Zo voelt tien dagen zonder nieuws

Kennis is het medicijn tegen angst. Maar de hele dag nieuws snacken, maakt juist onrustig. Hoe voelt een leven zonder nieuws?

Illustratie Arjen Born

Ten minste acht keer per dag een nieuwssite of app checken. Nu.nl, de Volkskrant, NRC, NOS, Teletekst, BBC. In trein, tram, bij de halte, in een restaurant of in de rij bij de bakker, en ja, ook op de wc. Nrc.nl als startpagina, dus elke ochtend direct een lijst met urgente, aandachteisende berichten zodra de computer is opgestart. Plus vrijwel dagelijks twee kranten en twee journaals.

Het is voor mij als journalist een beetje een beroepsafwijking, maar zeker niet alleen: 70 tot 90 procent van de volwassenen in de westerse wereld neemt dagelijks nieuws tot zich, ruim tweederde meerdere keren per dag. Ruim 70 procent van alle nieuwsconsumenten besteedt meer dan een half uur per dag aan nieuws. Dit kan oplopen tot ruim drie uur, met een gemiddelde van ongeveer een uur. In zijn boek De Nieuwsfabriek (2011) noemde journalist-filosoof Rob Wijnberg op basis van deze cijfers nieuws al ‘de grootste onopgemerkte verslaving van deze tijd’. En in een geruchtmakend anti-nieuwsartikel, ook uit 2011, schreef de Zwitserse schrijver Rolf Dobelli: ‘Nieuws is voor de geest wat suiker is voor het lichaam.’ Ongezond dus. Verslavend. Fout. Gif.

Sinds de aanschaf van een nieuwe smartphone, een paar maanden geleden, vertoon ik verslavingsverschijnselen. Aan de ene kant is er de voortdurende, vooral digitaal aangewakkerde, nieuwshonger, aan de andere steeds vaker een onbestemde onrust, een vaag soort zenuwen, en een continue staat van bezorgdheid over de wereld. Het antwoord op die dreinende zorg is nog meer nieuwsconsumptie, als om de angst te bezweren – kennis is toch controle? Maar met averechts effect: de onrust wordt alleen maar groter. Dat is fysiek verklaarbaar, schreef Dobelli.

Nieuws prikkelt de hormonale productie van het limbisch systeem in het brein. ‘Paniekverhalen zorgen voor een stortvloed aan glucocorticoïden (cortisol)’, schreef hij. ‘Dat ontregelt je immuunsysteem en remt de vrijgave van groeihormonen. Anders gezegd: je lichaam raakt in een chronische toestand van stress. Een hoog niveau van glucocorticoïden verstoort je spijsvertering en leidt tot nervositeit.’ Herkenbaar. Zou het kunnen? Ben ik nieuwsverslaafd?

Vakantie voor de geest

Proef op de som: een nieuwsdetox. Voor dit experiment probeer ik tien dagen lang het nieuws volledig te mijden. Een paradijselijk vooruitzicht, een soort vakantie voor de geest. Toch?

Is het überhaupt mogelijk om je in deze tijd nog aan het nieuws te onttrekken? Kan ik nog meekomen of word ik een sociale paria? En de echt belangrijke gebeurtenissen, krijg ik die nog wel te horen?

Nieuwsloos leven tussen 24 december en 2 januari, dat lijkt een beetje valsspelen: dit is immers een nieuwsluwe periode met veel vrije dagen. Daarom ben ik extra streng: helemaal geen krant, ook geen bijlagen, geen Twitter of Facebook, geen Groene Amsterdammer en Vrij Nederland, en, terwijl overal de balans van kanteljaar 2015 wordt opgemaakt: geen jaarlijstjes, geen eindejaarsconferences, en géén David van Reybrouck bij Buitenhof. Thuis spreken we af niet te praten over het nieuws, tenzij van levensbelang.

Spannend, hoe ga ik alle tijd nuttig invullen die ik nu vermoedelijk overhoud? Ik leg in elk geval de baksteendikke nieuwe Jonathan Franzen, Purity, klaar. Al weken blijf ik steken op pagina 80. Ook de schuld van het nieuws, volgens Dobelli: door al dat snelle zappen verliezen we focus, aandacht en geduld.

Dag 1 Een leeg gevoel

Ik heb mijn startpagina aangepast en staar minutenlang wezenloos naar Google. Er gebeurt niets; er is niks dat mijn aandacht trekt, niets dat maakt dat ik door wil klikken, niets dat mijn bloed sneller doet stromen. Ik voel me verontrustend leeg. Vooral de ochtend blijkt uitdagend: de dag lijkt niet echt begonnen zolang je niet weet ‘wat er speelt’. Ik voel me niet wakker, niet actief, niet alert. De wetenschap dat er een wereld vol spannende prikkels letterlijk binnen handbereik ligt, is een marteling: alsof je in New York op een hotelkamer zit met de gordijnen dicht. Tergend zijn de loze momenten (en wat zijn het er veel!) dat je normaal even achteloos naar een nieuwssite surft. Handenwringend hou ik me in en haal nog maar een koffie.

09.17. Wat gebeurt er weinig.

09.19. Ik verveel me.

09.20. ECHT!

09.20. Niet aan toegeven.

Als ik eenmaal lekker aan het werk ben, schrijf ik uren achtereen geconcentreerd door, in plaats van elke tien minuten het nieuws te checken. Pas ver in de middag word ik uit mijn concentratie gehaald door sirenes buiten. Meteen weer die mengeling van opwinding en bezorgdheid. Normaal zou ik direct de Parool-site, AT5 en Twitter checken, tot mijn grote frustratie niets vinden, verder scrollen, allerlei andere berichten lezen, en hiermee drie kwartier verspillen. Ik doe het niet. Het geluid van de sirenes lost op in de stad. Na een paar seconden verdwijnt de onrust.

’s Avonds een etentje met twaalf man waar ik tegen opzie: ik weet niets van wat er in de wereld gebeurt! Maar het nieuws volgen blijkt geen voorwaarde voor onderhoudende conversatie. De gesprekken gaan over een promotieonderzoek, literatuur, kinderen, theater, het menu, ouders, televisieseries en andere fundamentele zaken.

Dag 2, 3 en 4 Niet praten over nieuws

Kerst en ‘derde Kerstdag’. Ontbijten zonder krant: lastig. Lezen in die dikke Franzen is moeilijker dan bladeren in de krant, als je tegelijkertijd je brood wilt smeren. Aan de overkant van de tafel wordt onder luide verontwaardiging wél de krant gelezen. Misprijzen verandert in afgrijzen. „Nee. Nee! NEE!!” Het is bijna onmogelijk om het onderwerp van zijn opwinding nu niet te bespreken. Maar, stelt hij gerust: „Deze kwestie gaat nog wel een jaar of dertig spelen.” Klimaatverandering, gok ik, en lees door in Purity.

Verrassend: het nieuws is vrijwel afwezig in de Kerstconversatie met de (niet gewaarschuwde maar doorgaans goed geïnformeerde) familie en schoonfamilie. De thema’s Zwarte Piet en Black Twitter komen wel voorbij – ouder nieuws, gelukkig, waarover ik gewoon mee kan praten. Hoewel ik had gemist dat Sylvana Simons hoofdpiet Van Muiswinkel aanklaagt, ofzo (het fijne krijg ik er niet over te horen). Van een winkeldame hoor ik over het plastictasjesverbod. Dat zijn dus de nieuwtjes die in het dagelijks leven naar boven komen borrelen. Op zondag sla ik de dikke Franzen dicht: uit. Ik voel me trots, geïnspireerd en voldaan.

Dag 5 Zoeken naar inzichten

Ik mis urgentie en relevantie. Dobelli schreef in zijn stuk dat je zonder nieuws beter toekomt aan ‘diepere inzichten’. Nu liet Franzen mij wel meesterlijk meevoelen met het leed dat door ouders op volgende generaties wordt overgedragen, maar is dit besef belangrijker dan kennis over klimaatverandering? Aan tafel is het begrip ‘El Nino’ gevallen. Meer weet ik niet, behalve een vage herinnering aan de term. Frustrerend.

Ik voel me onaangenaam onthecht. Dat ik niet snel koppen scan of haastig berichtjes zap, geeft rust. Het zenuwachtige gevoel is verdwenen. Maar dat betekent niet dat ik niet wil weten wat er in de wereld gebeurt. Leven zonder nieuws wil niet zeggen: zonder benul. Maar het blijkt best moeilijk om je tot de wereld te verhouden als je die niet hapklaar krijgt voorgeschoteld. Ja, je kan onvrede voelen over de beperkte selectie en eenzijdige blik van veel nieuwsmedia, maar als je op zoek moet naar informatie over zaken die je interesseren, waar begin je dan? Dobelli leest om die reden het wetenschappelijk tijdschrift Science. Ik kom deze dagen niet verder dan Opzij en Psychologie Magazine. Onderhoudend, maar weinig bevredigend.

Er moet iets veranderen.

Dag 6 en 7 Waarom ik van nieuws hou

Ik zal me zonder krant proberen te verdiepen in een maatschappelijk relevant verschijnsel: de terreur van IS. Maar de ‘internationale bestseller’ De terugkeer van het kalifaat van Loretta Napoleoni is een deceptie: lelijk geschreven, warrig en vaag. Ik mis de krant! Ik herinner me steengoede, bondige en toch informatieve stukken van collega’s over IS. Geen korte gruwelscènes over onthoofdingen, maar gedegen, heldere analyses over het ontstaan en de organisatie van dit terreurbedrijf. Dat soort informatie maakt IS minder ongrijpbaar en daardoor minder afschrikwekkend. Inzicht als middel tegen de angst. Opeens weet ik weer waarom ik zo van nieuws hou – wat een onmisbaar en krachtig middel het kan zijn.

Dag 8 Ik mis de verbondenheid

Ik ben het zo zat. Dobelli vergeet in zijn pamflet de onweerstaanbare sociale component van nieuws. Alleen al de gedachte dat ‘iedereen’ zich min of meer gelijktijdig opwindt over hetzelfde, creëert een gevoel van verbondenheid. Maar niet voor mij nu, dus.

Dag 9 en 10 Nieuws was altijd al relatief

Aftellen. Weer een ontbijt zonder krant. De koffiefabrikant, lees ik op de verpakking, geeft twee weken een krant cadeau, want ‘Niets is fijner dan een krant bij een heerlijke espresso of lungo.’ Ja! Ik lees passages uit Philipp Blom, De duizelingwekkende jaren, Europa 1900-1914. Leerzaam, inzichtelijk. Grappig, in het kader van dit artikel: Franse media waren in de zomer van 1914 zo in de ban van de moord door Henriette Caillaux op de hoofdredacteur van Le Figaro, dat aan de moord in Sarajevo op de Oostenrijkse kroonprins Frans Ferdinand – de aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog – nauwelijks aandacht werd besteed. Dat zegt iets over ons vermogen om snel te kunnen zien wat voor ons leven en de wereld de grote, vormende gebeurtenissen zullen zijn, en dus over de relativiteit van ‘nieuws’.

Dag 11 Weg met de zap-schrik-klikreflex

Ik mag weer! Het vooruitzicht had me vrolijk gemaakt, maar toch grijp ik ’s ochtends niet direct naar mijn telefoon. De werktuiglijke drang om nieuwsapps te checken lijkt verdwenen. Is het mogelijk? Heb ik na tien dagen afgerekend met die giftige zap-schrik-klikreflex? Pas om een uur of twaalf begin ik rustig eens aan de krant. Ik lees anders, lijkt het; gerichter, en met meer aandacht. Ik hou een aangename afstand tot de haast rituele consternatie – die ik bovendien met geamuseerde verbazing (en zonder onrust en ergernis) bezie. Maar o, wat is het heerlijk om weer ‘op de hoogte’ te zijn. Nieuws is niet slecht, besluit ik, het geheim is zelfbeheersing, en evenwicht. Ik neem me voor om, naast de krant, vaker een non-fictieboek te lezen. En google blijft mijn startpagina.

Thuis kan tot onze grote opluchting nu weer over wereldse zaken worden gepraat. Ik popel om alsnog te horen welk schokkend nieuwsfeit hem aan de ontbijttafel op dag 2 nou toch zo woedend maakte. Maar hij is dat alweer vergeten.