Bernhard dacht het wel zonder advocaat te kunnen

Het Nationaal Archief gaf dinsdag zoals elk jaar documenten vrij, onder meer over prins Bernhard en koningin Wilhelmina.

Prins Bernhard op bezoek bij Lockheed in de VS . Tegen zijn vriend Hans de Koster zei over zijn eigen handelen: „Dom, oneindig dom. Maar niet gemeen.” Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad

Op de dag dat bekend wordt dat een Commissie van Drie onderzoek zou instellen naar de betrekkingen tussen Prins Bernhard en vliegtuigfabriek Lockheed belt een goede bekende naar Bernhard. Het is 1976, in het voorjaar hebben hoge medewerkers van Lockheed voor een Amerikaanse senaatscommissie verklaard dat „een hoge Nederlandse functionaris” steekpenningen heeft aangenomen om te helpen de Lockheed Starfighter aan te prijzen als het nieuwe Nederlandse gevechtsvliegtuig. Met die functionaris werd de prins bedoeld.

De goede bekende die belt, is Hans de Koster. Hij is Tweede Kamerlid voor de VVD, maar zijn vriendschap met de prins stoelt op De Kosters verzetsverleden. De notities van het gesprek heeft De Koster bewaard.

Dinsdag zijn ze vrijgegeven in het Nationaal Archief waar ze worden bewaard. Elke eerste dinsdag van het jaar is het daar ’openbaarheidsdag’, de dag waarop de termijn verstrijkt dat stukken vertrouwelijk zijn. In de regel duurt het twintig jaar voor in het archief gedeponeerde stukken openbaar worden, maar er zijn tal van uitzonderingen. De notulen van de ministerraad bijvoorbeeld, worden na 25 jaar openbaar. Dat betekent dat nu de notulen uit 1990 voor iedereen zijn in te zien. Andere stukken blijven langer niet-openbaar met een beroep op het staatsbelang of, bij privé-archieven, omdat de voormalige eigenaar ervan zelf een termijn heeft bepaald. Zodoende kunnen we sinds deze week meeluisteren met het telefoongesprek dat Hans de Koster in 1976 voerde met Prins Bernhard.

Een nonchalante ‘O’

De Koster vraagt hoe de prins zich voorstelt zich te laten vertegenwoordigen bij de zittingen van de Commissie van Drie.

„O, dat doe ik zelf wel”, luidt het antwoord – door De Koster genoteerd inclusief de nonchalante ‘O’ aan het begin van de zin.

„Ik moet u dat afraden”, zegt De Koster. „Het is ook een gecompliceerde zaak met juridische aspecten. U moet een goede advocaat inschakelen.”

Bernhard vraagt: „Aan wie denk je?” De Koster zegt: „Het kantoor De Braauw vertegenwoordigt regelmatig de Koninklijke familie. Cees Bisdom is wel de beste in Nederland.”

Kennelijk volgt Bernhard het advies op, want een paar dagen later belt advocaat Cees Bisdom naar De Koster met een zuur bedankje: „Ik had me wat aardigers kunnen voorstellen.”

De Koster is weliswaar met Bernhard bevriend en tekent in zijn notities op dat hij hem publiekelijk heeft geprezen bij een lezing voor een gezelschap dat hij als „H.S.” afkort, of als „H.Sch.” De Koster zei daarbij: „Als voormalig Duitser had hij het in de beginperiode in Engeland beslist moeilijk. De Engelsen wantrouwden hem en de Nederlanders gaven hem geen wezenlijke functie. Hij leerde er vliegen (van Meuser [Fred Meuser, later vertegenwoordiger van Lockheed in Europa, red.]), kreeg een Spitfire en hield zich ook bezig met spionage. Lodo van Hamel toonde mij een zilveren dubbeltje dat hij van de Prins had gekregen vlak vóór zijn vertrek.” [Van Hamel werd als geheim agent in bezet Nederland gedropt, opgepakt en gefusilleerd, red.] Ondanks deze bewondering en sympathie zie je dat De Koster al denkt in de richting van de conclusies van de Commissie van Drie. „Hoe verloopt zo’n aankoop”, noteert hij. „Gaan uit van de Navotaak. Groot apparaat mee bezig. Ondenkbaar dat één man die dan ook daar een overwegende invloed op heeft.” Maar: „Bij vliegtuigfabriek weinig inzicht hoe dat proces zich voltrok. Waarschijnlijk omdat in andere landen de invloed van één man veel groter is.”

Met andere woorden: ook als Bernhard feitelijk onvoldoende invloed had kunnen uitoefenen op de aanschaf van vliegtuigen, wil dat nog niet zeggen dat Lockheed hem niet toch het geprobeerd te beïnvloeden.

En wat noteert De Koster dat Bernhard zelf zegt? Half deemoedig: „Dom, oneindig dom. Maar niet gemeen.”

    • Bas Blokker