenKrupp en ArcelorMittal natuurlijk ook. De vraag is dus: wie moet er in Europa als eerste inkrimpen?

De fabrieken in IJmuiden behoren tot de modernste ter wereld, zegt historicus Dankers. Efficiënt, schoon. „De Britse fabrieken van Tata Steel zijn sterk verouderd. Dat is een vervelende erfenis.”

ArcelorMittal, de grootste staalfabrikant ter wereld, heeft het ook moeilijk. De koers daalt sterk en de schulden lopen op. De koers van het Duitse ThyssenKrupp daalt ook. De staaldivisie van het bedrijf heeft veel verloren in Brazilië en de VS.

IJmuiden ligt gunstig, met een eigen zeehaven, zegt Henrar. En Tata Steel heeft grote contracten met de verpakkings- en de auto-industrie. Met staal voor die sectoren verdien je meer dan aan handel op de spotmarkt. Automakers wil bovendien specialistisch staal, wat die afzetmarkt robuuster maakt tegen bulkstaal uit China.

Auto’s zijn goed voor 30 procent van de leveringen van Tata Steel in IJmuiden. Dat is minder dan bij bijvoorbeeld ThyssenKrupp. In IJmuiden is daarom een fiks autolaboratorium opgetuigd, met een indoor crashtester, een schietbaan voor deuken, een laklab. Het idee: hoe beter Tata Steel meedenkt met de klant, hoe liever die klant Tata-staal koopt.

Is er een kans dat IJmuiden dicht moet? Henrar: „Sluiting, dat hoort u mij niet zeggen. Maar dit kan niet zo doorgaan.”

Europa móét sneller in actie komen, vindt hij. Hij gebaart om zich heen. „Dit hier is de voorvader van de Europese Unie, de gemeenschap voor kolen en staal. Dit is holy ground.”