Column

Niet kwartaalcijfers, maar managers zorgen voor druk

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie

Zo, dit wordt een rustiger jaar. Maar wel spannender. Voor financiële directeuren van beursgenoteerde bedrijven. Voor hun juristen. Voor beleggers en hun waakhond VEB, de Vereniging van Effectenbezitters. En ook voor financiële journalisten.

De gespannen rust vloeit voort uit wetgeving om de rapportageverplichtingen van beursgenoteerde bedrijven te halveren. De Eerste Kamer ging daarmee in zijn laatste vergadering vorig jaar akkoord. Zonder stemming, maar met de aantekening dat de PVV tegen was. De wet volgt op een Europese richtlijn dat bedrijven geen kwartaalberichten meer hoeven te publiceren. Nu moet een beursfonds vier keer per jaar de buitenwereld informeren over de gang van zaken. Men mag straks volstaan met publicatie van de resultaten over een heel en een half boekjaar.

De argumentatie van de wet is apekool.

De memorie van toelichting bij het wetsontwerp gaf drie argumenten. Nummer 1: administratieve lastenverlichting. Een raar argument. De relevante informatie is namelijk intern beschikbaar. Een beursgenoteerd bedrijf zonder adequate en tijdige financiële informatie heeft geen overlevingskans. Natuurlijk is interne informatie niet meteen extern bruikbaar, maar een beursnotering heeft voor- én nadelen. Dus doe gewoon je best.

Argumenten 2 en 3 zijn: minder financiële publicaties geven minder kortetermijndruk op bedrijven om steeds beter te presteren én publicatierust moet beleggers stimuleren tot een langeretermijnvisie.

Ook raar. Kwartaalcijfers zorgen niet voor pressie, dat doen topmanagers zelf. Publiceer gerust cijfers, maar zonder concrete prognose. En laat je niet opjutten.

Wie wel kunstmatig zijn winstcijfers opkrikt door specifieke uitgaven te schrappen (marketing, onderzoek en ontwikkeling) schiet zichzelf in zijn voet. Het gaat misschien even goed en dan neemt de markt wraak.

Wat echt helpt om zaken te veranderen zijn versoberde en versimpelde beloningen voor bedrijfstop en kader.

En de beleggers? Financiers met een kortetermijnhandelsgeest zullen er altijd zijn en zij móéten er ook zijn. Zij zorgen ervoor dat er handel is: vraag én aanbod. Hetzelfde geldt voor partijen die speculeren op koersdalingen.

En overigens: politici die hameren op andermans langetermijnbeleid (dat van bedrijven en beleggers) klinken me altijd wat te Frans in de oren. Frankrijk is politiek-economisch kampioen langetermijn- en industriepolitiek, maar de economisch toestand is daar allerbelabberdst.

De richtlijn en de wetgeving redeneren te veel vanuit de optiek van topmanagers die geen gedoe willen. Maar beleggers hebben het volste recht op adequate financiële informatie. Vreemde ogen dwingen. Vier keer per jaar cijfers lijkt me een minimum.

Beleggers zijn al lang niet meer de karikaturale sigaren rokende dikbuiken in driedelig kostuums, al sluit ik niet uit dat zij nog bestaan. Vermogensbeheerders die voor miljoenen werknemers en burgers pensioenverzekeringen beleggen zijn dé grote beleggers. Zij werken voor u.

De enige grote partij die bij de mondelinge behandeling van het wetsontwerp in de Tweede Kamer het beleggersbelang aanstipte, was SP-Kamerlid Arnold Merkies.

Degene die het wetsontwerp verdedigde, minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA), maakte twee opmerkingen die de nieuwe regels bij voorbaat ondermijnen. Op vrijwillige basis mogen bedrijven gewoon doorgaan met wat ze nu doen. Én: tussentijdse koersgevoelige informatie moeten bedrijven melden, want daar heeft de belegger dan weer wél recht op.

Vandaar: de spanning stijgt.